King Of The World – Photo Danny van der Weck

King Of The World ‘Connected is de meest pure plaat die we ooit hebben gemaakt’

Blues Magazine interviewde de vier mannen van King Of The World zo’n anderhalf uur voor het eerste Nederlandse optreden van de Connected tournee, in poppodium Metropool in Hengelo. Het was een van de eerste officiële optredens van de band met nieuwe gitarist Stef Delbaere en een van de voorlopig laatste met drummer/zanger Fokke de Jong, die de komende anderhalf jaar op pad is met de Blues & Americana tournee van Johan Derksen. De vier muzikanten, naast Fokke en Stef, zanger/bassist Ruud Weber en toetsenist/zanger Govert van der Kolm, settelden zich op twee lekkere banken in de kleedkamer en gezamenlijk gingen ze de verbale strijd aan met Blues Magazine.

Tekst: Harry Pater / Fotografie: Nineke Loedeman

Na het vertrek van Erwin Java moesten jullie op zoek naar een vervanger. Hoe kwamen jullie bij Stef uit?
Ruud: ‘Na het vertrek van Erwin hebben we lang overwogen wat we zouden gaan doen en op een gegeven moment besloten we door te gaan, want er zit nog veel te veel lol, creativiteit en positiviteit in ons en het zou zonde zijn om dat te laten vallen. Maar als we doorgaan met een andere gitarist, dan moet er wel een zelfde klik zijn als we met Erwin hadden, zo vonden wij. Er moet wel een magie zijn. We hebben geen echte audities gedaan, maar zijn wat mensen gaan benaderen en een van hen was Leif de Leeuw. We hebben uitgebreid met Leif gesproken en van hem kwam de tip “je moet Stef Delbaere hebben”, want Leif heeft met Stef gestudeerd in Rotterdam en zei dat ie hem te gek vond en dat ie vooral goed is in de blues, “net wat jullie nodig hebben”. Dus wij Stef bellen, we kwamen bij elkaar en toen bleek het vooral een heel aardige jongen te zijn en dan ga je met elkaar spelen en binnen drie seconden weet je dat het goed zit. En we hebben zeker nog wel met een paar anderen gesproken maar we wisten dat we konden vertrouwen op hetgeen Leif gezegd had, want we kennen hem goed en we waren er al snel uit dat Stef de juiste persoon voor ons was.’

Fokke: ‘En er waren heel wat gitaristen die zich spontaan bij ons meldden, wat allemaal uitstekende mensen zijn hoor, maar zoals Ruud al zei, moet er wel een klik zijn.’ Govert: ‘Het was voor ons ook erg belangrijk dat iemand als Leif, die we goed kennen, meteen aan kwam zetten met Stef, want hij kent ons dus ook goed en weet wat wij nodig hebben. Zowel op persoonlijk als op muzikaal vlak.’
Ruud: ‘We hebben eerst een paar optredens in Duitsland gedaan die al gepland stonden en dan leer je elkaar natuurlijk meteen een stuk beter kennen dan in de repetitieruimte, want je brengt veel tijd samen door. Tussendoor begonnen we al snel nummers te schrijven, want omdat we toch in Duitsland waren en we tijdens het reizen en in de hotels genoeg tijd hadden om aan nieuw werk te beginnen. Daarna kon ik een boerderij in de buurt van Almelo huren en daar zijn we intensief gaan samenwerken en -spelen en dat bleek allemaal van een leien dakje te gaan. En we schrijven altijd al snel en nu dus ook. Zelfs de allereerste keer dat we in Dordrecht samen speelden begon Stef ineens iets te spelen en meteen zei ik “blijf doorspelen!” Want ik dacht al dat ik een tekst had liggen die daar mooi op kon komen en vier, vijf minuten later hadden we een nieuw nummer. In een paar uur tijd hadden we zo al snel vijf nummers geschreven. En in die boerderij kwamen we al snel tot elkaar en ontstonden nieuwe nummers en arrangementen en konden we al snel bepalen hoe we het wilden laten klinken. En uiteindelijk gingen we alles als demo opnemen en daarna echt de studio in en binnen de kortste keren waren we daarmee klaar en dan komt er dus een nieuwe plaat uit.’

