The Dickey Betts Band – Ramblin’ Man: Live At The St. George Theatre
Format: CD – DVD – Vinyl – Digital / Label: BMG
Releasedatum: 26 juli 2019

Tekst: Mark Harmsma

Laten we wel wezen: Dickey Betts is een levende legende, die net in het rechter rijtje staat van Rolling Stone Magazines “100 Greatest guitarists of All Time”. Niet alleen virtuositeit (door menigeen nog weleens door de war gehaald met veel noten kunnen spelen) brengt een gitarist in dit rijtje, maar vooral ook het hebben van een eigen onderscheidende sound, het anders interpreteren van de aanwending van het instrument (waarom Sonny Landreth er niet in staat?) of het leveren van een wezenlijke bijdrage aan game-changing muziek.

In geval van Dickey Betts zou zijn notering een gevolg zijn van de combinatie van een kenmerkende eigen sound (expliciet zijn melodische benadering in de door The Allman Brothers gecreëerde samensmelting van de genres blues, jazz, soul, rock en country – ten onrechte nog weleens Southern rock genoemd), en het leveren van een wezenlijke bijdrage (expliciet: Dickey heeft gewoon 1/6 aandeel in een aller-tijden-rock-top-10-live-album, ‘Live at Fillmore East’ van The Allman Brothers Band [hierna: ABB]). En ook al had de man 4 jaar geleden al besloten van zijn welverdiend pensioen te gaan genieten, waardoor de gitaar minder vaak is beetgepakt dan in de 60 jaar daarvoor, toch is zijn eerste lick kenmerkend: na drie noten weet je dat je naar niemand anders luistert dan Dickey Betts.

Toch zijn het vooral die 4 jaar van pensioen-genieten (lekker vissen, BBQ aansteken, beetje jagen in de Florida swamps – stel ik me zo voor) die je door het hoofd spelen, als dit album meermaals wordt beluisterd.
Dickey is gewoon 75 jaar oud nu, op zich al een hele prestatie als je de roemruchte jaren van The ABB in oogschouw neemt! Dus de vingers zijn wat stroever geworden, en dus vliegen de kenmerkende licks er niet even vloeiend uit als toen hij nog regelmatig speelde. En dan blijkt dat de kenmerkende dubbele leadgitaarpartijen van The ABB cruciaal zijn in het repertoire.
Zoals ik eerder schreef zijn de  dubbele leads qua oorsprong afkomstig uit de jaren ’60 Bebop. Stel je voor dat Miles & Coltrane – of Morgan & Henderson, de thema’s zo slordig hadden getimed dat een van beiden steekjes liet vallen: dan zouden de klassiekers van weleer niet klassiek zijn geweest. De muziek van The ABB blijft alleen overeind als de queues, thema’s en double leads spot-om op hun plek vallen. En dat ging dus te vaak mis in het St. George Theatre. Een zelfde kanttekening geldt voor de vocalen van Dickey: even herkenbaar en uniek als ooit, maar het heeft aan kracht ingeboet.

Wat verder opvalt is dat de bezetting drie gitaristen kent – waar het repertoire uitgaat van twee gitaren en dual leads, getuige het feit dat de gitaarpartijen in de laatste versie van ABB werden verdeeld als de ‘Duane-partij’ en de ‘Dickey-partij’.
De bezetting bestaat verder keyboards, bas en de dubbele drums waar we oudgediende Frankie Lombardi achter een van de kits aantreffen. Uiteraard speelt zoon Duane Betts tweede gitaar, en doet Devon Allman een nummertje mee als gast.
De zoons van de tweede generatie, Duane en Devon (en Berry Oakley Jr) vormen inmiddels hun ‘eigen’ Allman Betts Band en krijgen derhalve een podium tijdens deze reünie van een van de twee laatst levende Allman Brothers. Het zal duidelijk zijn dat de muzikanten niet vier jaar hebben zitten wachten of Dickey wellicht ooit nog een reünie overwoog, dus de heren zijn andere dingen gaan doen. Met een “gelegenheidsband” het ABB repertoire willen doen blijkt tricky, dit aspect is er mede debet aan dat het af en toe rammelt en aarzelend klinkt, en niet ‘in the pocket’.

Tot slot is er de nummerkeuze: alle nummers dateren uit de vroege ABB periode, dus voor de eerste split-up. Opvallend is dat er voor twee ‘typische Gregg-nummers’ is gekozen die de Dickey Betts Band niet eerder speelde, Midnight Rider (gezongen door Devon Allman) en Whipping Post. Het laatste nummer wordt waarschijnlijk door de toetsenist gezongen, bepaald niet onverdienstelijk, maar niemand evenaart Gregg Allman. Verder zijn er natuurlijk de instrumentals Jessica en In Memory of Elizabeth Reed, maar gezien de kanttekening rondom Dickeys spel kun je beter in oudere live opnames spitten als je vette live versies van deze nummers wilt horen.

Conclusie:
Je had erbij moeten zijn, zeggen ze dan. Want Dickey Betts zien spelen op 74-jarige leeftijd, dat moet gewoon een happening zijn. Maar het materiaal is niet cd-waardig. De die-hard ABB fans zullen dit wel kopen of gekocht hebben, twijfelaars zou ik aanraden de DVD te kopen. Ik ken ‘m niet, maar kan me voorstellen dat dat de beleving compleet maakt. Overige lezers doen er goed aan gewoon ‘Live at Fillmore East’ nog eens integraal op te zetten, dit album heeft niets aan kracht ingeboet. En als je echt geld wilt uitgeven is er een 4 LP 180 grams vinyl box met de integrale Fillmore concerten.


Tracks:
01. Hot ‘Lanta
02. Blue Sky
03. Midnight Rider
04. In Memory Of Elizabeth Reed
05. Whipping Post
06. Ramblin’ Man
07. Jessica

Website: The Dickey Betts Band

Lees hier meer