PhilippeM

Moulin Blues 2013
Ospel
3 en 4 mei 2013

Tekst: Frank Schatorjé/ Foto’s: Bert Lek
Voor meer foto’s, zie fotoalbum Bert

De 28e editie van het Moulin Blues festival was vooraf voor mij vooral nieuwsgierigheid, want ik had veel bands die op het affiche staan nog nooit op het podium gezien. Het weer was fantastisch op beide dagen, wat in ieder geval al mooi was want tussen de optredens door lekker loungen in de zon met een potje bier was een heerlijk tijdverdrijf. Maar nu naar het festival, 2 dagen en beide dagen 2 podia.

RevPeyton

Op vrijdag 3 mei was de aftrap voor The Reverend Peyton’s Big Damn Band, die met hun roots getinte muziek, country, gospel, blues en folk in een draaikolk, een swingende aftrap bezorgden. In de kleine tent, het Moulin Blues Café, stonden de Hoodoo Monks als vervanger van Ralph de Jongh. De Hoodoo Monks maken blues puur en rauw, zoals het bedoeld is. Het echte bluesgevoel komt binnen door hun puurheid, een opzwepende opwarmer voor het steeds meer toestromende publiek. Op het hoofdpodium had ik hoge verwachtingen van Nathan James and The Rhythm Scratchers. Nathan James kon de vibe maar niet te pakken krijgen, dit was ook te merken aan de lauwe reacties van het publiek. Technisch was het niet slecht wat er gespeeld werd, maar nog allemaal net iets te licht voor het grote podium. Hij werd in zijn optreden bij enkele nummers ondersteund door mondharmonicaspeler Stephen Hanner van The Delta Saints, dit gaf wat meer dynamiek in het optreden.

Carolyn Wonderland, een artieste die voor mij nog onbekend was, mocht me verrassen, want de indrukken op You Tube en CD waren erg goed. Met covers van The Band “Don’t Do It’ en een prachtige uitvoering van Alice Cooper’s “Only Woman Bleed” afgewisseld met een aantal eigen nummers wist ze me te pakken. Haar muziek hield een beetje het midden tussen Beth Hart en Bonnie Raitt. In het café was het de beurt aan Philippe Ménard, die de sfeer die de Hoodoo Monks neer zette verder doorzette met opzwepende akoestische blues. Op deze vrijdag net iets te weinig afwisseling in het Moulin Blues Café, maar wel het echte Juke Joint gevoel!

Popa Chubby

Met Popa Chubby stond er letterlijk en figuurlijk een zwaargewicht op het podium. Door zijn gewicht half zittend op een kruk met zijn gitaar op zijn imposante buik, zorgde hij voor een snerpend en spetterend bluesrock intermezzo. In zijn fel scheurende solo’s rees hij omhoog en liet hij met zijn stijl Hendrix herleven. Nummers van zijn nieuwe album “Universal Breakdown Blues” kwamen overtuigend voorbij, naast bekende covers zoals “Hey Joe” en een gepassioneerde uitvoering van “Halleluja”. Een overbodige cover was er ook, met “Over The Rainbow”, vergeef het hem, het is altijd mooi te beleven hoe Chubby zich helemaal geeft aan zijn publiek! De slotakkoorden van de vrijdagavond waren voor The Delta Saints. Roots, Blues uit de Mississippi delta in een modern sausje. Jonge muzikanten die veel in hun mars hebben en twee uitstekende albums hebben uitgebracht. Het geluid was erg hard en snerpend, wat me bij het geluid van deze band een beetje tegen stond. Een pakkende set, muzikaal gezien, maar ook hier lukte het niet zo het publiek “te pakken”. Jammer dat hun kwaliteiten, die er beslist zijn er niet overtuigend uitkwamen.

Op zaterdag 4 mei een vol programma, met acht acts op het hoofdpodium en drie in het Moulin Blues Café, effe doorzetten om dit allemaal in een verslag terug te laten komen.

