Gregg Allman

Gregg Allman – All My Friends, Celebrating the songs & voice of Gregg Allman

CD – DVD / Platenmaatschappij: Blackbird Production (Rounder) / Release: 6 mei 2014

https://www.bluesmagazine.nl/all-my-friends-celebrating-the-songs-and-voice-of-gregg-allman/

Tekst: Mark Harmsma

Inleiding

Op 10 januari 2014 is in de ‘Fabulous Fox’, een Southern muziekevenement gehouden, dat z’n weerga niet kent: All My Friends, Celebrating the songs & voice of Gregg Allman. Een avond rondom de roemruchte zanger/organist/gitarist/componist met de meester zelve, zijn Allman Brothers Band en een indrukwekkend scala aan (bevriende) artiesten en levende legendes die zijn songs kwamen vertolken. Wie er niet bij kon zijn kan nu de 2CD/1DVD combinatie aanschaffen, en wie dat nog niet gedaan heeft kan dat maar beter snel gaan doen.

Werkelijk alles klopte op 10 januari van dit jaar. Een fantastische All Star band, een uiterst smaakvolle dwarsdoorsnede van door Allman geschreven en uitgevoerde nummers in een ongekende uitvoering, de overwegend ijzersterke performances van deelnemende artiesten, en plaats van handeling (het Atlanta Fox Theatre – de eerste grote stad na Macon waar Gregory en The Brothers dus heel wat voetstapjes hebben gezet) zorgden voor een atmosfeer waarin band en artiesten boven zichzelf zijn uitgestegen.

Must Have

Met het bekend worden van deelnemende artiesten verkocht ik in toenemende extase overbodige spulletjes op Marktplaats, om met de verdiensten weer loten te kopen in de hoop dat de firma Staatsloterij ditmaal wel wilde meewerken aan een tripje Atlanta. Trekking na trekking verliepen teleurstellend maar de ‘schrale’ troost hadden we al in the  pocket, omdat op voorhand het vastleggen van dit evenement een van de uitgangspunten was. Het resultaat, een 2CD/1DVD combinatie, is allesbehalve schraal en een MUST HAVE voor liefhebbers van het beste dat Southern Music te brengen heeft: soul, blues, gospel, country, The Allman Brothers, Gregg Allman en vet gitaarwerk.

De keuze van uitgevoerde nummers is af en toe verrassend en fris te noemen. Tot 10 januari dreigde nog het lot der vergetelheid voor nummers, die al decennia ook de setlists van een van ’s werelds meest indrukwekkende blanke blueszangers niet meer haalde. Met het verschijnen van deze package neem ik aan dat, met mij, liefhebbers over de hele wereld vinyl staan af te stoffen om weer eens het origineel te horen van bijvoorbeeld “Queen Of Hearts”, “Just Ain’t Easy”, “Multi-colored Lady”, “Can You Fool” of “Win, Lose Or Draw”. Vooral het album ‘Laid back’ is goed vertegenwoordigd.
Het verschil tussen de CD’s en DVD is dat de aankondigingen uit de CD versies zijn geknipt. Alleen daarom al zie ik liever de DVD, en bij mij zit er ook wat meer ‘ballen’ in het DVD geluid – maar dat komt waarschijnlijk omdat ik de audio in de auto gedraaid heb.

All Star Band

Te beginnen bij de lead gitarist, the man himself, Nashville based gitarist Jack Pearson (www.jackpearson.com). Niet alleen een van de besten, voor velen ook een goed bewaard geheim. Echter, niet voor het neusje van de zalm van Southern music, getuige de quotes op zijn website. Eindelijk hebben we een avondvullende show met vet gitaarwerk van Jack op DVD, waar we het tot nu toe moesten doen met YouTube filmpjes. Op Facebook kreeg Jack veel vragen hoe hij toch deze fantastische sound kreeg, het antwoord ademt een en al talent: een op het oog niet bijzondere Squire Bullet Strat die hij voor 90$ had gekocht, een scheurijzertje (Tube screamer TS9) en een gehuurde Fender versterker (40W 12” speakers). Waanzinnig dat deze man dus kennelijk in z’n auto is gestapt met een goedkoop gitaartje, een effectpedaaltje, drie snoertjes, vijf onderbroeken en een tandenborstel (de twee laatstgenoemde zijn door de auteur zelf verzonnen – Red.)!

