Recensie: Various Artists – The Thousand Incarnations Of The Rose: American Primitive Guitar & Banjo 1963-1974

Various Artists – The Thousand Incarnations Of The Rose: American Primitive Guitar & Banjo 1963-1974
Format: Vinyl 2LP / Label: Craft Recordings
Releasedatum: 23 maart 2018

Tekst: Peter Marinus

De gitaar is niet meer weg te denken in de hedendaagse muziek. En daarbij voert de elektrische gitaar veelal de boventoon. De akoestische gitaar komt vaak aan bod in ballads. Dat je de akoestische gitaar ook op een veel spannendere en avontuurlijke manier kunt gebruiken wordt duidelijk op deze verzamelaar waar een eerbetoon aan diverse gitaristen (en banjo spelers) uit de zogenaamde ‘American Primitive Guitar’ scene wordt gebracht. Deze scene houdt in dat er volop geëxperimenteerd werd met diverse muziekstijlen in een minimalistische veelal raga-achtige Oosterse stijl.

Deze bloemlezing begint met één van de grondleggers van de stijl, gitarist John Fahey, die ook wel de “father of the American primitive guitar” werd genoemd. Blues, klassiek, Oosters, niets was hem te gek en het liefst mengde hij dit allemaal in één stuk muziek. Hier is hij met drie nummers te horen. Night Train To Valhalla waarin op vernuftige wijze blues met Oosterse invloeden verweven werd. Fahey’s atmosferische licks worden met gemak afgewisseld door soepel tokkelende stukken. On The Banks Of The Owichita heeft de snijdende mysterieuze slide van Fahey centraal staan in een traag melancholiek nummer. Af en toe lijkt het alsof Fahey de sitar bespeelt. Een andere bekende naam is Leo Kottke, die met name in de jaren ’70 in ons land grote bekendheid genoot. Hij is te horen met het intiem klinkende Ice Miner, dat zelfs klassiek aan doet. In Anyway bewijst Kottke dat hij ook behoorlijk met de slide overweg kan. Een lui en broeierig nummer.
Peter Walker is bij ons minder bekend en is een gitarist die nooit te beroerd was om ook Indiase en Spaanse invloeden in zijn muziek te verwerken. Met name de Oosterse invloeden zijn in April In Cambridge te horen op een bedwelmende manier. Diezelfde Oosterse bedwelmende geluiden zweven je tegemoet in Gypsy Song. Harry Taussig was een druk baasje want naast het feit dat hij gitarist was, was hij ook in de weer als o.a. fotograaf, schrijver en biochemicus. Zijn stijl heeft overduidelijke countryblues invloeden waarin ook een flinke klodder folk zit. Zijn Children’s Dance klinkt zeer intiem en melancholiek. Een solonummer waarin hij in zijn  eentje de spanning op verbluffende wijze weet vast te houden.
Sandy Bull speelde op zo’n beetje alles waar maar snaren op zaten zoals gitaar, banjo en pedal steel. Op Little Maggie is hij op de banjo te horen. Een spannende folk instrumental waarin hij moeiteloos switcht van langzaam getokkel naar stomende fingerpicking. Max Ochs kwam uit Queens, New York en werkte veel met John Fahey. In Raga Pt. 1 & 2 speelt hij op een eigenwijze, soms atonale manier, over een Oosters raga ritme. Billy Faier was een banjospeler die, samen met Pete Seeger, ervoor zorgde dat de banjo gedurende de 20ste eeuwse folkrevival weer volop in de schijnwerpers kwam te staan. Je hoort hem in het zeer aparte folknummer Longhorn Express, dat door het jachtige ritme haast op een boogie lijkt. Robbie Basho was hevig beïnvloed door de Oosterse raga muziek. Het bijna veertien minuten durende The Thousand Incarnations Of The Rose klinkt zeer avontuurlijk en wordt met een zelfde kracht gespeeld als de flamenco muziek.
Fred Gerlach was verantwoordelijk voor het nummer “Gallow’s Pole”, dus niet Led Zeppelin! Je hoort in Eyrie onmiddellijk waar Jimmy Page zijn muzikale mosterd vandaan haalde. George Stavis is een banjo speler, die ooit lid was van de psychedelische rockband Federal Duck. Het ruim negen minuten durende Winterland Doldrums is een avontuurlijk banjo nummer met een hoog raga gehalte.
Tot slot hoor je Peter Lang, een gitarist die door John Fahey ontdekt werd, met When Kings Come Home, een prachtige statig nummer.

Dit dubbelalbum is een prachtig document waarop gitaarmuziek te horen is, die de geijkte paden vermijdt en voor veel avontuur en onverwachte muzikale mengsels zorgt. Het is natuurlijk overbodig om te zeggen dat dit een verplichte aanschaf voor alle gitaristen onder ons is.


Tracklist:
01. John Fahey:Night Train To Valhalla
02. Leo Kottke:Ice Miner
03. Leo Kottke:Anyway
04. Peter Walker:April In Cambridge
05. Harry Taussig:Water Verses
06. Harry Taussig:Children’s Dance
07. Sandy Bull:Little Maggie
08. John Fahey:On The Banks Of The Owichita
09. Peter Walker:Gypsy Song
10. Max Ochs:Raga Pt. 1
11. Max Ochs:Raga Pt. 2
12. Billy Faier:Longhorn Express
13. Robbie Basho:The Thousand Incarnations Of The Rose
14. Fred Gerlach:Eyrie
15. George Stavis:Winterland Doldrums
16. Peter Lang:When Kings Come Home
17. John Fahey:The Portland Cement Factory At Monolith California

Website: Craft Recordings

14 mei 2018|Categories: Recensies|Tags: |0 reacties

We horen graag je mening! Voeg reactie toe