Harvest-Jazz-and-Blues-2015

25ste Harvest Jazz & Blues Festival 2015
Fredericton, New Brunswick Canada
15-20 september 2015

Ingestuurd verslag, tekst en foto’s: Jules Terlingen

Gezien: Florence K, The Mellotones, JJ Grey & Mofro, Galactic, Theresa Malenfant & The Instigators, Keith Hallett Band, The Nth Power, Michael Franti & Spearhead, Matt Andersen, Matt Minglewood, Canned Heat, Waylon Thibodeaux, Hot Toddy (reunion), Steve Hill, North Mississippi Allstars, Charles Bradley & His Extraordinaires, Joe Russo’s almost Dead, Alex Bailey Band, Eden Brent.

Het Harvest Jazz & Blues Festival is in 1991 opgericht om een podium te geven aan talentvolle jazz en bluesmuzikanten van de Maritimes (zoals de staten New Brunswick, Nova Scotia en het kleine Prince Edward Island aan de oostkust van Canada worden genoemd).
In de loop van de jaren is het festival uitgegroeid tot een flink evenement waar gedurende vijf avonden en drie middagen (plus een wat katerige zondagmiddag) op zevenentwintig podia zo’n honderdvijftig optredens plaatsvinden (waarvan achttien uit de VS), waar vierhonderd muzikanten aan meedoen en vijfentachtigduizend bezoekers op afkomen (althans in 2014).

Tussen het enorme aanbod van zomerfestivals in Europa en de VS valt ‘Harvest Blues’ nauwelijks op maar ik viel onmiddellijk voor de programmering van Matt Andersen die ik graag in zijn natuurlijke ‘habitat’ wilde zien spelen (hij komt uit New Brunswick) en voor de oudjes van Canned Heat.

Daarnaast stond een reeks podiumbeesten geprogrammeerd die ik ook graag live wilde meemaken: JJ Grey & Mofro, Galactic, Michael Franti & Spearhead en the North Mississippi Allstars. Bands die al in Nederland te zien zijn geweest (en door Blues Magazine besproken) maar door mij gemist.

Het aandeel jazz dat ik heb kunnen zien kwam van de Frans-Canadese jazzpianiste en zangeres Florence K. Een geweldige stem, een enorm bereik, speelt fantastisch piano en zingt met ongelofelijk veel energie en plezier in het Frans, Spaans en Engels. Stevig begeleid door drie man op bas, drum en gitaar. Veel eigen werk van ‘You’re breaking my heart’ (haar laatste album uit 2013), aanstekelijke bossanova van haar album ‘Bossa Blue’ uit 2006, afgewisseld met eigen swingende versies van jazzklassiekers als Summertime, Love Me Or leave Me, dat werk. Ik was, vanaf de tweede rij, ook erg onder de indruk van haar intrigerend benenspel dat alle kanten opgaat; ze wipt en wiegt en draait op haar krukje met alles wat ze heeft, zo intens beleeft ze haar improvisaties of die van haar bandleden. Het maakt haar optreden op een mooie manier theatraal. Haar moeder Nathalie Choquette is operazangeres, misschien heeft ze het daar van meegekregen.

Mocht deze bijzondere jazzpianiste en zangeres ooit naar Nederland komen, gaat haar zien. Tenminste, als de zaal niet al te groot is, anders mis je de helft.

The Mellotones on HJB 2015 (JT)

Jeff Mosher (Mellotones) HJB 2015 (JT)

De volgende avond was het de beurt aan The Mellotones uit Halifax om in de grootste Bluestent het festival te openen. ‘Harvest Blues’ koestert haar talenten uit de Maritimes, The Mellotones horen daar zeker bij. Ze staan erg vroeg geprogrammeerd, half zeven in de avond. Dat blijkt een bewuste keus: het festival heeft dit jaar voor het eerst, ‘op verzoek van het publiek’ de hoofdacts qua tijdstip naar voren gehaald. Dus moet iedereen eerder aantreden, soms voor een half volle tent. Voor The Mellotones geen probleem, ze spelen beter, overtuigender, swingender èn zuiverder dan de laatste keer dat ik ze zag, op het Moulin Blues festival in het Limburgse Ospel. Toen werden ze speciaal voor dat optreden uit Nova Scotia ingevlogen als begeleidingsband van Matt Andersen. Dat optreden viel me, op de finale na (With a little help from my friends) enigszins tegen. In Fredericton speelden ze van begin af aan met een enorme bak energie. Zanger en saxofonist Jeff Mosher blijkt behalve een geweldige stem over ongelofelijk veel energie te beschikken. Een paar maanden geleden in Ospel niks van gemerkt. Misschien omdat ze nu een thuiswedstrijd spelen, hoedanook, een feest om ze weer live mee te maken, een mooi stel jonge muzikanten.

