RosBlues 2009 Dutch Blues
Partycentrum de Kentering Rosmalen
31 oktober 2009

Tekst: Imco Ceelen, Dukejoint Blues Radio | Foto’s : Xander Hagens (www.xhblues.nl)

Bepakt en bezakt met allerhande opnamegadgets voor onze nieuwe radioprogramma, reisden we vanuit ’s-Hertogenbosch af naar de Kentering in Rosmalen om verslag te doen van het jaarlijks terugkerende bluesspektakel Rosblues.
Dit jaar was het alweer de vijfde editie en daarom hadden ze deze keer uitsluitend Nederlandse toppers op het menu.

Stipt om half acht staken de mannen van the Veldman Brothers stevig van wal.
Wij waren boven in de backstage pub nog druk bezig om onze interviewhoek startklaar te maken toen we tot onze grote schrik bemerkten dat we de opening van het festival aan het missen waren. Snel de trap af en op naar de uitnodigende klanken van deze stuwende, vierkoppige bluesformatie. We kwamen vlak voor het shuffelende ‘one more chance’ de zaal in en mijn hart stokte even in mijn keel toen Gerrit Veldman tijdens de intro van het nummer een snaartje of twee missloeg op zijn gitaar. Ik was even bang dat de nog maar half gevulde zaal invloed had op het zelfvertrouwen van deze uitstekende gitarist/zanger. Het is vaak pittig, een avond te moeten inluiden maar ik was er van overtuigd dat de gebroeders Veldman en consorten daar geen enkele moeite mee zouden moeten hebben.
Gelukkig bleek mijn angstzweet dan ook geheel ongegrond, het was de eerste en de laatste valse noot die ik die avond zou horen van deze band.

The Veldman Brothers

Het daaropvolgende nummer ‘evil’ had dezelfde lay-back feel als het gelijknamige nummer van Dixon waar het nummer hoogstwaarschijnlijk van afgeleid is. De stuwende factor van dat soort nummers ligt toch vaak in een solide drum/basgitaar basis. Ook dat heeft deze band wederom weer goed voor mekaar. De voetjes komen al gauw los, het gitaarspel is opgewarmd en het hammondspel van Bennie Veldman sjort de boel nog eens extra aan elkaar.
Even wat rust met het, naar soul neigende, ‘Leaving’ en dan gauw naar een plezante, nieuwe verrassing dat tot nu toe de naam draagt: ‘a new harp thing’. (sorry Bennie, maar het lijkt er op dat de werktitel vaste vormen begint aan te nemen).
Tijdens dat nummer laat Bennie Veldman nog eens horen dat hij de Mississippi saxophone op een kundige wijze weet te hanteren. Samen met een, door de harpmic gezongen, partij, kreeg het nummer een gruizige red devils-achtige uitstraling. Het blijkt wederom dat de mannen een behoorlijke variatie weten aan te brengen in hun repertoire.
Net als the Veldman Brothers het podium willen ruimen voor de volgende artiesten, komt Rinus van Zuidam, een van de organisatoren van het festival, het podium op gestoven. Ze mogen nog niet stoppen… nog een nummer…
Wil deze man waar voor zijn investering, of is hij gewoon uiterst gecharmeerd van deze band uit zwolle? Ik durf mijn zakgeld in te zetten op het tweede. Ze sluiten af met het schitterende ‘Who knows’ van de Band of Gypsys en hebben daarmee het feest eigenhandig op temperatuur gebracht.

Een half uur later klinken de solide gitaarklanken van Bas Paardekooper & the Blew Crue.
Ik probeer ergens een plekje te vinden te midden van het, inmiddels voltallig, aanwezige publiek.
Ja dat is natuurlijk Bas Paardekooper, denk ik nog, als hij met zijn band “Just ask the axis” van Hendrix inzet. Dit gaat messcherp worden en bol van de vakkundige gitaarkunsten. Hierop volgde een werkje uit eigen stal: ‘between the lines’ en ik heb oprecht genoten. Wat was ik blij met het dynamische hoogstandje. Ook was ik blij dat Wouter Hoek er bij was om het aan te vullen met zijn toetswerk.
Het enige wat ik mij afvroeg was: “Waarom toch dat overdadige delay-effect in de geluidsinstallatie?” Iemand achter de tafel zat kennelijk te bekvechten met zijn echoapparaat. Gelukkig won de technicus en waren we verlost van de overmatige wc-impressie. Ik wil hier overigens niet mee zeggen dat ik het geluid ondermaats vond. Ik ben van mening dat er verder prima werk is verricht door de heren van de installatie.

Bas Paardekooper & The Blew Crue

Jammer genoeg moest ik tussendoor heen en weer pingpongen tussen plichten en het muzikale genot. Daarom heb ik niet alles kunnen meekrijgen van Bas Paardekooper & the Blew Crue. Ik kwam weer binnenhollen tijdens een cover van Walter Trout ‘you need a helping hand’ en ik kon nog net op tijd een graantje meepikken van de schitterende gitaaruitspatting aan het einde van het nummer. Ik vond het een hele troost om naast dat alles, ook wat eigen werk te horen van de gitaarvirtuoos uit Den Haag. Niet nadelig bedoeld Bas, het is aanstekelijk om die Hendrix-covers op jou manier te horen spelen, maar songwritertechnisch heb je ook een hoop andere dingen in je mars.