Op één been kun je niet lopen, de andere gitarist is Audley Freed – minder en meer bekend van Cry of Love en Black Crowes. En ook de toetsenisten vormen een duo: sessie Hammond B3 speler Rami Jaffee weet zich gesteund door ex-Allman Brother en alweer jaren 6th Rolling Stone Chuck Leavell, die stoïcijns breed lachend nummer na nummer aantoont dat hij niet voor niets tot de wereldtop behoort. Uiteraard mag in een Southern All Star Band Wet Willie’s Jimmy Hall niet ontbreken, die de sax voor dit event mocht thuislaten en zich beperkt tot de harmonica en één nummer lead vocals. Hall heeft recentelijk van zich doen spreken door, eerder dit decennium, met Wet Willie een live plaat op te nemen en vanwege zijn uiterst sterke gastoptreden op Blackberry Smoke’s live DVD ‘Live at the Georgia Theatre’. Still going strong dus.

Dan de ritme sectie: drummer Kenny Aronoff slaat ruim twee uur alles bijna vanuit de nek en toont continue aan dat hij niet voor niets een enorme staat van dienst heeft als sessiedrummer. President van het legendarische Blue Note label, muzikale duizendpoot en musical director Don Was blijkt een uitstekend bassist. En uiteraard heeft een All Star Band van dit kaliber zowel een 3 mans blazerssectie als een 3 donkere gezusters McCrary sterke vocale sectie.

De show

Het is veelzeggend dat deze avond wordt afgetrapt door het fenomeen Warren Haynes. Waar hij, met zijn kaliber, menig evenement zou moeten afsluiten om het van het benodigde aanzien te voorzien, mag hij hier de aftrap verzorgen. We zien Warren met de All Star Band in volle glorie: een mooie en knappe mix van 3 gitaren, piano, orgel, mondharmonica, blazers en natuurlijk de ritmesectie bas/drums, waarin ieder bandlid zijn muzikale plaatsje heeft en niemand overheerst. Alles in dienst van het arrangement, conform het thema van deze speciale avond. Warren hoeft zich niet uit te sloven om het eerste nummer direct al naar een climax te brengen. Dit laat zien hoe goed het nummer “Come and  Go Blues” eigenlijk is.

Vervolgens treedt Derek Trucks aan voor een versie van “End of the Line”, geschreven o.a. door Gregg Allman & Warren Haynes. Derek pakt in zijn karakteristieke slide-stijl de eerste solo (de “Dickey-partij”), waarna Warren de 2e slidesolo (“eigen partij”) geeft, genoemde partijverdeling behoeft geen toelichting voor doorgewinterde Allman Brothers (ABB)-kenners. Naar het einde van het nummer duelleren Warren en Derek, beiden zonder slide en wordt duidelijk: zij die niet van gitaarwerk houden zijn hier aan het verkeerde adres, waar de gitaarliefhebbers al een onvergetelijke shot kregen van Derek, Warren, Jack Pearson en Audley Freed.
Warren maakt plaats voor Susan Tedeschi-Trucks, voor het nummer dat zo’n beetje als het meest funky ABB nummer bekend staat – niet toevallig speelt Jaimoe de lead drumpartij op het origineel: “Stand Back”. Derek laat in de solo even zien dat hij niet voor niets hoog in de “Rolling Stone Top 100 meest invloedrijke gitaristen aller tijden” staat, maar als iemand niet bang hoeft te zijn daarnaast bleekjes af te steken is het Jack Pearson wel, waarmee dan ook wordt geduelleerd.

Vervolgens wordt Jimmy Hall naar voren gehaald en volgt de introductie van Devon Allman en Robert Randolph. Dat laatste belooft niet veel goeds en Randolph geeft direct al een staaltje te vals en te overstuurd weg. Jammer dat hij de neiging heeft, als hij in de spotlights staat, zichzelf te verliezen in nodeloos gefreak, waarbij hij het zuivere spel uit het oog verliest. Zo ook hier tijdens “You Can’t Loose What You Ain’t Never Had”. Hij is te aanwezig, en als hij tijdens de solo van Devon Allman zijn steel oppakt en deze bijna in de nek legt is duidelijk: over the top. We krijgen een shot van Don Was, de man die bij Blue Note zoveel betekent voor echte goede muziek, die meewarig lacht. Geef mij maar David Lindley, google eens op “Mercury Blues” (bijvoorbeeld Rockpalast 82 http://www.youtube.com/watch?v=sS2-BIo9IH0).
Gelukkig volgt nu een absoluut hoogtepunt: gospelsoul met Sam Moore (Sam & Dave), en het prachtige vol overgave gezongen “Please Call Home”. Gregg Allman zal in de coulissen trots toekijken hoe dit legendarisch soulicoon het publiek kippenvel bezorgt met zijn nummer. Wat een uitvoering, de vette Hammond en de soulvolle backing vocals, de bluesy licks van Pearson.

