Recensie: Ray Sharpe – Monkey’s Uncle

Ray Sharpe – Monkey’s Uncle
Format: 10” Vinyl LP / Label: Minigroove Records
Releasedatum: 1 maart 2018

Tekst: Peter Marinus

Het Franse Minigroove label specialiseert zich sinds twee jaar in het uitbrengen van blues, rhythm & blues en rock & roll uit eind jaren ’50/begin jaren ’60. Het album van Ray Sharpe is daar een mooi voorbeeld van.
Ray Sharpe was een zanger-gitarist uit Fort Worth, Texas, die op een uitgekiende wijze gebruik maakte van de succesformule van Chuck Berry. En dus hoor je bij Ray Sharpe ook een zeer aanstekelijke mix van rock & roll en rhythm & blues. Eind jaren ’50 bracht Sharpe een aantal singles uit op het Jamie en Hamilton label en werd het meest bekend door zijn nummer “Linda Lu”, dat later gecoverd werd door artiesten als the Rolling Stones en Tom Jones. Sharpe bleef actief op het platenfront tot het eind van de zestiger jaren, onder meer door opnames met King Curtis en Jimi Hendrix.
Op deze verzamelaar  zijn de nummers uit zijn Jamie en Hamilton periode aan de beurt.Uiteraard ontbreekt Linda Lu niet. Een pompende rhythm & blues shuffle met relaxte swingende zang. Het is dan ook geen wonder dat dit nummer zo vaak gecoverd is.
Het titelnummer, Monkey’s Uncle is een spetterende mix van rock & roll en rhythm & blues. Het nummer heeft een hoog “Roll Over Beethoven” gehalte. Duane Eddy en Al Casey schijnen ook te hebben meegespeeld op dit nummer. Je moet echter goed luisteren om ze te horen! Het nummer, en vele andere nummers op dit album, werd geproduceerd door de roemruchte Lee Hazlewood. De Chuck Berry invloeden zijn ook duidelijk te horen in Oh My Baby’s Gone, een stampend nummer met priemend gitaarwerk in de stijl van Ike Turner, Johnny Guitar Watson en uiteraard Chuck Berry. Dezelfde Berry invloeden komen ook weer aan bod in The Bus Song waarin wederom het bijtende gitaarwerk van Sharpe op valt.
In Silly Dilly Millie wordt een poging gedaan om Sharpe’s muziek wat blanker te laten klinken. Waarom zou je anders in dit nummer aan zowel het Batman thema als het surfwerk van the Beach Boys moeten denken?. In Gonna Let It Go This Time trekt het geluid wat meer richting “Yakety Yak” van The Coasters. Uiteraard compleet met vet honkende saxofoon. Als je goed luistert hoor je ook nog de nodige invloeden uit Chuck Berry’s “No Particular Place To Go” voorbijkomen. Een andere muzikale overeenkomst komt voorbij in Kewpie Doll wat wel erg op Chuck Berry’s “You Can’t Catch Me” lijkt. Dat geldt eigenlijk ook voor That’s The Way I Feel.
Long John en T.A. Blues (=teenager blues) zijn beiden nummers, die op zich prima de rockabilly mengen met rhythm & blues met bijbehorend bijtend gitaarwerk. De nummers worden echter flink verpest door de veel te keurige (blanke?) achtergrondzang. Waarschijnlijk weer gedaan om Sharpe’s muziek wat blanker te laten klinken. Dat blanke geluid lag destijds nou eenmaal beter in de markt. Het resultaat is een soort gepolijste rhythm & blues pop.
Het album wordt afgesloten door Justine en, je raadt het al, de Chuck Berry invloeden steken de kop weer op doordat dit nummer veel weg heeft van diens “Memphis, Tennessee”. Het prima snerpende gitaarwerk maakt dit echter meer dan goed.

Een prima album van een artiest, die bijna vergeten was. Ray Sharpe verdient gewoon een plek in de muziekgeschiedenis, al was het alleen maar om het feit dat hij dapper doorploeterde om zijn rhythm & blues in een toch meer blank gerichte maatschappij aan de man te brengen. Dit album gaat hier zeker voor zorgen!


Tracklist:
01. Monkey’s Uncle
02. Oh My Baby’s Gone
03. The Bus Song
04. Silly Dilly Millie
05. Gonna Let It Go This Time
06. Kewpie Doll
07. Linda Lu
08. That’s The Way I Feel
09. Given’ Up
10. Long John
11. T.A. Blues
12. Justine

Website: Ray Sharpe

8 mei 2018|Categories: Recensies|Tags: |0 reacties

We horen graag je mening! Voeg reactie toe