En de recensies daarvan zijn zonder uitzondering zeer lovend!
Ruud: ‘Inderdaad, de reacties fantastisch. Wij waren er wel van overtuigd dat we op de goede weg zaten, maar het is echt heel prettig als anderen dat ook zo ervaren. We hebben al een mooi rijtje quotes over het album dat we kunnen gebruiken. Het is natuurlijk altijd spannend als je een nieuwe plaat uitbrengt en nu al helemaal omdat we een nieuwe gitarist hebben en dan is het toch afwachten hoe daarop gereageerd wordt. Maar gelukkig krijgen we steeds complimenten over het spel van Stef en wordt Life After You iedere keer genoemd als een van de hoogtepunten van het album en daar zijn we allemaal heel blij mee. Want laten we eerlijk zijn, Stef is nog niet zo bekend en Erwin is zeker in Nederland een grote naam en dan is het echt spannend om te vernemen hoe er over zijn opvolger gedacht wordt. En dan komen we dus met een nieuw iemand, die ook nog eens uit het buitenland komt en een jonge knaap is vergeleken met ons, maar gezien alle positieve reacties van zowel pers als publiek hebben we daar goed aan gedaan, we zijn er blij mee en trots op!’

Hoe waren de reacties bij de Nederlandse optredens?
Ruud: ‘Vanaf januari hebben een aantal try-outs gedaan met hem erbij, ook om te zien hoe de mensen gingen reageren, zoals bijvoorbeeld in De Amer, en dat ging gewoon heel goed.’ Fokke: ‘Het spannendste was in mijn thuisbasis Zuidlaren, daar waren veel mensen die we kennen als Erwin Java fans uit Groningen en omgeving en die waren ook erg enthousiast na afloop en tijdens het optreden.’
Ruud: ‘We speelden met Matt Schofield in Terneuzen, die wij als ritmesectie begeleidden, als The King’s Rhythm Crew dus, toen is Stef ook gekomen en heeft hij zelfs nog even met ons meegespeeld.’ Stef: ‘Dat voor het eerst dat ik met hen voor een Nederlands publiek speelde en dat was best zwaar, want niet alleen wilde ik het Nederlandse publiek overtuigen, maar ik moest ook nog eens naast Matt Schofield spelen en dat bracht dus ook extra druk met zich mee. Het was de eerste keer meteen heftig, maar wel leuk!’ Ruud: ‘Dus we deden een aantal try-outs en daar kwamen ook sceptische mensen om te kijken hoe die nieuwe gitarist is. maar ook zij waren bijzonder enthousiast en daarna zijn we studio in gegaan in Enschede, in de Woodstock Studio, een nieuwe studio en toen onze plaat opgenomen. En die hebben we heel erg live ingespeeld.’ Fokke: ‘We hebben nog nooit zo snel een plaat opgenomen als deze.’
Ruud: ‘Life After You hebben we letterlijk in één take opgenomen. De studio-eigenaar was erbij, hij kwam net aanlopen toen we begonnen te spelen. Stef zei vooraf tegen mij “Het is wel een intens nummer”, want het is opgedragen aan zijn vader, “ik kan het niet te vaak doen, want het is heel intens en fysiek erg zwaar” en het is een bijna tien minuten durend nummer, maar het stond er in één keer perfect op. Michiel stond in de wagen te luisteren en zei dat ie echt een traantje moest laten. En gezien alle positieve reacties hadden wij gelijk dat we deze eerste versie behouden hebben. Het was echt bam! het staat er in één keer goed op en dat gevoel hielden we tijdens het hele opnameproces vast. Govert: ‘Van tevoren hebben we ook de bewuste keuze gemaakt om deze plaat anders op te nemen dan we gewend waren. Bij onze vorige platen hebben we ook alles in principe in één keer ingespeeld, als basis. Maar als je de basis inspeelt betekent dit dat bijvoorbeeld de gitaar de basispartij inspeelt en dat later dan pas de gitaarsolo wordt ingespeeld of als ik een pianopartij als basis inspeel, dan weet ik dat daar dan later nog een orgelpartij overheen komt, of andersom. Met andere woorden op die manier ga je al van tevoren anticiperen op wat er later nog gaat bijkomen, terwijl we nu hebben gezegd “zo willen we het niet” en dus hebben we het nu zo hebben ingespeeld zoals we het ook live tijdens de optredens willen gaan brengen, oftewel zoals we het nu in de studio live spelen willen we het later ook op het podium gaan doen. Dus weet Stef nu dat als hij een solo gaat spelen, dat zijn slagpartij wegvalt en dat ik die dan op piano of orgel moet zien op te vangen of als ik een solo speel dan moet hij het op slaggitaar opvangen. Je krijgt een veel organischer geheel, als band kun je dus mee met zo’n solo, dat was heel goed te merken met Life After You, dat hele nummer staat in dienst van de zijn solo. Dit alles betekent dus een andere mindset en je bewust zijn van aan de ene kant de mogelijkheden en aan de andere kant de beperkingen, maar we merkten gelukkig al snel dat dit uitstekend werkt voor ons. En ik moet zeggen dat de producer en de opnametechnicus dit ook voortreffelijk hebben gedaan.’ Fokke: ‘Dit is dan ook de meest pure plaat die we ooit gemaakt hebben.’ Govert: ‘De producer [Phil Martin] heeft heel goed gekeken en geluisterd naar onze vorige platen, wat hij daarop miste of volgens hem anders kon.’ Ruud: ‘Dat dwong ons ook om vooraf al de juiste beslissingen en arrangementen te maken en dus niet dat we gingen stapelen in de studio en dat we daarna wel zagen welke partijen we wel of niet wilden gebruiken. Het moest gewoon kloppen en dat hebben we eigenlijk in het schrijven al meegenomen en wij zijn er heel blij mee zoals het nu geworden is.’