Het hoofdpodium opende met Sugar Boy & The Sinners, een mooi begin van deze warme 4 mei. Swingend, met rockabilly en bluesschema’s laat dit talenvol kwartet de “lage landen’ een poepie ruiken. In het Moulin Blues Café was de Chicago blues van Robert Fossen & Peter Struijk te genieten. Niet voor niets al eerder gehuldigd door de Dutch Blues Challenge. Talentvol, boeiend en on-Nederlands. Voor mij was het hoogtepunt al vroeg in de zaterdag. De uit San Francisco komende Monophonics waren een ware sensatie, soul, blues, funk, jaren 60, eigentijds swingend, ze pasten eigenlijk nergens in geen enkele hokje, kortom origineel en een meesterlijke live-act. De combinatie van het overweldigende trombone en trompet geluid van Ryan Scott en Alex Baky , met samenzang en uitstekend op elkaar ingespeelde muzikanten maakt het ruim 60 minuten genieten. De drijvende kracht is zeker hammond speler en zanger Kelly Finnigan, wat een passie en vuur!

IMG_4841

De Andy T Band met Nick Nixon en Anson Funderburgh kende een podiumbezetting met veel muzikale ervaring en historie. Afwisseling in de gitaarsolo’s van Andy Talamantez en Anson Funderburgh was er volop, daarbij de onderhoudende soulvolle stem van Nick Nixon. Onderhoudend bleef het, mooie, swingende blues, zonder echte hoogtepunten. Daarentegen speelde Doghouse Sam & His Magnatones een originele, drijvende energieke act. De kleine tent stroomde vol en bleef vol, een waar eerbetoon aan de sound van dit sterk musicerende trio. Nikki Hill, verscheen in een gouden glinsterende jurk, getooid met een hoge haarband op het podium, zonder er ook maar een noot gepeeld was gebeurde er iets op het podium. Een zeer talentvolle diva zong naar hartenlust op blues, soul en blues geënte songs. Naast haar de gedreven CC Jerome en de Jetsetters en echtgenoot Matt Hill op gitaar. Jerome en Matt Hill zochten elkaar op in de gitaarduels, maar we zullen denk ik nog veel gaan horen van Nikki Hill, want zij heeft zeer veel talent.

Met CJ Chenier & Red Hot Louisiana Band heerlijke zydeco op het podium. Dat een “zoon van” ook talent heeft is hiermee wel bewezen. Qua muziekstijl een mooi intermezzo en prettige variatie op het grote podium. De zydeco traditionals als “Tout Tout” kwamen voorbij en de danssfeer ook door het zonnetje en nodig glas bier. Dan weer naar het Moulin Blues Café, waar een volledig onbekende act op het podium stond. In vijf minuten maakte deze act echter een zodanige verpletterende indruk dat deze nooit meer uit mijn hoofd zullen verdwijnen. Larry & His Flask was zo’n beetje Mumford & Sons meets The Sex Pistols. Samenzang, bassist vol adrenaline en een kale bebaarde gitarist aan beide zijden van het podium trokken voortdurend de aandacht. Met dit soort acts bewijst Moulin Blues zijn goede en gedurfde programmering.

Walter

Curtis Salgado, een man met ervaring en gevoel voor show. Hij had echter de pech dat het publiek al veel goeds op de bühne had gezien. Het optreden ging eigenlijk voorbij, zonder hoogte-en dieptepunten. Ook de respons was een beetje matjes. Ik had eigenlijk iets meer verwacht van dit optreden. Walter Trout, voor de derde keer op Moulin Blues en ook deze keer écht met foto op het affiche, deed waar hij goed in is, een wervelende bluesrock show met veel solo’s en scheurende gitaarpartijen. Het slotakkoord was voor Southern Hospitality, een waardevolle afsluiter die deed waar ze goed in zijn, het New Orléans swampgevoel overbrengen door muziek.

De editie 2013 had een ijzersterke zaterdag en een rustige vrijdag. Een zonovergoten Ospel en wederom een breed toegestroomd publiek. Kortom de organisatie, programmering en al zijn vrijwilligers hebben een dik vet compliment verdiend. Tot volgend jaar.