Foto Recensie: Rockin’ Johnny Burgin - Neoprene Fedora

Rockin’ Johnny Burgin – Neoprene Fedora
Format: CD / Label: West Tone Records
Releasedatum: 15 maart 2017

Tekst: Martin van der Velde

Rockin’ Johnny Burgin (1969), die gitaar leerde spelen van zijn vader is al vele jaren een vaste waarde in het Chicago bluescircuit. De man heeft een waanzinnige staat van dienst en heeft zo’n beetje met alle groten uit het genre op het podium gestaan en van vakkundig begeleidingswerk voorzien. Maar ook deden vele Chicago blues artiesten een beroep op hem om hen te ondersteunen tijdens opname sessies en zo is Rockin’ Johnny op vele bluesplaten als begeleider van Billy Boy Arnold, Taildragger, Paul DeLay, Jimmy Burns, Andre Williams, Eddie Taylor Jr. en Jimmy Lee Robinson terug te vinden. Rockin’ Johnny groeit op in Starkville Mississippi en Greenville South Carolina en begint in de vroege negentiger jaren, wanneer hij op zijn achtiende gaat studeren aan de Universiteit van Chicago naam te maken als Rockin’ Johnny and the La-Z-Boys, die dan bestaat uit Martin Lang op harp, Sho Komiya basgitaar, Kenny Smith (Willie Big Eyes’ zoon) op drums en Rick Kreher (ex-begeleider van Muddy Waters) op rhythm gitaar, in het bluescircuit van Chicago wanneer ze hun Blue Monday optredens in de Smoke Daddy BBQ in Chicago’s Wicker Park verzorgen. Daarvoor had hij al ervaring opgedaan door te touren als begeleider van Pinetop Perkins en vooral Sam Lay, die jaren lang het drumwerk voor Howlin ’Wolf heeft verzorgt en Rockin’Johnny alle kneepjes van het vak bijbrengt. Intieme en vruchtbare samenwerking met Jimmy Burns en James Yancey ‘Taildragger’ Jones volgen. Uiteraard ontgaat het een en ander Delmark labelbaas Bob Koester niet en al snel biedt hij hem een contract aan en volgen de opnames voor ‘Straight Out Of Chicago’ (1997) met bijdrages van Taildragger, Sam Lay en Robert Plunkett. In hetzelfde jaar verschijnt op Random Chance Records ‘Rib Tips Live’ van Little Arthur Duncan met begeieding van de band van Johnny Burgin. Het jaar erop volgt de tweede plaat ‘Man’s Temptation’ van Rockin’Johnny voor Rob Koester’s Delmark label. De band wordt voor verschillende opname sessie voor Delmark Records ingezet en zo verschijnen binnen korte tijd Taildraggers ‘American People’ (1999), Little Arthur Duncan’s ‘Singin’ With the Sun’ en Shirley Johnson’s ‘Killer Diller’ (2001) op het label. Na het verschijnen van het album ‘Rockin’ Johnny Band More Real Folk Blues’ op Marquis label in 2002 wordt het stil rond Johnny Burgin. De gitaar komt de koffer niet meer uit, sterker nog alles wordt van de hand gedaan en Johnny Burgin stort zich helemaal op zijn gezin en neemt alle tijd voor de opvoeding van zijn dochter. Burgin zegt in een interview voor Blues Blast Magazine het volgende over deze periode “I never wanted to quit forever and it really wasn’t supposed to be a total break from music, but it did end up being that way,” Burgin said. “When I decided to come back, I was concerned that I wouldn’t be able to play. I had sold my stuff and didn’t even pick up a guitar for about eight years. I didn’t know if I could play … I wasn’t sure how people would respond to me coming back. At that time, I was separating from my now ex-wife and I was broke; I needed the money and I wanted to play”. Gelukkig neemt hij in 2009 de beslissing om weer het podium op te stappen en komt nog krachtiger terug dan het moment dat hij besloot te stoppen. Met Taildragger neemt hij voor Delmark Records in 2010 de cd/dvd ‘Live At Roosters’ op en hetzelfde jaar verschijnt de Rockin’ Johnny Band cd ‘Now’s The Time’ op 5105 Music. Ook Delmark wil weer materiaal van de band uit brengen, Grim Reaper verschijnt in 2012 en nog geen jaar later begeleidt de band Willie Buck op zijn ‘Cell Phone Man’ album, die de man voor Delmark op heeft genomen. Niet zolang geleden verscheen ‘Greetings From Greaseland’ (2015) een schijf die vernoemd is naar de studio van Kid Andersen in San Jose waar de plaat is opgenomen en waarvan Burgin zegt dat het zijn beste album tot nu toe is.