Ruud schrijft alle teksten. Had je die al klaar liggen of hoe werkt dat bij jullie? Tenslotte ben je ook de leadzanger…
Ruud: ‘Soms heb ik teksten klaarliggen die vrijwel meteen in een song in te passen zijn, maar soms ook niet, ik heb verschillende soorten teksten verzameld, zowel complete, half afgemaakte of flarden tekst en als dan iemand van ons met een riff of een melodie komt kijk ik of ik daar een geschikte tekst voor heb liggen, al komt het ook voor dat dit niet het geval is en dat ik dan aan de hand van die melodie en het gevoel dat ik daarmee krijg een nieuwe tekst ga schrijven. Bij de song Love Don’t Come From You, waarover ik het eerder in dit gesprek had, kwam Stef met een melodie en toen dacht ik meteen aan de tekst van dat nummer en toen ik dat een beetje heen en weer gehusseld had kwam dit er ineens uit, wat perfect bleek te passen. Overigens hadden we al eerder een ander nummer gemaakt met dezelfde tekst, maar deze bleek echt op het lijf geschreven te zijn! Wat we ook vaak hebben gedaan is samen lekker jammen en daar ontstaat dan ook regelmatig een nummer uit, zoals Money op de nieuwe cd. We begonnen gewoon en da’s heel grappig, ik was heel moe die dag, was naar Dordrecht gereden om wat te repeteren of zo en toen zaten we bij elkaar en toen begonnen we met een laidback groove en toen kwam Stef met een sound, een patroontje zeg maar, en dat wordt dan iets en vervolgens pak ik dan een tekst en dan proberen we dat en dan blijkt het ineens te werken. En op deze manier hebben we het ook met een aantal andere nummers gedaan, dus helemaal vanuit het jammen met de band en dat vinden wij allemaal heel fijn om te doen. Er ontstaat dan iets heel organisch en heel echt en dan ga ik kijken wat ik daar dan tekstueel mee kan doen. Kortom: het is heel wisselend. Soms heb ik een heel nummer al compleet, dan heb ik al een melodie en een tekst en het idee wat we ermee kunnen doen en dan gaan we daar aan werken, maar soms wordt het ook heel anders dan ik van tevoren had bedacht, wat ook leuk is. We werken nu eenmaal graag samen aan onze nummers, zowel muzikaal als uiteraard ook qua achtergrondzang, iets waarover we ook veel complimenten krijgen. Uit de reacties van pers en fans was ook vaak te merken dat KOTW qua bandsound niet veel veranderd is sinds de wisseling van Erwin naar Stef, wat eens te meer duidelijk maakt dat we op de goede weg zijn gebleven.’
Stef: ‘Saving Grace bijvoorbeeld was eigenlijk al helemaal af, daar hoefde weinig meer aan gedaan te worden.’ Ruud: ‘Dat liedje had ik inderdaad al kant en klaar, het was in feite alleen een kwestie van finishing touches aanbrengen, uitwerken en arrangeren.’ Govert: ‘En dan verander je eigenlijk niets meer aan het liedje. Maar bij onze eerste plaat werkten we eigenlijk veel meer zo, toen waren vrijwel alle liedjes nog niet af en gaandeweg, op de tweede plaat en zeker de vorige, met Erwin Musper in Cincinnati, zijn we steeds meer samen gaan werken. Toen merkten we dat de liedjes die we met z’n allen schreven over het algemeen zeer sterk waren.’ Ruud: ‘Dat komt door de invloed van werken met meer mensen, als ik schrijf dan doe ik dat op een bepaalde manier. Een ballad schrijven gaat me wel goed af, maar als het meer moet rocken of het is een blues of een groove, dan komt het toch beter tot z’n recht als we het samen doen en dat hebben we sinds de een na laatste plaat meer gedaan.’
‘Toen we in Cincinnati waren hebben we ook flink uitgepakt met blazers en gastzangeressen en zo en dat was helemaal te gek, maar dat was zeker onze duurste plaat! Dat was een geweldig mooi project om te doen en we hebben daar ook een geweldige tijd gehad. Al vroegen mensen ons wel waarom de plaat Cincinnati heet, zoals Dudly Taft die vanavond in ons voorprogramma speelt, hij komt daar vandaan en begreep niet waarom. Dus legde ik hem uit dat het voor ons een bijzonder project was om speciaal voor die plaat daarheen zijn gevlogen en in die speciale studio met Erwin Musper als producer hebben gewerkt en dat we daarom de plaat naar die stad hebben vernoemd. En met deze plaat is het uiteraard heel anders gegaan en ook veel minder kostbaar. Onze eerste plaat zit wat dichter bij deze, evenals de tweede.’ Govert: ‘Voor de tweede plaat hebben we heel veel nog in de studio geschreven, toen waren heel veel dingen nog niet af, pas in de studio kwamen we tot de uiteindelijke arrangementen.’
Ruud: ‘Bij Cincinnati hadden we ook al gezegd dat we alles in de studio live gingen spelen, de basis dus, en daarna kwamen dan de juiste zangpartijen en de overdubs van toetsen en gitaar en later de blazers en achtergrondzangeressen.’ Fokke: ‘Met deze plaat is het dan ook geweldig dat we daar in feite net zo spelen als op het podium, da’s echt geweldig, puur en organisch en live klinkt het dan ook vrijwel net zoals op de plaat en dat zonder dat we studiotrucjes hebben gebruikt, dat is eigenlijk het geheim van Connected, dat het live net zo klinkt als op de plaat.’
Ruud: ‘Met de tweede plaat, KOTW, moesten we nog echt uitzoeken hoe we die nummers live gingen brengen, omdat we die nog niet live hadden uitgeprobeerd. Iets wat we met Cincinnati wel zeker hebben gedaan. Het is sowieso van tevoren te bepalen hoe nummers live uit de verf komen, maar bij dit album is dat geen enkel probleem, we kunnen alle tien nummers live spelen, ook al zijn die versies vaak wel langer dan op de plaat, maar dat is logisch als je voor publiek speelt.’

