21578724251_279b52dd6f_k

Blues Alive Boxmeer
19 september 2015

Tekst: Paul Scholman / Foto’s: Bert Lek, fotoalbum Blues Alive Boxmeer.

Line Up: John F. Klaver Band (NL); Kat Riggins Band (USA); Lil’Jimmy Reed Band ft. Robbert Fossen (USA/UK/NL); Richard RIP Lee Pryor and Fat Harry & The Fuzzy Licks (USA/NL); John Primer and the Little Boogie Boy Bluesband ft. Copenhagen Slim (USA/DK/NL).

Voor de tweede keer wordt Blues Alive Boxmeer georganiseerd en voor de eerste keer ben ik aanwezig. Het moet gezegd: het smaakt naar meer! Dit zou het slotwoord moeten zijn maar waar het hart vol van is loopt de pen van over… John F. Klaver Band opent als oud plaatsgenoot het festival en doet dit waardig op het hoofdpodium, als je dat tenminste moet afspiegelen aan de grootte van de zaal.
John en Band openen met ‘You Make Me Feel So Alive’ en slaan daarmee de spijker op de kop, kijkend naar de naam van het festival. Het gaat verder met ‘Spoonful’, dat geen nadere introductie behoeft. Je hoeft geen kenner te zijn om dit te kunnen plaatsen, maar wel weer een heerlijke uitvoering van dit kwartet met John F. Klaver, gitaar en vocalen, Robert-Jan van Schoonacker op drums, Iris Sigtermans op bas en Pascal Lanslots op Hammond B3. John vertelt dat zijn roots op muziekgebied toch hier boven dit zaaltje liggen waar hij zijn eerste gitaarlessen heeft genoten. Hij geeft vervolgens een demonstratie en een kijkje van zijn ontwikkeling in die tijdlijn…

21381881140_6e194a054a_k

Ik kijk en luister nog even naar een paar nummers van zijn laatste cd ‘The Edge’ en zal helaas de rest van het optreden aan mij voorbij moeten laten gaan door de overlap in het schema, want in het aanpalende en veel kleinere zaaltje staat Kat Riggins & Band te popelen om te beginnen. Er komt een klein dametje het podium op: big smile, borsten naar voren, billen naar achteren in een te strakke jurk. Trendy kapsel en in de wandelgangen opgevangen dat ze lesbisch is. So what? Ik vraag er niet naar en het doet er ook niet toe, als ze maar een lekkere blues komt zingen en dat doet ze. Bijna wulps en uitdagend huppelt Kat over het kleine podium heen dat mede bevolkt wordt door bassist George Caldwell en Doc Allison op drums. De Fender werd met verve bespeeld door Darell Raines.

21381880010_e5bd6e53e4_k

Nummers van haar grote blueshelden Etta James, Koko Taylor en Bettye LaVette komen voorbij, maar ze opent met Pride And Joy van Stevie Ray Vaughan. Ze vraagt op een gegeven moment of het een bezwaar is als er een slow blues gespeeld wordt. “Als het maar een ‘dirty slow’ blues is” komt er als antwoord uit de overvolle, inmiddels bloedhete zaal. Ze kan het wel waarderen en de roeper heeft de lachers op zijn hand. Het is tijd om een biertje te gaan scoren om het verhitte hoofd te koelen. De sfeer is gemoedelijk, lekker muziekje en je kan eventueel aan de ingang van de zaal even lekker onderuit gaan zitten en toch van de blues genieten en een praatje maken. Lil’ Jimmy Reed maakt inmiddels zijn opwachting in de grote zaal.

Robbert Fossen en Eduard Nijenhuis (beide heren spelen in de Fossen en Struijk Band) versterken het team van de vaste Europese bezetting bestaande uit Bob Hall op piano en zijn vrouw Hilary Blythe op de bas. Hilary bespeelt een aparte bas. Het lijkt op een ukelele, maar het instrument is feitelijk volgens haar een U-bas. “It’s not a ukelele” is haar commentaar. Het apparaat klinkt tijdens de check al lekker strak en doordringend in elk geval…
Bob Hall, een blueslegende op zich, speelde in het verleden met een waslijst aan muzikanten zoals John Lee Hooker, Howlin’ Wolf, Little Walter, Jimmy Witherspoon, Chuck Berry, Homesick James, Lightnin’ Slim, Lowell Fulsom, Charlie Musselwhite, Snooky Pryor, J B Hutto, Lazy Lester, Baby Boy Warren, Eddie Burns, Eddie Taylor, Big John Wrencher, Mickey Baker, Cousin Joe Pleasants, Sonny Terry en Eddie Clearwater, om er maar even een paar te noemen. Helaas is er weinig van zijn spel te genieten tijdens deze set.

