Doyle Bramhall II… creating the sound of his life.

Doyle Bramhall II (geboren 24 december 1968 in Texas) is een Amerikaanse muzikant, producer, gitarist en songwriter, en bekend van zijn werk met Eric Clapton, Roger Waters, Sheryl Crow en vele, vele anderen. Speelde Doyle al met Stevie Ray Vaughan vanaf zijn 14e, op zeventienjarige leeftijd toerde hij met Jimmie Vaughan’s band, The Fabulous Thunderbirds. Enkele jaren later was hij, na het overlijden van Stevie Ray, medeoprichter van de blues rock band Arc Angels, samen met Charlie Sexton en twee leden van Stevie Ray Vaughan’s ritmesectie, Chris Layton en Tommy Shannon. In 2001 richtte hij zijn band Smokestack op en hiermee bracht hij niet veel later het derde album uit: ‘Welcome’. In de daarop volgende jaren werkte Bramhall II nauw samen met artiesten als T-Bone Burnett, Eric Clapton, Gary Clark Jr., Gregg Allman, Dr. John, Erikah Badu, Norah Jones en vele anderen. In 2015 toerde Doyle uitgebreid in de VS met de Tedeschi Trucks Band én Sharon Jones & the Dap-Kings, tijdens de “Wheels of Soul” tour. Ook met TTB deed hij de Joe Cocker Tribute “Mad Dogs & Englishmen Tour”. 

Op 30 september 2016 bracht Bramhall II zijn vierde, langverwachte studio-album ‘Rich Man’ uit. (lees hier de recensie). Het album bestaat uit 12 eigen songs en een cover van Jimi Hendrix ’s Hear My Train A Comin’. Zijn fans hebben lang moeten wachten tot de linkshandige snarenvirtuoos naar Europa komt, maar als hij er eenmaal is, krijg je ook wat! Zo stond hij op 6 mei jl. op Moulin Blues 2017 (lees hier het verslag) en zijn de eerste Nederlandse clubshows (toerverslag) van Doyle Bramhall II een feit. In het kader van zijn eerste eigen Europese toer, heeft Doyle een behoorlijk pittig rondje door verschillende Europese landen gedaan, te weten Denemarken, Oostenrijk, Duitsland en Nederland. Tijdens die eerste toer zijn er 15 optredens afgetikt. Aansluitend verzorgde hij nog driemaal het voorprogramma van zijn goede vriend Eric Clapton tijdens diens uitverkochte shows in de Royal Albert Hall in Londen (lees hier dat verslag). Vervolgens keerde de band in juni terug voor het volgende festival: dat van het Grolsch Blues Festival in Schöppingen. Daarna kwam hij nog twee weken in juli / augustus terug voor o.a. North Sea Jazz Rotterdam en voor shows in Spanje, Italië en Frankrijk.

Kortom, Doyle Bramhall II heeft inmiddels zijn visitekaartje afgegeven in Europa, en hoe! ‘Rich Man’ gaf ons al een kijkje in zijn gevoelswereld, maar is muzikale duizendpoot Doyle Bramhall II inmiddels daar waar hij wil zijn? Blues Magazine gaat op zoek naar antwoorden en zoekt hem op in de Boerderij te Zoetermeer, waar hij op 20 mei zijn derde Nederlandse clubshow doet. We treffen hem vóór zijn optreden in het podiumcafé en schuiven aan voor een zeer ontspannen, uitgebreid gesprek.

Tekst: Nineke Loedeman / Foto’s: Edwin Birkhoff

Ontspannen is hij zeker, deze Doyle Bramhall II. ‘Rich Man’ is op dat moment ongeveer 7 maanden uit en wereldwijd uitstekend ontvangen. Ook zijn Europese toer verloopt zeer goed tot nu toe, zo vertelt hij.

“Dit is mijn eerste eigen toer en het is een genot om alle nieuwe songs live te mogen spelen. En om dan te bemerken dat het publiek die nummers zelfs kan meezingen! Het geeft me een trots gevoel dat mensen geraakt worden door mijn muziek. Ik heb hier blijkbaar veel fans. In de VS moet je wel 5 of 6 keer rondtoeren voor je een echte fanbase hebt opgebouwd. Die is hier misschien al door het vele werk wat ik o.a. met en voor Eric Clapton heb gedaan. Ik speel tijdens mijn toer voornamelijk mijn nieuwe nummers. Ik ben wel een beetje over de songs heen die ik 15 jaar geleden al speelde, enkele uitzonderingen daargelaten natuurlijk. Mensen verwachten toch wel 1 à 2 ‘oude’ songs.  De toer gaat lekker en dat voelt erg goed!”