Aan wie de eer om na deze eerste climax het podium te betreden? Welja, het is meervoudig Grammy winner Keb’ Mo’ voor een versie van “Just Another Rider”. Het mag de pret niet drukken dat de toonaard van B/D naar A/C is gezet, het swingt de pan uit en de closing solo van Keb’ Mo’ is een staaltje smaakvol gitaarwerk. Fascinerend om te zien hoe de band vooruit blijft duwen, steeds een traptrede hoger naar de climax bovenaan, zonder te dwingend te worden, teneinde samen met solist het hoogtepunt te bereiken.
“Before the Bullets Fly” – voor hen die het zich niet beseffen: door Warren Haynes geschreven – wordt uitgevoerd door Brantley Gilbert met volop ruimte voor Chuck Leavell.
Dan wordt het weer tijd voor de volgende living legend, en betreedt Dr. John het podium. Hij brengt het gezamenlijk met Gregg geschreven “Let This Be a Lesson” van ‘Playin’ up a Storm’ (’77). Net als Allman zelf kan de Doctor terugkijken op een zeer roerig bestaan, het wordt hem vergeven dat hij de tekst een beetje kwijt is. Jack Pearson begint het tijd te vinden om een demonstratie van zijn buitengewoon kunnen te starten, hoewel Freed zich niet onbetuigd laat in die paar solo’s die hem deze avond gegeven zijn.
Volgende nummer is een ballad met Pat Monahan, “Queen of Hearts”, en we krijgen weer top gospelsoul te horen. Tijd om een goede trappist of Belgische tripel in te schenken! Na de sax solo maakt Jack het af en oogst applaus.

John Hiatt komt op voor de verrassende keuze “One Way Out”, een mooi moment om er een beetje pit in te gooien en Jaimoe komt er ook even bij zitten voor de jazzy fills. Freed, Hall en Pearson mogen soleren, terwijl Don Was op een kruk zit te bassen alsof hij in een fauteuil een sigaar zit te roken, maar ondertussen!
De volgende legende Taj Mahal haalt voor het eerst the man himself op het podium voor “Statesboro Blues”. Bij een avondvullende ABB show moet Gregg zijn zang doceren over de avond heen, hier laat hij zien dat hij “Statesboro Blues” heel goed kan zingen als hij zich daar geen zorgen om hoeft te maken. Tijd voor een staaltje Chuck Leavell en dan gaat de huisband even uitrusten, en maakt plaats voor Widespread Panic met natuurlijk Jimmy Herring die bij de Allman Brothers een jaartje heeft gespeeld. Het is nooit helemaal mijn band geworden, maar de laid back uitvoering van “Just Ain’t Easy” is goed en het wordt nog feestelijker als voor “Wasted Words” Derek Trucks aanschuift. Trucks en Herring spelen al vele jaren samen, sinds de eerste versies van de Derek Trucks Band. “Wasted Words” rockt lekker door, een solo van Derek, het outro wordt door piano in gang gezet en dan kruisen Herring en Trucks de degens, waarbij Herring ‘m er ook ongenadig van langs geeft.

De volgende artiest is Trace Adkins. Hij komt, ondanks dat toonaarden ingrijpend zijn aangepast aan zijn ‘bereik’, letterlijk en figuurlijk niet tot grote hoogte: Saloon/bar kaliber wat mij betreft, hetgeen hij illustreert door aan het einde van zijn optreden te verklaren dat hij nog nooit zoiets cools heeft gedaan in zijn hele carrière. Het weerhoudt de gitaristen er niet van degelijk gitaarwerk neer te leggen. “I’m No Angel” en “Trouble No More”.
Schenk nu gerust een Whiskey/Ginger Ale in met veel ijs. Zoals eerder na een kritische noot direct een hoogtepunt volgde, is dat nu weer het geval, maar nu volgt een serie hoogtepunten. Veelzeggend voor de sterke opbouw van de show, het is een aantal laid back nummers. Te beginnen met Vince Gill die “Multi Coloured Lady” komt doen. Hij is een veelzijdig gitarist. Op de Gibson ES335 legt hij een compleet andere stijl weg dan hij op het eerste Crossroads-festival deed met, en in de stijl van, Albert Lee – het Hogeschool Country Picking.