Bluestent Inside HJB 2015 (JT)

Twee dagen later, het is zes uur in de avond en nog altijd bloedheet in Fredericton. Het kookt bijna in de stampvolle Bluestent die ontploft als Matt Andersen het podium op komt. Een oorverdovend gejuich houdt minuten lang aan. Andersen is hier letterlijk en figuurlijk bijna thuis. Hij is als jonge gast in 2002 op dit festival zijn carriere begonnen en komt uit de buurt: hij is zo’n honderd kilometer verderop in Bairdsville geboren, voor Canadese begrippen een afstand van niks. Hij is ‘hun’ held en inmiddels de belangrijkste international van de Atlantic Coast Blues (waartoe soms voor het gemak ook Ray Bonneville wordt gerekend, die uit Quebec komt).

Hoewel Matt Andersen solo stond aangekondigd heeft hij twee man bij zich: gitarist Paul Rigby (coproducent van Andersens laatste album ‘Weightless’, waar Rigby ook op meespeelt) en multi-instrumentalist Darren McMullen (mandoline, bouzouki, banjo en basgitaar). Beide heren kennen Andersen goed, ze spelen vaker samen, in allerlei samenstellingen en komen ook uit de buurt (Rigby duikt trouwens ook regelmatig op bij The New Pornographers, de band met de Amerikaanse singer-songwriter Neko Case).

Matt Andersen HJB 2015 (JT) (2)

Paul Rigby, Matt Andersen, Darren McMullen on HJB 2015 (JT)

Hij staat op dit podium niet anders dan in het kleine muisstille zaaltje van het Witte Paard in Vreewijk, Rotterdam, waar ik Andersen een paar jaar terug voor het eerst zag spelen. Daar luisterde een man of tachtig aandachtig, met een beleefd en beschaafd applaus na elk nummer. In deze kolkende afgeladen tent vol joelende fans voelt Andersen zich netzogoed op z’n gemak. Hij lijkt het allemaal normaal te vinden, ik weet niet wat ik meemaak. Het verschil met zijn optredens in de Nederlandse café’s en buurthuizen kan niet groter.

Er is een bijna magisch contact tussen Andersen en het publiek, ook bij de langzamere nummers als Coal Mining Blues, So Gone Now en She Comes Down – dat laatste nummer in de allermooiste uitvoering die ik live van hem heb gehoord, dankzij prachtig werk van Rigby en McMullen op gitaar en mandoline.

Matt Andersen HJB 2015 (JT)

Andersen grossiert in prestigieuze bluesprijzen uit de VS en Canada maar vindt zich zelf geen uitgesproken bluesmuzikant. Zit iets in, maar zijn ballads bezingen the blues, zonder meer. Alberta Gold, One size never fits, She comes down, Make you stay, So gone now. Voor Aint no sunshine geeft hij Rigby en McMullen even vrij en speelt hij deze bekendste cover uit zijn repertoire alleen. Nummers als deze heeft hij overgehouden uit de tijd dat hij nauwelijks eigen songs had en in New Brunswick en Nova Scotia in de café’s over een breed repertoire wilde beschikken. Zijn versie van With a little help from my friends komt ook uit die tijd (de prachtige finale op Moulin Blues). Hier op ‘Harvest Blues’ speelt hij dat nummer niet, wel zijn eigen Devils Bride waar hij zijn concerten vaker mee afsluit. Alleen hoeft hij hier het publiek niet te vragen mee te zingen, dat gebeurt spontaan en massaal. Een toegift zat er niet in, ondanks hevige protesten van het publiek. Er moet snel worden omgebouwd.

