Photography Al Parkinson

“Healing music for hurting hearts….”

Het gaat goed met The Teskey Brothers, heel goed. In 2017 brachten ze hun debuutalbum ‘Half Mile Harvest’ uit, een album dat geweldige recensies kreeg. Ook hun tweede album ‘Run Home Slow’, uitgekomen op 2 augustus j.l. is diezelfde kant opgegaan. Hun concerten verkopen direct uit zodra ze in de verkoop gaan en hun fanschare groeit met de dag. Op 21 januari 2020 begint hun nieuwe UK/EU tour!

Afkomstig uit Warrandyte, gelegen in de Yarra Valley net buiten Melbourne, begonnen broers Josh en Sam Teskey, met lokale buurtvrienden Brendon Love en Liam Gough, allemaal samen te spelen als tieners, en het was toen dat ze hun gezamenlijke liefde voor de Amerikaanse soulmuziek van de jaren 1960 ontdekten. In die omgeving heerste een intense en brede muziekscene en zorgde zo voor veel inspiratie. Alle stijlen zijn er te vinden van blues tot rock tot jazz en meer. Zo groeide dit viertal op, gedompeld in muziek.

De band werd officieel opgericht in 2008, en sindsdien speelden de jongens vrijwel elk weekend in Melbourne en rond de Yarra Valley, busking op de lokale boerenmarkt, in achtertuin feesten en uiteindelijk ook in de pubs in de binnenstad van Melbourne. Inmiddels is dit voor lange tijd Best Kept Secret uit Australië, een geoliede machine die niet alleen de ene na de andere dampende soulgroove neerlegt, maar ook moeiteloos uitstapjes maakt naar blues en southern rock. De band brengt een rauwe combinatie van soul en blues, met als kenmerk de doorrookte whiskystem van Josh Teskey. Hun muziek is doordrenkt van die soulvolle zang, scherp gitaarwerk, zinderende blazers en fantastische samenzang.

Blues Magazine weet leadgitarist Sam Teskey aan de veren te trekken voor een kort maar helder interview, vooraf hun concert in de Pandora zaal van TivoliVredenburg in Utrecht.

Tekst: Nineke Loedeman / Photography Al Parkinson

Hi Sam, welkom terug naar Nederland! Vertel me eens, wat is er in vredesnaam de afgelopen twee-drie jaar gebeurd met jullie. The Teskey Brothers lijken de wereld te hebben veroverd. Dat moet een gevoel geven terecht te zijn gekomen in een rollercoaster, maar wellicht ook dat je je droom leeft.
“Dit is zeker het geval, inderdaad sinds 2017! We moeten onszelf regelmatig in onze arm knijpen. We bereiken steeds weer nieuwe mijlpalen. Het succes blijft maar groeien en is natuurlijk wel erg opwindend. We wachten inmiddels rustig af op wat nog meer komen gaat. Er komen telkens nieuwe aanbiedingen voor het verschijnen op televisie, gisteren nog hier in Nederland (DWDD), maar ook in Amerika! Bij Jimmy Kimmel en bij The Late Show van Stephen Colbert en natuurlijk op nationale televisie in thuisland Australië.”

“Na de release van ‘Half Mile Harvest’ vloeide alles samen. Ik had toen nét onze studio gebouwd in Warrandyte en steeds meer lokale radio stations pikten het album op. We waren erg verbaasd erover en ineens raakte onze muziek bekend in Melbourne en daarna in meer en meer steden in Australië.”

“We zijn ooit begonnen met spelen in kleine pubs en op andere plaatsen als op bruiloften en feesten. Nu spelen we over de gehele wereld op festivals voor grote menigten. Dat is een behoorlijke verandering. Het lijkt wel of we in een gypsy lifestyle zijn beland inmiddels, zo altijd onderweg te zijn en nauwelijks thuis. Het is wel een echt avontuur. Natuurlijk proberen we ons sociale en familieleven zoveel mogelijk hieraan aan te passen en dat lukt ons eerlijk gezegd steeds beter.”

“In 2017 speelden we voor het eerst hier in Europa, in kleine zalen natuurlijk. Ons eerste concert in Londen was voor meen ik 50 mensen, vervolgens 300, toen 600, 1000 en eind januari 2020 hopen we in een uitverkochte Shepherds Bush voor wel 2500 mensen te spelen! Heel bijzonder. Die langzame groei is eigenlijk wel heel goed. Dan kunnen we ons daarop aanpassen.”