Het volgende op de kaart is Dicky Greenwood. Daar was ik om eerlijk te zijn erg benieuwd naar want, ik had deze mannen nog nooit op het podium gezien. (ik weet het, 20 stokslagen als straf…) Nu besef ik dus wat ik gemist heb. Waar Bas Paardekooper en zijn band eerder nog vol gas de tent omrockt, geeft Dick Groenewold met een zekere beheerstheid zijn soul en blues aan het welwillende publiek. Zeker met het nummer ‘Sad sad sad’ komt er een gevoelige kant van de Hagenees naar boven. De band wordt aangesterkt door de sublieme saxofonist Wouter Kierst. Deze jongen is als gastmuzikant komen opdraven en blaast het sop om je oren. Overigens ook een echte “die hard” in mijn boekje want na dit optreden, gaf hij eerder die avond te kennen, moet hij als een speer door naar Delft om daar een ander feestje aan te wakkeren met zijn sax.
In het verloop van het optreden van deze band zit een zekere climaxwerking want naar mate de nummers voorbij draven worden de grollen van Dicky Greenwood op zijn gitaar en in de rest van zijn performance steeds verhalender. We horen geluiden voorbij komen die akelig veel lijken op paardengehinnik, deurbellen en andere hoorspel-impressies. Ook de rest van de band geeft blijk van een zekere professionele frivoliteit. Zo wordt het me duidelijk dat een hammond en een saxofoon elkaar niet per definitie van het podium hoeven te blazen maar een prima gezamenlijk speelveld kunnen creëren.

Dicky Greenwood

Nog even een gevoelige meedeiner ‘What drives a woman (to leave a man)’ en dan rammen ze door met het swingende ‘take it or leave it’. Een waardig nummer om mee te eindigen (dat wil zeggen voor de toegift die ik jammer genoeg heb moeten missen) waarbij Wouter Kiers ook nog even aantoont dat hij meer kan met zijn instrument dan alleen erop spelen. Hij laat het apparaat luttele seconden op zijn kin balanceren om het circus compleet te maken. Da’s ook makkelijk als je even niet weet hoe je, zwemmend naar de overkant, je instrument droog moet houden…. enfin… Deze band heeft de avond in ieder geval prima warm gehouden.

De reden dat ik voortijdig de zaal moest verlaten was dat ik ook nog een graantje wilde meepikken van het duo wat zich al de hele avond, tussen de bands door dapper staande hield in de Foyer. In de vorm van Cleanhead & Barefoot heeft de organisatie een prima alternatief aangeboden aan het publiek om de ombouwperiode in de zaal te overbruggen.
Ze geven muzikaal een reis weer tussen de verschillende staten van Amerika. Zo hoor ik nummers van Sonny boy Williamson, Mississippi John Hurt en zelfs een compositie uit de vingers van de enige echte “father of the blues”: William Christopher Handy.
Dat zijn de roots waar het publiek en de artiesten in de zaal best even stil bij mogen staan. Met volle overtuiging kan ik zeggen dat dit toch echt de basis is voor de muziek waar we al het gehele festival in de andere zaal van staan te genieten.
De mannen hebben deze avond niet alle geluk van de wereld want ik begreep dat de trouwe accordeon van Michael Barefoot, eerder die week de geest had gegeven en tot overmaat van ramp kreeg John Cleanhead aan het begin van de laatste set ook nog eens ruzie met de stemming van zijn gitaar. Maar hij weet zich te hervatten en het was, net als eerder die avond weer een authentieke traktatie van cajun, blues en texmex.

Cleanhead & Barefoot

De spanning hangt in de lucht als iedereen zit te wachten op een favoriet van velen in het publiek. Alhoewel, ik ben zelf van mening dat eigenlijk alle artiesten zich gemanifesteerd hebben als “headliner”. Desalniettemin hebben we allemaal toch weer hoge verwachtingen van de afsluiter Julian Sas.
En zoals Rinus van Zuidam van tevoren al aankondigt, gaat de beuk er gelijk in met het nummer ‘home feeling’.
Ik sta er iedere keer weer versteld van hoe stevig en standvastig deze man uit Beneden Leeuwen zijn muziek en met name zijn boogiegevoel er uit weet te persen. Met nummers als ‘the way it goes’ en ‘Sugar Cup Boogie’ rolt hij letterlijk en figuurlijk over het publiek.
Het volgende moment trekt hij het publiek weer volledig in het intieme met het gevoelige ‘sailing into the unknown’.

Julian Sas

Ik blijf gecharmeerd van de zorgvuldig gekozen noten tijdens het intro van deze ballade. Julian Sas heeft ook dit maal weer meerdere keren zijn slide tevoorschijn gehaald. Nog een van de talenten die deze jongen tot het uiterste weet te benutten. Aan het eind van zijn set speelde hij ‘the devil got my number’. Een nummer waar ik eerder niet zo’n sterk gevoel bij had maar ik begrijp nu dat dit echt iets is wat een beetje in de filosofie past van Rory Gallagher… Deze moet je gewoon live meemaken. Het enige waar ik misschien wat moeite mee had was dat Julian probeerde het publiek mee te krijgen, met handgebaren en performance, om op de maat mee te klappen en te springen. Maar dit werd maar met mate werd opgepikt door het publiek. Ach ja, er bestaat ook zoiets als “in stilte genieten” zullen we maar zeggen. We waren dan ook al erg verwend deze avond. Ik wil daarom nog even mijn oprechte dankbetuigingen uiten aan het adres van de organisatie van Rosblues 2009 Dutch Blues: Rinus van Zuidam en Sjan van Engelen en tot volgend jaar!

De eerste registratie van dit festival is aankomende vrijdagnacht om twaalf uur te beluisteren tijdens ons programma: Dukejoint Blues Radio op Boschtion FM. In ’s-Hertogenbosch en omgeving via de kabel en in de ether. Voor de rest van de wereld via de site: www.boschtion.nl.