Steve Morgan And The Kingfish – That Ain’t Blues
Format: CD – Digital / Label: Eigen Beheer
Releasedatum: 1 januari 2019

Tekst: Peter Marinus

Als je na het beluisteren van een album tot de conclusie komt, dat het album niet meer is dan een sympathiek album, weet je dat er aan dat betreffende album iets schort. En dat is precies wat er gebeurde na het beluisteren van het vierde album van Steve Morgan And The Kingfish uit St. Louis, MO.

Steve Morgan is een zeer ervaren gitarist, die tot 1978 voornamelijk op de akoestische gitaar bezig was. Daarna schakelde hij over op de elektrische gitaar in bands als de Southern Rockband Easy Street, de band No Money Down en de achtmans formatie Twilight Jump.
En nu dus met The Kingfish, die op dit album bestaat ut Ed Wanamaker (drums), Bryant Edwards (percussie, zang), Roe Osborn (bas), Pete Mann (toetsen), Paul Lesniak (saxofoon), John Wolf (trombone), Berke McKelvey (tenor- en sopraansaxofoon, fluit), Nick Sucheki (alt- en tenorsaxofoon, fluit), Paul Disnmore (trompet) en Karl Hoyt (trompet).

Wat met name opvalt op dit album is dat de vlam nergens echt in de pan wil slaan. Dat is deels te wijten aan de wat klinische productie, die met name het drumgeluid parten speelt. Daarnaast staat er een aantal nummers op het album, die heel erg keurig en gepolijst klinken en af en toe richting de nachtclub blues gaan.

Er wordt geopend met She’s My Baby, een op zich funly groovend nummer waarin door de bovengenoemde redenen de power wat ontbreekt. Steve heeft een prettige, rauwe stem en weet met zijn hard snijdend gitaargeluid nog enige opwinding te veroorzaken. Wish Me Luck is daarna een lui voortboppend eshuffle waarin het sprankelende pianospel en de warme saxen een belangrijke rol spelen en waarin Steve alle ruimte heeft voor een vurige gitaarsolo. Waiting is een soulnummer, enigszins in het straatje van Van Morrison. Dit nummer is wel erg aan de belegen kant waardoor het wat voort blijft kabbelen, ondanks het fraaie sildegitaar werk.
Daarentegen klinkt Back In My Arms weer een stuk levendiger door de swingend pompende piano en Steve’s brandende gitaarwerk. Dit nummer is ergens te plaatsen tussen het geluid van Little Feat en The Amazing Rhythm Aces. De funky bas van Roe Osborn opent het lui groovende Nose Wide Open waarin een Elvin Bishop-achtige broeierigheid heerst. Er is genoeg soloruimte voor de gitaar, piano, saxofoon en zelfs de bas. Daarna volgt Route 6, dat een jazzy belegen variant op “Route 66” is. Het doel van dit nummer ontgaat mij een beetje. De titel That Ain’t Blues verraadt het al! Hier hebben we inderdaad niet met een bluesnummer te maken maar wel met een zacht voortschuifelende keurige ballad.
Lies, Pain And Misery opent met vaudeville-achtige piano waarna een jazzy nachtclub nummer begint met een opleving door Steve’s schurende gitaarwerk. Het is een Marvin Gaye-achtig soulnummer, met synthesizer, Carlos Santana-achtig gitaarwerk en een fusion saxofoon.
Dan slaat de vlam toch even in de pan bij de ongecompliceerde rocker Baby Listen Baby. Helaas wordt die dan weer gevolgd door het wel erg belegen klinkende nachtclub bluesnummer Champagne And Mistletoe.

Een sympathiek album dus, maar door het ontbreken van een vlam in de pan, geen hoogvlieger.


Tracklist:
01. She’s My Baby
02. Wish Me Luck
03. Waiting
04. Back In My Arms
05. Nose Wide Open
06. Route 6
07. Soft And Slow
08. That Ain’t Blues
09. Lies, Pain And Misery
10. Baby Listen Baby
11. Champagne And Mistletoe

Website: Steve Morgan & The Kingfish