“We zijn van jongs af aan al vrienden, groeiden op in hetzelfde dorp en ik kan wel zeggen dat we elkaar van haver tot gort kennen. Dat is niet alleen handig en goed voor de teambuilding, maar we kunnen ook de persoonlijke zaken waar we tegen aan lopen met elkaar bespreken. Bijvoorbeeld de heimwee waar we onvermijdelijk mee te maken krijgen. We hebben geleerd, en leren nog steeds, elkaar hierin te steunen en dat helpt echt!”

Jij en je broer Josh komen uit een muzikale familie, met onder andere een zeer muzikale vader. Hoe zijn jullie ooit begonnen met muziek maken?
“Mijn vader is muzikant en voornamelijk ook songwriter. Hij begon pas op zijn 40e serieus met muziek schrijven en maken, en we hadden altijd gitaren in huis. Veel van onze liedjes hebben we eerst aan hem voorgelegd. Hij is namelijk erg goed met teksten, is heel poëtisch en heeft dan ook altijd wel wat te zeggen over onze teksten: “Misschien kun je dat net iets anders doen” en “misschien beter om die zin zo en zo…enz.” Zo heeft hij duidelijk zijn invloed op ons album gehad, waar we hem ook erg dankbaar voor zijn!”

“We zijn begonnen met het spelen van blues, maar hebben ook veel met andere genres geëxperimenteerd. We speelden veelal in kleine bars, waar gelegenheid was om dingen uit te proberen. Het publiek daar kwam ook niet specifiek voor de muziek maar meer om een biertje te drinken en te socializen. Dat was de afgelopen 10-15 jaar het geval. Vervolgens begonnen de mensen meer en écht te luisteren, ons album te kopen en feedback te geven. We hadden in eerste instantie natuurlijk wel eens een ietwat mindere review, maar ze worden steeds beter!” lacht Sam.


Photography Al Parkinson

Trouw gebleven aan de blues

Soul en blues zijn altijd de kern geweest van de muziek van The Teskey Brothers. En hoewel ze hun vak het afgelopen decennium hebben gepolijst en verfijnd, spelen ze nog steeds dezelfde soort deuntjes. Toen de band hun eerste album uitbracht, hadden ze geen manager of platenlabel. Ze deden alles zelf, van promotie tot de plaat met een handgeschreven brief af te geven aan radiostations in de gemeenschap.

Het is bekend dat jullie geïnspireerd zijn door de muziek van de Amerikaanse labels Stax en Motown. Hebben jullie inmiddels aan aanbiedingen gekregen van hen of andere soullabels in de States?
“Jazeker zijn we door Stax en Motown geïnspireerd. En ook zijn er indertijd wat aanbiedingen geweest, van enkele soullabels in de States. We hebben dat heus wel overwogen maar we wilden niet de zoveelste revival band zijn en zeker geen (soul)label opgeplakt krijgen.”
“Onze ouders komen natuurlijk uit die periode van 60-70er jaren waarin soul eigenlijk pop muziek was en dat is wat wij nu ook doen; popmuziek maken. Er is behoefte aan evolutie van de muziek en wij voegen, via onze muziek en onze creativiteit, iets substantieels toe aan de hedendaagse muziek. We worden daarin net zo goed beïnvloed door de muziek van toen als door het hedendaagse leven. ”

Jullie spreken zowel een jong als een ouder publiek aan, ben je het met me eens?
“We hebben inderdaad zowel een jong als een ouder publiek en we zien soms wel drie generaties fans! In sommige steden is het oudere publiek wat meer vertegenwoordigd, in andere steden zien we juist meer jongere mensen. Soul en blues ook is natuurlijk wel tijdloze muziek. Wat telt is hoe je de muziek brengt, door oprecht en met passie en liefde te spelen. Het is dus niet alleen de stijl van muziek, maar ook zeker hoe het wordt gespeeld.”

‘Run Home Slow’ is de titel van een nummer dat uiteindelijk niet op het album is terecht gekomen! Het nummer weerspiegelt het toerleven van de afgelopen twee jaar. Het vele onderweg zijn en toch richting huis willen gaan. Veel songs op dit album gaan over dit onderwerp, over onderweg zijn en thuis komen. Met de 11 tracks op ‘Run Home Slow’ hebben The Teskey Brothers een album gemaakt dat hun verleden eert, prachtig in het heden past en uitkijkt naar een betere toekomst.

