Jack Oblivian & The Dream Killers – Lost Weekend
Format: CD – Digital / Label: Black and Wyatt Records
Releasedatum: 17 mei 2019

Tekst: Peter Marinus

Jack Oblivian mag gerust als een garagepunk legende betiteld worden. Deze zanger-gitarist uit Memphis was tenslotte mede-oprichter van garagepunk bands als The Oblivians en The Compulsive Gamblers en is momenteel de frontman van Jack O & The Tennessee Tearjerkers.
Kenmerkend voor Jack’s muziek is de rauwheid van zijn garagepunk waarin rock & roll en blues net zo makkelijk een plaatsje hebben. Op dit album waarop Jack aantreedt met The Dream Killers is dat niet anders.

Er moet echter wel even opgemerkt worden dat we hier niet te maken hebben met een kakelvers album. Het merendeel van de nummers verscheen in 2015 namelijk al op de cassette ‘Dream Killer’op het Mony Records label.
Ik ga er voor het gemak dan ook maar even van uit dat de muzikanten op die cassette dezelfde zijn die we op dit album horen en dan gaat het om Pete Matthews (bas), Keith Cooper (sologitaar), Graham Winchester (drums, orgel), Adam Woodard (orgel), Toby Vest (akoestische gitaar), Frank McLallen (bas), Mitch Palmer (lapsteel gitaar, Jeff Pope (bas), Paul B. (congas) en Scott Bomar (orgel).

De meeste nummers op dit album zijn zogenaamde “home studio recordings” en zijn dus “gezegend” met een rammelend lo-fi geluid. Ook is er een aantal korte instrumentale jamsessies, die ik zie als vullers. Op één na dan, Guido Goes To Memphis. Een instrumentaal nummer, dat opent met een soulvolle elektrische piano en dan een heerlijk melancholisch nummer blijkt te zijn met een haast Booker T. & the M.G.’s-achtig geluid, compleet met orgel natuurlijk! Scarla is een stug voortstampend en zoemend garagepunk nummer met een smerig huilende fuzzgitaar. Een goed voorbeeld van een nummer, dat in een iets betere productie veel beter tot zijn recht zou zijn gekomen.
La Charra is vervolgens een bluesfuzz boogie a la John Lee Hooker met een dreinend vervormd orgel, jazzy saxofoon en naargeestige zang. Een lekker smerige boogie dus! Een ritmebox vormt de basis voor Girl On The Beach dat Jack’s poging is om een luchtig soort bubblegum pop te fabriceren maar dan met een lo-fi geluid.
De ritmebox is ook te horen in Dream Killer waarin de zang wel heel erg ver in de achtergrond is verdwenen. Het semi-akoestische stuwende Lone Ranger Of Love met zijn haast gefluisterde zang doet enigszins denken aan het geluid van Iggy Pop’s “Kill City” album. Boy In A Bubble ragt nonchalant door en is een heerlijk smerig garagepunk nummer.
Ook Good Time Bad Girl is overduidelijk een garagepunk nummer met een behoorlijke Seeds invloed. Een lekker vies nummer met goor snijdende fuzzgitaar. Het semi-akoestische Sabine doet denken aan het rammelende geluid van Nikki Sudden met getergde zang van Jack, die diep in de echo gedrenkt wordt.
De afsluiter Loose Diamonds is een lo-fi garagepunk ballad met “heerlijk” onvaste Johnny Thunders-achtige zang.

Voor fans van Jack Onblivian zal dit ongetwijfeld een verplichte aanschaf zijn. Liefhebbers van smerige garagepunk zullen daar waarschijnlijk wat meer luisterbeurten voor nodig hebben.



Tracklist:
01. Cro2
02. Scarla
03. La Charra
04. Cigarillo 1
05. Girl On The Beach
06. Stick To Me
07. Dream Killer
08. Guido Goes To Memphis
09. Lone Ranger Of Love
10. Boy In A Bubble
11. Good Time Bad Girl
12. Sweet Thang
13. Sabine
14. Bank Gun Jail
15. Cigarillo 2
16. Loose Diamonds

Website: Jack Oblivian