Binnenkort gaat Matt Andersen opnieuw de studio in. Ongetwijfeld volgt er een tour waarin hij Nederland weer aandoet. Maar ik ben blij dat ik hem op ‘zijn’ Harvest heb gezien, het was de reis waard.

In de Bluestent maakt men zich klaar voor Colin James, die andere bij het grote publiek bekendere Canadese bluesmuzikant uit Saskatchewan. Ik hoop die nog eens in Nederland te zien, ik wil Canned Heat meemaken in de andere, iets kleinere Mojotent.

Dale Spalding (Canned Heat) HJB 2015 (JT)

Canned Heat, geweldig om die kerels aan het werk te zien. Nog los van de voorpret die ik heb gehad: de nummers opnieuw opgezocht en grijs gespeeld, in een grote amerikaan langzaam rijdend over lege snelwegen, goin’ up the country, een jongensdroom revisited. On the road again, Lets work together, So Sad, Future Blues, Goin’ up the country, Have a good time en uiteraard Fried Hockey Boogie.

De kracht is er misschien wat uit, John Paulus is Alan Wilson niet, is ook geen countertenor, de dwarsfluit doet het allang niet meer (Spalding speelt die partijen op de mondharmonica), langer dan een uur gaat niet, het maakt me niks uit. De afgeladen tent vol opvallend veel jong publiek (die dus niet voor Colin James hebben gekozen of er niet meer bij pasten) is dolenthousiast en zingt alle nummers woordelijk mee. Wat is hier aan de hand? Heb ik iets gemist? Bij ‘we might even leave the USA’ propt Paulus daar ‘and go to Canada’ achter, dan heb je sowieso de hele tent Canadezen mee. Applaus voor Adolfo ‘Fito’ de la Parra (nog altijd) op drums, Larry ‘The Mole’ Taylor (nog altijd) op basgitaar, Dale Spalding op harmonica, gitaar en zang en John ‘JP’ Paulus gitaar en zang, hij vervangt gitarist Harvey ‘Snake’ Mandel die al maanden ernstig ziek is.

Larry Taylor (Canned Heat) HJB 2015 (JT)

John Paulus (Canned Heat) HJB 2015 (JT)

En op de laatste avond zag ik wat mij betreft de twee grootste verrassingen van het festival: Steve Hill en een band met de intrigerende naam Joe Russo’s Almost Dead.

Steve Hill is een jonge Canadese bluesgitarist en zanger met een fenomenale live act. Op het podium staat een vat adrenaline in de gedaante van een jonge muzikant, de zoon van de duivel die zijn vader op de hielen zit. Hij zingt, speelt gitaar, schopt tegen de drums, gooit zijn gitaar tegen de bekkens, doet alles in zijn eentje. Dat wil zeggen, samen met een assistent die aan de zijlijn de gitaren stemt en aangeeft of tijdens het spelen een stuk slagwerk op Hill z’n gitaar monteert. Als de man een fout maakt door dat een halve seconde te laat te doen reageert Hill als een woedend roofdier dat de greep op zijn prooi dreigt te verliezen; hij wil het snel toestromende publiek dat op zijn woedende blues afkomt in zijn greep houden. Voornamelijk met eigen werk van zijn laatste album ‘Solo Recordings Vol 2’ (besproken in Blues Magazine) en een paar ‘Steve Hill versies’ van anderen. Ik herkende een nummer van Ray Bonneville, die andere, veel oudere, blueszanger uit Quebec en ooit, net als Hill dit jaar, winnaar van de ‘Juno Blues Award’ voor het beste Canadese bluesalbum.

Hill is een graag geziene gast op de grote bluesfestivals in Canada maar volgens mij nog niet in Nederland te zien geweest. Het zou mooi zijn als dat nog eens gebeurt.

Officers Square HJB 2015 (JT)

Rond middernacht stond een opvallend rustige Steve Hill samen met zijn vriendin tussen datzelfde publiek te genieten van Joe Russo’s Almost Dead. Een prachtige afsluitende topact, een van de hoogtepunten van het festival. Althans, waar ik bij was. Ben ik hier, dan niet daar… Colin James, The Soul Rebels, Amy Helm, Raoul & the Big Time, ik had ze best willen zien maar na een eenmaal gemaakte keus denk ik daar niet meer over na.

