The Flesh Eaters – I Used To Be Pretty
Format: CD – Digital / Label: Yep Roc Records
Releasedatum: 18 januari 2019

Tekst: Peter Marinus

Hier word ik persoonlijk erg blij van. De terugkeer van The Flesh Eaters! Voor wie niet weet wie dat zijn, zal ik ze even voorstellen. The Flesh Eaters kwamen in de 70’s op als een onderdeel van de Amerikaanse punk en new wave beweging. De Amerikaanse tak van deze stroming kenmerkte zich vaak door country, blues en kunstzinnige elementen in hun muziek te mengen. Ik noem bijvoorbeeld Richard Hell & The Voidoids, The Gun Club, X of Television. En The Flesh Eaters natuurlijk.
Toch brak deze band nooit echt door. Waarschijnlijk omdat hun geluid te eigenzinnig voor het “grote publiek” was.

En nu zijn ze dus terug met een album, dat klinkt alsof het rechtstreeks uit de 70’s komt. Met dezelfde rauwheid en energie en met een enorme klodder eigenzinnigheid.

Die komt vooral door de zang van Chris Desjardins. Zijn zang is het best als “wanhoopszang” te omschrijven. Zang, die al huilend en kermend in de buurt komt van Richard Hell, Jeffrey Lee Pierce of Tom Verlaine.
Chris wordt bijgestaan door een aantal topmuzikanten. Dave Alvin (gitaar, bekend van The Blasters), Bill Bateman (drums, ook van The Blasters), John Doe (bas, lid van X), D.J. Bone (marimba, percussie, lid van X) en Steve Berlin (saxofoon, die we kennen van The Plugz, The Blasters en Los Lobos). Julie Christensen, de echtgenote van Chris, doet ook op een aantal nummers mee.

Het album opent met Black Temptation. Een donker dreigend nummer met marimba en rauw snijdende gitaar. Het gaat over in een punky uptempo rocker waarin Julie haar man vocaal bijstaat.
House Amid The Thickets is daarna een lui broeierig nummer met een rauw en funky geluid a la The Gun Club met punky uitbarstingen en Chris die huilt, kermt en schreeuwt. Dave Alvin is hier ook behoorlijk ruig bezig.
My Life To Live heeft een rauw en energiek 70’s geluid en heeft Steve Berlin in een Clarence Clemons-achtige rol. The Green Manalishi is een cover van het Fleetwood Mac nummer en krijgt hier een uiterst dreigende supertrage versie waardoor het bijna onherkenbaar is, mede door het gebruik van de dartele marimba en de dreunende voodoo drums. De ogenschijnlijk onschuldige marimba opent Miss Muerte en wordt al snel omver geblazen door rauwe gitaarriffs. Een nummer, dat een hoog “Have Love Will Travel” (Sonics) gehalte heeft.
The Youngest Profession is een broeierig traag nummer met hard rauw gitaarwerk a la Link Wray van Dave Alvin. Dave gaat vervolgens helemaal “los” nadat Chris hem het commando “Get Crazy” geeft. Ook Steve Berlin krijgt dit commando en slaat ook al piepend en kreunend op hol. Chris gaat zelf ook weer vocaal tot het gaatje en het maakt geen snars uit dat zijn zang niet altijd even zuiver is. Zolang hij het maar met passie doet!
Cinderella van The Sonics hoort uiteraard op dit album thuis en krijgt een stomende ranzige garagepunk versie. Hierdoor klinkt het nummer zoals het bedoeld was. The Flesh Eaters schakelen een versnelling hoger in Pony Dress. Een punky nummer dat de rauwheid van The Stooges en Rchard & TheVoidoids lijkt te mengen. De mannen raggen gewoon door in het, wederom Sonics-achtige, The Wedding Dice. Ook She’s Like Heroin To Me van The Gun Club wordt gecoverd. Een stomend wrang punky liefdeslied.
Het lange en broeierige Ghost Cave Lament sluit het album af. Een epos a la “The End” van The Doors waarin Chris zich weer in allerlei vocale bochten wringt.

Ik ben zeer onder de indruk van de terugkeer van The Flesh Eaters. En dan met name omdat ze nog net zo smerig en eigenzinnig klinken als in de 70’s.


Tracklist:
01. Black Temptation
02. House Amid The Thickets
03. My Life To Live
04. The Green Manalishi
05. Miss Muerte
06. The Youngest Profession
07. Cinderella
08. Pony Dress
09. The Wedding Dice
10. She’s Like Heroin To Me
11. Ghost Cave Lament

Website: The Flesh Eaters