In hoeverre is het nu anders werken met Stef dan voorheen met Erwin?
Stef: ‘De taalbarrière is natuurlijk sowieso een probleem [luid gelach van de anderen]’ Govert: ‘Eigenlijk is er weinig verschil, want wij hebben altijd zo gewerkt en dat is dus compleet vergelijkbaar.’ Ruud: ‘Een van de redenen waarom wij besloten hebben om door te gaan is dat we ons realiseerden dat we nog steeds deze ritmesectie hebben en de toetsenpartijen van hem en niet te vergeten onze driestemmige zang, dus het grootste deel van de band stáát nog gewoon èn minstens zo belangrijk: we kunnen het nog altijd heel goed met elkaar vinden en dus was er eigenlijk geen moment waarop we dachten dat we maar beter konden stoppen na het vertrek van Erwin. En ja, je krijgt een iets andere gitaarsound en door de komst van Stef hebben we ineens een andere inbreng. Hij is net weer iets anders ritmisch en daardoor konden we het organisch live inspelen heel goed konden doen. Vanaf het eerste moment was het meteen spelen en pats… spot-on!’ Govert: ‘Toen we met elkaar begonnen gingen we meteen met elkaar overleggen, toen met Erwin was immers alweer zeven jaar geleden. En zowel Erwin als wij waren het er meteen over eens: we gaan alleen maar eigen nummers schrijven en slechts af en toe een cover die we allemaal mooi vinden, maar de hoofdmoot wordt eigen werk en dat hebben we sindsdien altijd gedaan en dan krijg je een sound waarvan iedereen één-vierde deel uitmaakt. Dus in totaal vier-vierde en als er dan een uitvalt, dan houd je toch nog gewoon drie-vierde over. En het is heel vaak zo in een band dat de sound bepaald wordt door één persoon en als die wegvalt moet je je afvragen of het daardoor nog wel die band is… en in deze band viel er maar een-vierde weg, zo voelt het overigens niet, maar in de sound is het wel zo, maar bleef er heel veel over van de King Of The World sound.’