Joe Russo’s Almost Dead is een gelegenheidskwintet jonge, zeer talentvolle muzikanten uit Brooklyn, New York, die hun onvoorwaardelijke liefde voor de muziek van Grateful Dead delen en dat elk optreden weer vieren met een waanzinnig concert van bijna twee uur.
Ik ben geen Deadhead, nooit geweest. Wel een groot liefhebber van bands die met ongelofelijk veel energie en ontembaar veel plezier in staat zijn op zo’n hoog niveau live kunnen jammen.

Joe Russo’s Almost Dead speelt de rete-ingewikkelde, minstens twintig minuten durende prachtige composities van Grateful Dead in nieuwe, virtuoos gespeelde improvisaties. Moeiteloos, met een bijna magische onvoorspelbaarheid en een boosaardig en gekmakend gemak. Het publiek, het grootste deel te jong om Grateful Dead te hebben meegemaakt, ging er volledig in mee. Alsof de afgeladen Bluestent massaal in een soort hallucinerende groove terechtkwam. Joe Russo is de aanvoerder en gangmaker van het stel en een van de meest strakke en energieke drummers die ik ooit aan het werk heb gezien. Ik heb trouwens ook nog nooit een bassist zijn instrument zien hanteren als een sologitaar zoals Dave Dreiwitz dat kan. En wat Marco Benevento allemaal uit zijn keyboards tovert is pure magie.

Joe Russo’s Almost Dead maakt het ‘Dead-jammen’ na vijftig jaar opnieuw tot kunst. Geen doorsnee tribute band, deze Joe Russo ís Grateful Dead. Het zou mooi zijn mocht het een programmeur lukken deze gasten uit New York uit al hun eigen samenwerkingsverbanden los te weken en naar Nederland te halen. Ze bezorgen elk publiek gegarandeerd een onvergetelijke jam avond en een prachtige ervaring, Grateful Deadhead of niet.

De andere grote publiekstrekkers van het festival, althans die ik heb gezien (moest kiezen!) JJ Grey & Mofro, Galactic, The Nth Power, Charles Bradley & His Extraordinaires, Michael Franti & Spearhead en North Mississippi Allstars (behalve de laatste allemaal eerder te zien geweest op ‘Harvest Blues’) deden dit festival wat van ze werd verwacht. Veel bekend werk, veel contact met het publiek. Vaak letterlijk tussen het publiek.

Michael Franti HJB 2015 (JT)

J Bowman (Michael Franti & Spearhead) HJB 2015 (JT)

Bij Franti en NMA is dat een vast onderdeel van hun act. Michael Franti stond (nog altijd op blote voeten) langer in de zaal dan op het podium; hij doet, als de stemming er goed in zit, ook ruimhartig aan publieksparticipatie- nodigt jonge meisjes uit met hem mee te zingen, stoere kerels, bejaarden, iedereen die enthousiast genoeg is mag op het podium of op een picknicktafel in de zaal met hem meedansen of als koortje dienen. Met zijn enorme lading positieve energie genereert hij bij elke somber verhaal een grote glimlach: Zing! Leef! Dans! Daarmee lijkt zijn boodschap (want die heeft hij) belangrijker dan de muziek. Zijn stem kan zo’n mega tent nauwelijks aan, is ook niet altijd even vast of zuiver. Het publiek heeft er maling aan, het is feest. Alle handen gaan (op aangeven van Franti) voortdurend de lucht in.

Ook bij JJ Grey & Mofro en aansluitend Galactic staat de tent in no time op z’n kop. JJ Grey is een bekende in het Nederlandse circuit, hij was afgelopen voorjaar nog hier, Galactic vorig jaar op NSJ.

JJ Grey on HJB 2015 (JT)

Corey Henry (Galactic) HJB 2015 (JT)

Erica Falls (Galactic) HJB 015 (JT)

Galactic met als standplaats New Orleans, is een snoeiharde funk/hiphop/rock/blues/jazzband. Drummer Stanton Moore (nu in Europa op tournee met saxofonist Maceo Parker) viel me het meeste op, ik doe daarmee de andere leden ongetwijfeld te kort. Een vaste leadzangeres hebben ze niet, op ‘Harvest Blues’ was dat Erica Falls (New Orleans). Galactic bracht onlangs een nieuw album uit, ‘Into the Deep’ waar een scala aan bekende jazz blues soul en funk musici heeft meegewerkt, waaronder Mavis Staples en JJ Grey (besproken in Blues Magazine).