Doyle woont de laatste 20 jaar in Los Angeles, maar groeide op in zowel Texas bij zijn vader, als in Noord Californië bij zijn moeder. Toen hij vier jaar oud was gingen zijn ouders uit elkaar en pendelde Doyle iedere, pak ‘m beet, 8 maanden heen en weer. Via zijn moeder raakte hij bekend met soulmuziek en R&B. Via zijn stiefvader, die een klassiek pianist is, kwam Doyle ook in aanraking met klassieke muziek, opera’s en zelfs ballet. De blues invloeden kwamen vooral van vader’s zijde. Doyle Bramhall senior was een groot drummer en speelde met legendarische bluesmannen als Lightnin’ Hopkins en Freddie King en met jeugdvrienden Stevie Ray en Jimmie Vaughan. Al deze vormen van muziek beïnvloedden Doyle in zijn latere werk. Overigens speelde een groot deel van zijn muzikale familie drums. Desondanks besloot Doyle de gitaar op te pakken.

“Eigenlijk was het een gemakkelijke keuze, tenslotte speelde iedereen in mijn direct omgeving al drums en ik had gewoon geen zin om in een of ander drumcollectief te belanden. Ik begon eerst met de basgitaar en pakte vervolgens de gitaar op. Ik merkte al snel dat ik juist via mijn gitaarspel mijn gevoelens goed kon uitdragen. Ik was 14, 15 jaar toen ik regelmatig met Stevie begon te spelen en ik ging als zeventienjarige professioneel op pad met Jimmie Vaughan en The Fabulous Thunderbirds.
Ik groeide op in Austin, Texas in een uiterst muzikale cultuur. Ons gezin woonde in één huis tezamen met die andere muzikantenfamilie: de Vaughans. Een soort van commune dus. Je kunt het eigenlijk niet echt een normale jeugd noemen. We zijn erg vrij opgevoed, bijna als een wolvenfamilie. We leefden in een soort van hippiecultuur en ik werd dan ook als het ware ondergedompeld in muziek. Dat leven bracht mij wel op plekken waar ik me graag ophield en om het leven te leiden wat ik graag wilde. Ik beschouw mijzelf dan ook als een zigeuner.”


(Doyle buigt zich voorover en laat zijn Sufi ring zien die hij aan een ketting om zijn hals draagt)

Doyle speelde jarenlang met vele groten der aarde en was side gitarist voor onder andere Roger Waters en voor Eric Clapton, die hij in 1999 ontmoette.

“Eric Clapton had mijn album ‘Jellycream’ gehoord via mijn toenmalige manager. Eric toerde op dat moment in Japan en hij belde me na afloop van die toer op en vroeg me of ik twee nummers voor het album ‘Riding With The King’ met hem wilde doen, een album dat hij samen met B.B. King opnam. Dat leek me wel wat natuurlijk en niet veel later ontmoetten we elkaar in Los Angeles. Daar bleek al snel dat we veel dezelfde interesses hadden en het klikte dan ook direct. Eric en ik hadden ook veel gemeenschappelijke connecties. Ik had namelijk op dat moment juist met Roger Waters de toerserie In The Flesh gedaan, waarin ook gemeenschappelijke collega muzikanten als Katie Kissoon en Andy Fairweather Low speelden. Ook bleek dat mijn goede vriend Jimmie Vaughan één van Eric’s meest favoriete gitaristen is! Onze ontmoeting toen was het begin van een lange en fantastische samenwerking.”

Doyle produceert al jaren de albums voor Eric Clapton, Sheryl Crow, Tedeschi Trucks Band en Betty LaVette, om maar enkele namen te noemen. Hij is een veelgevraagd producer die momenteel eigenlijk alleen nog maar die dingen doet die hem werkelijk aanspreken. Wat is het geheim van een goede producer zijn?

“Dat is moeilijk te zeggen, ik doe het in ieder geval op míjn manier. Het is natuurlijk wel essentieel dat je in iemand gelooft en een sterke binding met hem of haar voelt. Ik zou niet eens weten hoe je zonder een zekere klik iets voor iemand zou kunnen produceren. Uiteraard dien je wel een bepaalde liefde voor dit soort werk te hebben.
Ik ben momenteel bezig met het debuut-album van het uit Chigaco afkomstige duo Future Stuff. Ze spelen muziek in een Americana-achtige stijl. Het is een jong singer/songwriter duo en bestaat uit Althea Grace (Thea Grace Roggenbuck) & Gabe Burdulis. Gabe is net 20 en speelt gitaar, Grace is nog maar 18 en speelt gitaar en upright bass. Future Stuff heeft mijn optredens geopend in de VS de afgelopen 6 maanden. We zijn dus momenteel bezig met hun debuutalbum en ik heb wat bevriende muzikanten gevraagd mee te werken, zoals zangeres Michelle John (EC), bassist Tim Lefebvre (TTB) en drummer Abe Rounds, die in mijn video Mama Can’t Help You de bas speelt. Deze Thea Grace Roggenbuck draag ik een warm hart toe. Zij is echt een geweldige songwriter en ik denk dat ze groot gaat worden. Het album is in twaalf dagen opgenomen en komt hopelijk na deze zomer uit. Ik ben er erg enthousiast over!”