Een goede reden om weer met Kid Andersen als producer in zee te gaan voor zijn nieuwe zojuist verschenen schijf ‘Neoprene Fedora’ naar San Jose af te reizen voor de opnames waarbij hij hulp kreeg van Kid Andersen (gitaar, keyboards, baritone gitaar,basgitaar), Aki Kumar (harp, percussion), Bob Welsh (gitaar, piano), June Core en Stephen Dougherty (drums), Vance Ehlers en Chris Matheos (basgitaar), Nancy Wright (saxofoon), Billy Wilson (rub board) en Steve Willis (accordion). Alabama Mike speelt op Smoke And Mirrors als gast vocalist mee. ‘Neoprene Fedora’ markeert eigenlijk het definitief vertrek van Burgin naar California, na een lange carrière die hij heeft opgebouwd in Chicago besluit hij die stad na al die  jaren de rug toe te keren en de zonnige West Coast van California op te zoeken. Met de bijna zeveneneenhalf minuten durende instrumentaal gespeelde track Neoprene Fedora gaat de cd van start. We horen surf en heerlijke Chicago blues thema’s terug in deze machtig mooie titeltrack, om vervolgens drie geweldige shuffles op rij te spelen. Guitar King, Won’t Get Married Again en Give Me An Hour In Your Garden laten ieder in zijn eigen shuffle tempo horen dat Rockin` Johnny`s  gitaarspel diep geworteld is in de traditionele Chicagoblues. Ook Kinda Wild Woman shuffled ondanks de inzet van een accordion nog lekker door, maar de daarop volgende tracks Please Tell Me en Our Time Is Short vallen in de categorie Zydeco, waarvan de laatste in een fraaie driekwarts maat wordt gespeeld. Weer tijd voor zo’n heerlijke Chicago shuffle (Let Me Be Your) Teddy Bear waarin Rockin` Johnny weer met het grootste gemak zijn traditione smaakvolle riffs speelt. Alabama Mike komt vocaal ondersteunen in het groovy en door funk beïnvloede Smoke And Mirrors en de meer soulgetinte track I Did the Best I Could. Alle ruimte voor Aki Kumar in Self Made Man en My Baby’s Gone waarin Kumar de vocalen waarneemt en op beide machtig mooi blaast, waarbij hij op de eerste de chromaische harp ter hand neemt. De eerste invloeden van West Coast blues klinken door op You Gotta Work Fast, maar dat is op zich niet zo gek wanneer je je bedenkt dat Burgin op deze track alle ruimte gunt aan gitarist Kid Andersen, die als geen andere weet hoe je dat materiaal moet spelen. In I Ain’t Gonna Be a Working Man No More, My Life’s Enough for Me en Goodbye Chicago is alle aandacht weer gevestigd op Rockin’ Johnny Burgin, die in Goodbye Chicago, waarbij je toch even moet denken aan Howlin’ Wolf, uitlegt waarom hij Chicago heeft verlaten en zich heeft gevestigd in Californi. Mooi dat hij al zijn inspiratiebronnen aanhaalt en zijn helden op deze manier in het zonnetje zet. Maar twee dagen is Rockin’ Johnny Burgin nodig geweest om deze cd vol origionals in te blikken. “Slechts twintig seconden tekort om er een dubbel cd van te maken” zegt Burgin er zelf over. Jammer!! zou ik zeggen, dan had hij nog veel meer ruimte op de tweede schijf overgehouden om ons van nog veel meer van deze pareltjes te voorzien. ‘Neoprene Fedora’ is een ijzersterk vervolg op ‘Greetings From Greaseland’ geworden. De man mag dan misschien naar de West Coast verhuisd zijn maar zijn naam blijft onlosmakelijk verbonden aan Chicago. De stad waar hij het allemaal heeft geleerd en die hem heeft gevormd als muzikant en dat zullen we altijd in Johnny’s spel terug horen. De West Coast en California in het bijzonder zal er hooguit elementen aan toevoegen en dat zal hem een nog veelzijdiger muzikant maken.

AKI KUMAR & ROCKING' JOHNNY *3* Salaise Blues Festival 2017

Tracks:
01. Neoprene Fedora
02. Guitar King
03. Won’t Get Married Again
04. Give Me An Hour In Your Garden
05. Kinda Wild Woman
06. Please Tell Me
07. Our Time Is Short
08. (Let Me Be Your) Teddy Bear
09. Smoke And Mirrors (Johnny Burgin Ft Alabama Mike, Vc)
10. I Did The Best I Could
11. Self Made Man (Johnny Burgin W Aki Kumar)
12. My Baby’s Gone (Johnny Burgin W Aki Kumar)
13. You Gotta Work Fast (Johnny Burgin Ft Kid Andersen)
14. I Ain’t Gonna Be A Working Man No More
15. My Life’s Enough For Me
16. Goodbye Chicago

Website: Rockin’ Johnny Burgin


Ook op Blues Magazine ...