21571816405_8af2849c6a_k

Leon Atkins oftewel Lil’ Jimmy Reed is wellicht een van de laatste oorspronkelijke Louisiana -bluesartiesten. Leon Atkins is in Baton Rouge geboren in 1930 en leerde zichzelf op een cigarbox gitaar spelen toen hij zes jaar was. Zijn doorbraak kwam op zijn 18e op het moment dat hij Jimmy Reed mocht vervangen die te dronken was om te spelen, zo gaat het verhaal. Aldus was “Kleine” Jimmy Reed geboren. Hij wist dus de armoede uit het zuiden te ontsnappen en het was voor hem een eer om met vele legendarische blueshelden te mogen spelen in de jaren 60.

Lil’ Jimmy Reed ft. Robbert Fossen vangt aan met een kleine onvolkomenheid ten aanzien van het geluid, maar dat is snel weggewerkt. Reed heeft het gehele optreden een harphouder met microfoon om zijn nek hangen, zodat hij zijn handen vrij heeft. Hilary Blythe en Eduard Nijenhuis blijken elkaar goed aan te voelen. Al tijdens het eerste nummer ‘schiet’ Lil’ Jimmy al van zijn kruk af en gaat de zaal in om een rondgang te maken. De man laat met zijn fingerpick zien dat hij gitaar kan spelen en harp-blazen tegelijk en met Fossen naast hem die zichtbaar zit te genieten loopt het als een trein. Veel bekende nummers uit de Chicago-blues komen voorbij, zoals Goin’ Upside Your Head en Big Boss Man. Ik heb ze helaas niet allemaal kunnen beluisteren, want de buren riepen dat er open gedaan moest worden voor niemand minder dan Richard RIP Lee Pryor and Fat-Harry & The Fuzzy Licks.

De Fuzzy Licks zijn compleet met Fat-Harry op gitaar en zang; René Schutte op piano, Hassan Abudaldah op bas en Jacco van de Heuvel op drums. Richard RIP Lee Pryor (harmonica, gitaar en zang), zoon van blueslegende Snooky Pryor, verdient alle respect door de toestand waarin hij verkeert, aangezien hij beenmergkanker heeft en hier recentelijk nog voor behandeld is. Maar hij wilde toch graag deze speciale toer maken.

21383019909_7c4ae57ff7_k

Fat-Harry heeft inmiddels naam gemaakt in Nederland als purist op het gebied van de authentieke blues. Het zaaltje loopt in een mum van tijd propvol toen de eerste klanken van de harp van Richard RIP Lee Pryor de vestibule door klonken en daarmee zet Pryor de traditie in de lijn van zijn vader door. Richard speelt eerst een paar nummers solo en het is doodstil, behalve tussen de nummers want dan krijgt Richard luid applaus en daar wordt hij dan weer stil van. Richard heeft vorig jaar de cd ‘Nobody But Me’ uitgebracht waar hij een aantal nummers van speelt. Na een kwartier duiken de Fuzzy Licks het podium op en is het “gedaan” met de relatieve rust. Fat Harry krijgt heerlijk de ruimte om zijn ding te doen en de heren voelen elkaar uitstekend aan. De laatste vier nummers spelen Robbert en Jimmy nog even mee wat een vette sessie oplevert. De temperatuur loopt ondertussen alweer drastisch op en dus tijd voor mij om de zaal te verlaten.

John Primer & The Little Boogie Boy Blues Band ft. Copenhagen Slim staat op de rol in de grote zaal. Verdere bandbezetting: Little Boogie Boy aka Hein Meijer op gitaar en zang; Jan de Boer bas; Bert Fonderie drums. Ook hier loopt de aanvangstijd een weinig uit en een aantal bezoekers houden het voor gezien. Geheel ten onrechte, want ook Primer is een uitstekende gitarist en heeft een prima bluesstem voor dit werk. En ook de mimiek van de man is leuk om naar te kijken. De Deen Copenhagen Slim aka Nisse Thorbjørnneemt het harpwerk voor zijn rekening en doet dat met verve.

21381865020_863f8ce75e_k (1)

Dit jaar is er een cd met nummers van de dit jaar 100 jaar geworden zijnde Muddy Waters met de toepasselijke naam ‘Muddy Waters 100’. Op de cd is een hoofdrol weggelegd voor John Primer, dus vanavond komen o.a. 40 Days and 40 Nights, Mannish Boy en I’m Ready aan bod.

Na een toegift zit de tweede editie van ‘Blues Alive Boxmeer’ er op. Het is inmiddels dik na één uur en moe maar zeer voldaan met prachtige indrukken met al deze (oude) bluesmannen neem ik afscheid. Dit verdient een herhaling en ik ben volgend jaar zeker weer van de partij!

Hieronder enkele video-impressies.

Blues Alive Jam : https://www.facebook.com/lgabriels1/videos/vb.786344206/10153653066954207/?type=3&theater