Vervolgens mag Martina McBride haar niet geringe aankondiging komen waarmaken. Smaken kunnen verschillen, maar dit is grote klasse. Met de drie achtergrondzangeressen, een B3, piano, een akoestische en elektrische gitaar kan een prachtige gospelsoulcountryblues worden neergelegd, en zo geschiedde. Na haar solozang, “All My Friends”, komt er versterking van Pat Monahan, zij zingen beurtelings een couplet en samen chorus en finale van “Can You Fool”.
Dan komt Eric Church, met wat mij betreft het beste optreden. “I Ain’t Wasting Time No More” zingt hij vol overgave, en natuurlijk gaat Jack weer los. Zelfs Don Was moet ervoor gaan staan, het nummer wordt uiteindelijk gebruikt als clip onder het DVD-menu. Met zijn country benadering maakt Church vervolgens ‘zijn’ uitvoering van “Win, Lose or Draw” onvergetelijk, helemaal als het van gospel doordrenkte vocale eindduel tussen Church en de achtergrondzangeressen dusdanig ‘uit de hand loopt’ dat beide partijen zichtbaar geëmotioneerd raken, terwijl Pearson er andermaal gevoelig doorheen staat te huilen. Klasse.
Aan de vrienden Jackson Browne en Gregg Allman de eer om ons het vorige hoogtepunt te doen vergeten. Dat lukt niet direct, Gregg heeft het wat lastig met de vocalen in Brownes’ “These Days”. Als we er eentje moeten aanwijzen die het minst ‘the song of Gregg Allman’ is, dan is het deze misschien.
Dat geldt natuurlijk zeker niet voor “Melissa”. Ook Browne laat zien er wel raad mee te weten als hij het 2e couplet zingt, maar even later pakt hij tweestemmig de lage 2e stem. Muzikaal klopt het absoluut, maar we denken weemoedig even aan die ene muzikant die zich (vanavond) niet tot de friends van Gregg Allman rekent: Dickey Betts.

Gregg blijft staan en krijgt versterking van Zac Brown en Vince Gill voor “Midnight Rider”, waarbij Gill de tweede stem zingt en een gitaarsolo pakt.
En dan wordt de beste band ooit aangekondigd. En in dit laatste jaar van optredens, op deze avond en in deze stad zijn ze dat onherroepelijk: the Allman Brothers Band. De format wordt bekend verondersteld, en ze brengen de Allman songs die gebracht moeten worden: “Dreams” (de enige die Gregg bij zich had toen hij in ’69 bij de band kwam) en “Whipping Post”, de uitsmijter van het legendarische album ‘Live at Fillmore East’ (’71), dat zojuist in een hoogwaardige 4 Lp versie opnieuw is uitgebracht. In Dreams krijgt Derek de eerste solo, maar hij geeft nog niet alles weg en doet ‘m over aan Warren die het met de slide afmaakt. Gregg geeft vocaal alles wat hij heeft, het publiek zingt woord voor woord mee – zoals altijd in de Fox, zie de 2004 ‘Instant Live’ 9CD set ‘Foxbox’ – en in “Whipping Post” geven beide beulen Trucks en Haynes ‘m genadeloos van jetje – terwijl de uitgebreide twee drums/percussie/bas-backbone van de band vanouds dusdanig zit te pompen dat ze soms niet meer weten waar de ‘1’ is.
Uiteraard wordt de avond afgesloten met de hele cast, die deze memorabele avond in stijl afsluit met het “Will The Circle Be Unbroken” – uiteraard een nummer van Greggory LeNoir Allman.

Tot slot enkele tips voor hen die, naast het studiowerk, verder willen in het repertoire van Gregg Allman.
Er is circuleert een in 1994 live bootleg van de “Gregg Allman & the Alabama All-Star Soul Revue”, met een All-Star band van oude vrienden en bekenden, waaronder Johnny Sandlin (Hour Glass), Scott Boyer, Bill Stewart, Jim Horne, Jack Pearson, Tom “The Ace” Doucette, Jimmy Hall en Count M’Butu die we later bij Derek Trucks terugzagen. Een hele vette soulbluesshow.
Dan zijn er de Ducktapes, ofwel Duck Tape Mixes, een verwijzing naar de Duck Tape Music studio’s (Decatur, AL) van Johnny Sandlin. Deze opnames zijn op één nummer na de basis voor het album “Searchin’ for Simplicity” van Gregg Allman. Echter, uit deze uitgelekte tapes blijkt dat het album zoals we dat kennen vakkundig dood gemixt is in een poging een radio toegankelijke eenheidsworst te creëren, terwijl hier te beluisteren is dat het is opgenomen als een hele rauwe, vette soulbluesplaat. Gillende Hammond B3, vette blazers en een excellerende Jack Pearson. Zoeken maar verzamelaars!
Tot slot kan of kon via munckmusic.com het 2011 optreden op het New Orleans Jazz & Heritage Festival worden gekocht van de huidige Gregg Allman Band, uitgebreid met een blazerssectie. Ook hele vette shit en een mooi best off gehalte.
Aanvullingen en correcties lees ik graag, see y’ALL.

Website: http://celebrategreggallman.com/