Het live repertoire is neem ik aan een combinatie van het nieuwe album en een selectie uit de vorige drie?
Ruud: ‘We spelen veel van het nieuwe album, eigenlijk alles, en daarnaast inderdaad zeg maar oude nummers. Maar we houden er vooral van om nummers te spelen die we met Stef geschreven hebben, want dat voelt toch het fijnste. Er is maar één nummer waarvan we meteen gezegd hebben: die doen we niet en dat is Can’t Go Home, want dat is de klassieker die te zeer gelinkt was aan Erwin en het verhaal over Cuby en die lange gitaarsolo en dat hing zó aan Erwin, dat wij het heel onnatuurlijk vonden om deze te doen met een andere gitarist, om hem na te bootsen of zo en dat vinden wij niet nodig. En alle andere nummers kunnen we gewoon spelen.’
Stef: ‘Het is ook een uitdaging voor mij om in die oude nummers een eigen solo te bedenken en bewust niet die van Erwin na te spelen. Ik ben altijd wel gek op blues geweest, maar had het al een paar jaar niet meer live gespeeld en het is iets heel anders dan een ander genre spelen, het is toch vaak erg gevoelig en eerlijk gezegd ben ik na een optreden met KOTW ook echt moe dan als ik met een gewoon bandje speel, want het is veel intensiever met deze band, dus aan het eind van de avond voel je dat dan ook echt!’ Ruud: ‘Och, och, och, wat heb jij het toch zwaar jongen!’ Stef: [zogenaamd bijna huilend] ‘Soms heb ik het zo moeilijk! Nou ja, ik kan natuurlijk niet opboksen tegen de tientallen jaren ervaring van deze mannen.’ [hilarisch gelach van de anderen]

Jullie wonen alle vier in een ander deel van het land. Hoe doen jullie het met repeteren bijvoorbeeld?
Ruud: ‘Da’s wel grappig, want veel mensen vragen ons dit. Ik antwoord dan altijd dat wij niet repeteren. We zijn zo ervaren en spelen zo veel dat wij niet hoeven te repeteren. We komen alleen bij elkaar bij het schrijven, zoals in het begin met Erwin, toen gingen we bij elkaar zitten en al snel hadden we een volledig repertoire met alleen eigen werk en sindsdien is het alleen met nieuw werk dat we samen komen.’ Stef: ‘Sinds ik erbij ben komen we samen in Dordrecht of hier in de buurt, nooit in België overigens. Eerst woonde ik in Rotterdam, waar ik studeerde en sindsdien reizen we het land door. Tegenwoordig woon ik in de buurt van Roosendaal, maar net wel in België.’ Ruud: ‘We zouden je dus bijna een Nederlandse bluesgitarist kunnen noemen!’ Stef: ‘Als je geen zin hebt om kilometers te maken, dan moet je ook niet in een band gaan spelen.’ Fokke: ‘We komen ook niet voor één dag bij elkaar om aan nieuwe nummers te werken, het wordt al snel een heel weekend of een kleine week of whatever. Dan blijf je er ook pitten en dan kan het gebeuren dat iemand om drie uur ’s nachts ineens een inval krijgt en dan kan dat ook gewoon natuurlijk, ook omdat we dan ver van de bewoonde wereld af zitten.’ Govert: ‘En het is ook een mindset hè? Hoe serieus neem je datgene wat je doet. Dus als we een weekendje afspreken te gaan schrijven, dan verwachten we ook van elkaar dat we ons goed hebben voorbereid, dus dan heb je niet van “hoe zat dat ook alweer?” maar hebben we ons super serieus voorbereid. En als een van ons met een cover aankomt dan zorgt hij ervoor goed voorbereid te zijn en die song aan de rest doorstuurt en dan spelen we die cover dan een paar keer tijdens de soundcheck en dan zit ie er doorgaans wel goed in. Je moet dus een ervaren muzikant zijn om zo te werken, maar gelukkig zijn we dat allemaal, ook Stef ondanks dat ie nog zo jong is.’ Stef: ‘Ik ben heel jong begonnen met live spelen. Mijn eerste live show met elektrische gitaar was toen ik twaalf was, of dertien.’ Ruud: ‘Omdat ie al zoveel ervaring was heeft ook zeker meegespeeld om met hem in zee te gaan. En onze eerste gezamenlijke show was ergens in Noord-Duitsland en dan zit je acht uur lang met elkaar in een busje en als er iets is waardoor je elkaar leert kennen dan is het wel om acht uur met elkaar in een busje doorbrengen en als je daarna nog steeds goed met elkaar door één deur kunt dan zit het wel goed en dàt is wel gebleken!’