Jullie tweede album ‘Run Home Slow’ werd geproduceerd door de alom geroemde Paul Butler. Het moet moeilijk zijn een opvolger te maken van een geweldig debuutalbum als ‘Half Mile Harvest’.
“We zijn erg trots op het eerste album, maar het tweede album moest een stap hoger zijn.” Om hen te helpen dit proces te doorlopen, riepen ze de hulp in van producer Paul Butler (Michael Kiwanuka, St Paul & The Broken Bones, Andrew Bird ) die zelfs naar hun thuisstudio in Warrandyte vloog om met de band te werken. In Butler vonden The Teskey’s zowel een mentor als een criticus die hen in staat zou stellen om vooruit te gaan in hun sound, zonder de rauwe eenvoud en ruimte te verliezen die ze hadden bereikt op ‘Half Mile Harvest’.

“We houden erg van Paul’s manier van werken zoals wat hij onder meer deed met St Paul & The Broken Bones en Michael Kiwanuka.” aldus Sam. “Paul is een jonge vent die we naar Australië haalden om hier met ons het album te produceren. We stopten hem in zo’n Tiny House bij ons in Warrandyte, midden in de bush. Hij kwam de opname studio eigenlijk niet uit, op één laatste avond na, voor het gezamenlijk eten in de pub. We hebben alleen maar gewerkt! Een geweldige vent met een heerlijke muzieksmaak ook.”

De albums zijn beide analoog opgenomen. De band wilde hetzelfde opnameproces doorlopen dat de oude artiesten, de mensen die hen hebben beïnvloed, in de jaren ’60 en ’70 zouden hebben. Om dat rauwe geluid te behouden heeft de band de voordelen van moderne opnametechnologie vermeden en de dingen op hun eigen manier gedaan. Dit betekende het opnemen van de songs op een 24-sporenbandmachine, voorheen eigendom van Jimmy Barnes. Sam Teskey deed al de muziektechniek, maar is in de eerste plaats een timmerman; hij bouwde de opnamestudio dan ook simpelweg in hun huis!

Het is essentieel voor jullie om de authentieke sound zo dicht mogelijk te benaderen. Kunnen jullie het nog volhouden een Do It Yourself band te blijven nu het succes zo sterk groeit?
“Ja, dat vinden we wel belangrijk. We toeren nu erg veel en moeten dus enkele zaken overlaten aan anderen. We hebben inmiddels gemerkt dat er tegenwoordig genoeg mensen in de muziekindustrie zijn, die dit ook dé manier vinden om mee op te nemen, We kunnen nu aangeven hoe we het (live) willen opnemen, hoe de sfeer moet zijn etc. en dat lukt gelukkig wel!”

 

Het moet heerlijk zijn om nu al die nieuwe songs voor jullie fans live te mogen spelen? So Caught Up werd als single uitgebracht en is inmiddels het meest gedraaide nummer. Heb je zelf nog een favoriete song op het album en om live te spelen?
“Dat is het heel zeker, het is natuurlijk altijd spannend om de nieuwe songs aan ons publiek te laten horen en hun reacties te horen. Neem nu een klassiek soul nummer als Rain, dat live toch een heel speciale vibe met zich meebrengt. Zeker de feedback die we vanuit het publiek ontvangen is daarbij van cruciaal belang en geeft het spelen van dit nummer extra veel gevoel. Pain In My Heart is in feite net zo en is een heerlijk nummer gebleken om live voor het publiek te spelen. We weten nooit precies of we een korte of een lange uitvoering van dat nummer gaan spelen! We hebben daarnaast niet écht favoriete songs, ze zijn allemaal speciaal en ieder nummer heeft wel iets bijzonders.”

Het is populair om gastmuzikanten te hebben op een album. Zo speelden jullie recent mee op het album van Ash Grunwald ‘Mojo’, maar welke artiest zou jij graag op jullie album hebben spelen?
“Oh, dat is best een goede vraag en tegelijkertijd erg moeilijk te beantwoorden.” Sam denkt lang na: “Er zijn meerdere zangers of gitaristen die door mijn hoofd schieten, maar om er één te noemen is het wel de Britse singer/songwriter Michael Kiwanuka. Daar zou ik best heel graag mee willen werken.”

Onze interview tijd is dan alweer om en we nemen vlug afscheid, nemen plaats in de zaal om vervolgens te gaan genieten van het concert!

Ook in 2020 komt deze populaire band weer naar Nederland, en wel op 3 én 4 februari naar Paradiso Amsterdam, en op 5 februari naar de Oosterpoort te Groningen. Overbodig te vermelden dat alle drie de concerten al stijf zijn uitverkocht…

Website The Teskey Brothers


Photography Al Parkinson


Ook op Blues Magazine ...