The Nth Power, een jonge band uit New Orleans, hebben een paar covers van Steely Dan op het repertoire om de zaal te laten meezingen; Reeling in the Years, Aja, Do it again. Dat was fijn, lang niet gehoord. Een stel goeie muzikanten, stevige funkband maar nog zonder eigen geluid lijkt het. Komt nog, denk ik? Ze bestaan nog niet zo lang (2012).

En Charles Bradley, tja. Aangekondigd als king of soul, master of r&b, opkomend als allergrootste ster van het universum: heel veel tranen, nog meer verdriet en veel pijn. Allemaal even oprecht, Heartaches and Pain, The World is Going Up In Flames, Aint it a Sin, maar ik vond die overdaad aan snikken, wereldleed, glitterkostuums en weidse gebaren vooral vermakelijk. Meer dan dat zijn muziek mij raakt of ontroert. De begeleidingsband is sterk, steengoeie muzikanten, ze zijn het vangnet voor Bradley.

En tot slot, van vrijdag tot en met zondag had dit festival ook ’s middags een behoorlijk uitgebreid (gratis toegankelijk) programma. Voor mij een mooie gelegenheid om een paar acts te zien op ‘Officers Square’ die ik anders zou hebben gemist in het overvolle avondprogramma.

Waylon Thibodeaux on HJB 2015 (JT)

Waylon Thibodeaux, ‘Louisiana’s rockin’ fiddler’, onvervalste cajun met een ‘pinch of New Orleans’ swamp pop’, een van de vaste gasten op ‘Harvest Blues’. Zijn optreden verraadt een jarenlange ervaring als ‘straatmuzikant’ in Bourbon Street, New Orleans. Wie een menigte op straat aan het dansen wil krijgen moet deze fiddler uit Louisiana met zijn band vragen langs te komen, succes verzekerd.

De uit Dieppe, New Brunswick, afkomstige rauwe blues singer-songwriter Theresa Malenfant is uit ander hout gesneden. Met feestelijke gezelligheid moet je bij haar niet aan komen. Hoewel het volgens Malenfant zelf ‘al zeker vijfentwintig jaar geleden is dat ze in de gevangenis heeft gezeten.’ Haar houding lijkt in die jaren niet veranderd, bekt iedereen af, laat zich niks zeggen en verlaat op gegeven moment de set zonder een woord, de rest van de band in verwarring achterlatend. Maar wat een blues.

Theresa Malenfant on HJB 2015 (JT)

Katey Day (Theresa Malenfant & The Instigators) on HJB 2015 (JT)

Malenfant zingt-snauwt een paar bluesklassiekers (met een tamelijk zorgwekkende korte adem) als Voodoo Woman en Guilty (- You know how it is with me, baby/ You know I just can’t stand myself/ It takes a whole lot of medicine, darlin’/ For me to pretend that I’m somebody else).

Toen Malenfant bezig was met een litanie aan persoonlijke en medische ellende probeerde bandlid, zangeres en vriendin Katey Day haar af te kappen: ‘honey did you have your medicine today?’ Malenfant reageerde onmiddellijk: ‘this is a fucking bluesfestival so let me share my fucking blues with these guys.’ Een verschijning, deze enorme vrouw met haar heerlijk onaangepast podiumgedrag. Ze zocht overigens alleen maar de schaduw op, om bij te komen. Met haar volle gewicht en korte adem leek ze inderdaad bijna te bezwijken in de volle middagzon.

Of ze ooit in het vliegtuig wil stappen, of de reis überhaupt overleeft is de vraag, maar ik zou haar graag een keer terug zien in Nederland of België. Maar dat geldt eigenlijk voor alle acts uit de Maritimes die ik heb kunnen zien, van Matt Andersen tot Matt Minglewood, de oude bluesveteraan uit Moncton, New Brunswick. Het was de reis meer dan waard.

http://www.harvestjazzandblues.com/
https://www.facebook.com/harvestjazzandblues

Matt Minglewood on HJB 2015 (JT)

Bluestent HJB 2015 (JT)


Ook op Blues Magazine ...

Geen berichten gevonden.