Aan Doyle’s zijde vinden we een geweldige band in de vorm van drummer Anthony Cole, toetsenist/gitarist Adam Minkoff en bassist Ted Pecchio. Hoe heeft hij deze band samengesteld?

Ted Pecchio ontmoette ik via mijn goede vriendin Susan Tedeschi. Zij speelde al met Ted vóór ze in 2011 met Derek de TTB formeerde. Ted viel een keer in voor mijn toenmalige bassist en presteerde het om op korte termijn álle songs te leren en deed dat op meer dan uitstekende wijze. Adam Minkoff is een super getalenteerde componist uit Brooklyn. Hij schrijft complete stukken voor strijkers, puur voor de lol! Hij is een soort genie. Van huis uit is hij bassist (o.a. voor Dweezil Zappa) maar die plek was al vergeven, dus ging hij net zo makkelijk over op gitaar en toetsen. Ook zingen doet hij erg goed. Anthony Cole is me aangeraden door vriend Derek. Een bijzonder goede drummer, die ik ook al langer kende via Derek en Susan. Hij zingt fantastisch én speelt ook nog eens een waanzinnige partij saxofoon. Deze band is inderdaad geweldig, het voelt bijna alsof we één organisme zijn. ”

Na al die jaren van spelen met en voor anderen, ben je inmiddels zelf (weer) bandleider. Hoe voelt dat, geeft dit je een vrijer gevoel?

“Zeker weten! Vroeger hield ik er absoluut niet van om de baas te moeten zijn en alle beslissingen te moeten nemen. Het werken met Clapton heeft me veel hierover geleerd. Eric kende namelijk hetzelfde probleem maar doet tegenwoordig gewoon wat hij wil en wanneer hij wil. Momenteel is mijn zelfvertrouwen dermate gegroeid dat ik het nu zelfs erg leuk vind om een band te leiden. Het geeft mij een krachtig gevoel. Het voelt in ieder geval niet meer als een (te) zware verantwoordelijkheid of druk, maar juist fijn en ontspannen.”

Zoals gezegd duurde het 15 jaar voor Doyle zover was om een nieuw album uit te brengen. Onder andere drukke werkzaamheden op meerdere vlakken weerhielden hem al die tijd. Ook tussen het schrijven, het opnemen en het daadwerkelijk uitbrengen van ‘Rich Man’ verstreek best veel tijd. Vrijwel direct na het afronden is ook nog eens het uitgebreide toeren begonnen. Doyle is druk genoeg dus. De vraag rijst natuurlijk of hij alweer bezig is met het vervolg op ‘Rich Man’?

“‘Rich Man’ is gedurende een langere periode opgenomen, met tussendoor onder andere een trip naar India, de ‘Wheels Of Soul’ toer en de ‘Mad Dogs & Englishman’ toer. Tussendoor dook ik de studio in Brooklyn in en werkte weer enkele weken aan het album. We hebben er uiteindelijk 4 maanden daadwerkelijk aan gewerkt. Voor mij is dat niet zo heel vreemd, want die tijd nam ik vaak ook bij de albums die ik produceerde voor Eric Clapton en Sheryl Crow. Toen ik Future Stuff ging produceren, bemerkte ik dat het ook veel sneller kan en dat je dan toch een geweldig album kan maken. Dat is een ervaring die ik nu heb opgedaan en dat neem ik uiteraard mee voor mijn volgende album.
Vanaf de start van deze toer ben ik alweer aan het schrijven voor de opvolger van ‘Rich Man’. Dat schrijven doe ik onderweg. Wanneer er inspiratie in me opkomt, is het lastig dat te onderdrukken. Het maakt voor mij niet uit waar ik op dat moment ben. Je moet er nu eenmaal alle beschikbare tijd instoppen.” Lacht: “Als een en ander allemaal volgens planning verloopt, hoop ik in oktober 2017 te gaan beginnen met opnemen.”

Het album ‘Rich Man’ weerspiegelt Doyle’s kijk op zíjn leven. Het album lijkt in grote lijnen te gaan over liefde, maar dan universele liefde. Ik vraag hem naar zijn meest bijzondere songs.