Jullie albums komen op het eigen KOTW label uit. Waarom niet bij een platenmaatschappij?
Ruud: ‘In principe brengen we ze zelf uit en in het buitenland werken we met lokale distributeurs, zoals in Duitsland.’ Fokke: ‘De maatschappij, dat zijn wij!’ Ruud: ‘Tegenwoordig heb je natuurlijk ook te maken met de Spotify’s van deze wereld en in Amerika heb je bijvoorbeeld CD Baby, een digitale en fysieke album distributeur voor over de hele wereld. We verkopen dan ook aan landen als IJsland en Hong Kong bijvoorbeeld en daar krijgen wij dan weer reacties van mensen die onze cd’s hebben gekocht.’ Fokke: ‘Als je bijvoorbeeld in Mongolië twee cd’s verkoopt, dan sta je daar meteen op nummer één!’

Met King Of The World spelen jullie zo te zien gemiddeld twee keer in de week. Wat doen jullie de rest van de week?
Ruud: ‘We hebben nu een nieuwe plaat uit en die willen we promoten door middel van optredens en zodra je als band een nieuw album uit hebt, zeker als die ook nog eens goed besproken wordt in de media, dan willen boekers je graag hebben. Dus eigenlijk moet je zoveel mogelijk platen maken en daarmee touren, al moet je ook weer niet teveel door ons land optreden, want dan is de kans groot op overkill. Maar buiten dat zijn we ook veel op pad als The King’s Rhythm Crew als begeleiders van verschillende buitenlandse muzikanten die zodoende geen dure eigen band hoeven mee te nemen, zoals Jon Amor, Matt Taylor & Sean Webster en Matt Schofield. We hebben ook getoerd met JB Meyers bijvoorbeeld. We doen dat met z’n drietjes, dus als uitgebreide ritmesectie en we vinden dat erg leuk om te doen en het houdt ons ook van de straat natuurlijk, haha!’

Govert: ‘Maar schnabbelen, wat we vroeger wel deden, doen we eigenlijk niet meer. Ik doe er nog wel veel optredens ernaast, met allerlei koren bijvoorbeeld, maar daarbij is het gewoon de regel dat als er een KOTW show tussendoor komt, dan komt er een vervanger van mij, want KOTW heeft gewoon prioriteit. Stef werkt veel met Belle Pérez, die echt een grote naam heeft in België, maar ook daarmee heeft hij de afspraak dat een KOTW show de prioriteit heeft.’ Stef: ‘Dat weten ze natuurlijk en ook kennen ze KOTW niet overal in België, dit is de afspraak en daar zijn ze mee akkoord gegaan.’

Ruud: ‘De prioriteit voor ons ligt dus bij KOTW en alle andere zaken zijn bijzaak. Omdat we de komende anderhalf jaar Fokke moeten missen hebben we voor hem een vervanger moeten zoeken.’ Fokke: ‘Ik ga die tijd op pad met de nieuwe theatershow Blues & Americana van Johan Derksen, die minstens anderhalf jaar gaat duren, want nu al zijn de meeste shows uitverkocht, dus er komen ongetwijfeld nog meer bij. Ik speel dan onder meer met Erwin Java en de jongens hebben inmiddels een andere drummer gevonden die mij vervangt zolang ik met de Derksen tour op pad ben. Het is hartstikke leuk om te doen en het is voor mij dan ook geen optie om in dit geval KOTW de voorrang te geven en dus hebben we een prima vervanger gevonden in de persoon van Marlon Pichel, die je misschien wel kent van Bourbon Avenue, hij is een zanger/drummer uit Rotterdam. Want dat heen en weer schipperen is voor niemand goed. Het zijn nu al zoveel shows, dat is simpelweg niet te combineren met KOTW en dus hebben we het in goed overleg op deze manier opgelost.’
Ruud: ‘Volgend jaar gaan we als The King’s Rhythm Crew met Matt Schofield naar Duitsland en Denemarken en dat zal dan ook zonder Fokke zijn.’

Website King Of The World

Lees ook :