“Alle nummers op ‘Rich Man’ vertellen een verhaal en zijn bijzonder, daarom breng je ze op een album uit. Ik wilde veel verschillende zaken belichten en als één geheel presenteren. November schreef ik als open brief aan mijn vader, na diens overlijden. Dat nummer heeft uiteraard heel veel emotionele lading voor me. Net als Harmonies, welke ik schreef voor mijn dochter, naar aanleiding van de moeizame periode na mijn scheiding van haar moeder. Ik had tot toen toe nooit een gesprek met mijn dochter daarover gehad dus ja, dat is een erg bijzonder nummer.

Alles in het leven draait om (het zoeken naar) liefde en dan bedoel ik niet zoetsappige liefde,” vertelt Doyle, “maar liefde zoals in ‘the love you take is equal to the love you make’“, waarbij hij refereert aan het The Beatles nummer The End. “Als je zelf onvoorwaardelijke liefde kunt geven, komt dat uiteindelijk bij je terug. We leven in een behoorlijk verrotte cultuur, dus hoe meer mensen dat kunnen, hoe beter.

Of ik een levensmotto heb? Niet echt, maar inderdaad zoals je zelf al zegt, ‘Love is the answer‘…”

Doyle heeft altijd al een voorliefde voor spirituele muziek gehad en verkende, in de jaren na de dood van zijn vader in 2011, uitgebreid India en Noord-Afrika. Hij ging, onder andere, op zoek naar verdieping in muziek en naar nieuwe geluiden. Al die invloeden worden op ‘Rich Man’ volop weerspiegeld. Heeft Doyle zijn eigen World Music al eens ten gehore gebracht op de plekken die hem zo beïnvloed hebben? Hoe zou hij zelf zijn muziek benoemen?

“Ik ben vaak op die plaatsen geweest natuurlijk maar ik heb er niet zozeer zelf gespeeld. Zelf luisteren is dan juist wat ik graag doe en dan kan ik ook alles goed in me opnemen. Als ik zelf speel, kan ik simpelweg niet luisteren. Ik zou wel graag op het Gnaoua World Music Festival willen spelen. Dat zou dan gelijk ook een mooie introductie daar van bluesmuziek zijn.

Hoe ik zelf mijn muziek noem? Dat is een lastige. Waar ik in ieder geval níet van houd is de benoeming bluesrock, dat is een term die ik haat! Ik haat labels sowieso. Wat is rock? Wat is bluesrock? Hedendaags? Alles wat je nu doet is hedendaags.” Maakt het hem überhaupt uit hoe zijn muziek genoemd wordt? “Het maakt me wel degelijk uit! Mijn eigen wortels liggen natuurlijk in de blues, maar dat geldt voor de Stones ook en ook voor Clapton.”

Hoe kijk jij tegen de huidige muziekindustrie aan en wat heeft een (jonge) artiest nodig om het te maken in de muziekwereld.

“Weet ik eigenlijk niet, ik ben dat station inmiddels al ruim gepasseerd. Ik ben 15 jaar weggeweest uit de industrie, en ik weet eigenlijk niet meer hoe het er momenteel aan toe gaat. Wat ik wel weet is dat er nauwelijks brood te verdienen is in slechts het uitbrengen van een album. Er gaat tegenwoordig meer geld om in de merchandise, daar gaat het vooral om tijdens een toer. Als ik nu kijk naar dat jonge duo wiens album ik produceer, dan denk ik dat ze door vooral hard werken en ook netwerken, al veel hebben opgebouwd. Dan heb je geen platenlabel meer nodig.”

Wat zijn je plannen voor de komende tijd?

“Ik wil veel toeren, niet alleen in de VS maar zeker ook hier in Europa. Toeren is sowieso iets wat ik erg graag doe. In Europa is het anders, hier is het toch wat vriendelijker. De waardering is hier anders, zeg maar persoonlijker. We krijgen overal een fijne ontvangst, uitstekend eten en er wordt goed voor ons gezorgd. De omstandigheden en de mentaliteit is hier veel meer ontspannen. Europa trekt me ook vanwege de vele culturen en de prachtige architectuur. We reizen per bus dus we zien veel onderweg. Ik hoop snel weer terug te komen naar Europa. In ieder geval in het voorjaar van 2018, maar hopelijk eerder.”

Website Doyle Bramhall II

Doyle Bramhall II zal hoogstwaarschijnlijk in het voorjaar van 2018 weer gaan toeren in Europa. Blues Magazine zal daar te zijner tijd uiteraard melding van maken.