Chuck Berry – Chuck
Format: CD / Label: Dualtone – Decca – Universal
Releasedatum: 9 juni 2017

Tekst: Fons Delemarre

Ik kan me niet voorstellen dat er ook maar iemand is die verwachtte dat Chuck Berry op zijn laatste album ‘Chuck’, nieuwe wegen in zou slaan. De cd verschijnt kort na zijn dood en verdient het natuurlijk met enige compassie en empathie besproken te worden. Berry heeft ontelbare albums gemaakt sinds ‘After School Session’ in 1957 verscheen op Chess. In 1979 verscheen ‘Rock It’, het voorlaatste album. In zijn lange carrière zijn Berry’s gitaarspel, catchy lyrics en dito songs altijd 100% herkenbaar –en dus ‘eigen’- gebleven. Velen hebben hem geïmiteerd en zijn nummers nagespeeld, maar weinigen konden dat echt goed. Zie de hilarische filmopnames van de film ‘Hail! Hail! Rock ‘n’ Roll’ (1987), waar Keith Richards in de ogen van Berry een vette onvoldoende haalt bij het spelen van een van Berry’s oerlicks. Op Big Boys laat hij nog één keer horen hoe het volgens hem wél moet. Vrijwel alle nummers op Chuck verwijzen naar standaard Berry-nummers uit zijn oeuvre. Dieptepunt is het superlullige walsje 3/4 Time (Enchiladas), een variatie op het ook al niet erg verheffende (maar daardoor niet minder succesvolle) My Dingeling uit 1972. Darlin’ is een smartlapduet met zijn dochter. Ik hoop maar dat het zingen over Sweet Sixteen door mannen op vergevorderde leeftijd met een forse knipoog gezien moet worden. Uit de nauwelijks synchroon lopende zang en het toegevoegde engelenkoortje, leid ik af dat Darlin’ bedoeld is als een gebbetje. Vooruit dan maar. Lady B. Goode ken je al voor je het gehoord hebt. Jezelf plagiëren mag, tenzij je –zoals ooit John Fogerty– de rechten over je oude songs niet meer hebt. Fogerty werd voor de rechter gesleept omdat hij songs maakte die teveel leken op de liedjes van John Fogerty… Nog zo’n gevalletje van plagiaat op zichzelf is Jamaica Moon, een schaamteleze variatie op het prachtige Havana Moon uit 1956. Een uitzondering moet absoluut gemaakt worden voor Dutchman. Onverwacht blijkt Berry over een mooie donkere spreekstem te beschikken. Met die stem vertelt hij een verhaal over een creepy Dutchman. Onvermijdelijk doet het nummer denken aan Tom Waits’ intrigerende What’s He Building? (‘Mule Variations’, 1999). Heerlijk droog vertelt Berry het spookachtige liefdesgeschiedenis die bij zorgvuldige beluistering best wel autobiografische trekjes zou kunnen hebben. Wat een onverwachte uitsmijter van een verder zeer voorspelbaar en dus niet erg interessant album. Heeft ie tóch nog een onverwachte verrassing nagelaten. Thanks Chuck, voor al je fraaie rock `n roll, je beeldende teksten en je riffs die al tientallen jaren staan als een huis. En voor de Dutchman. RIP.

Tracks:
01. Wonderful Woman
02. Big Boys
03. You Go to My Head (Haven Gillespie, J. Fred Coots)
04. 3/4 Time (Enchiladas) (Tony Joe White)
05. Darlin`
06. Lady B. Goode
07. She Still Loves You
08. Jamaica Moon
09. Dutchman
10. Eyes of Man

Personnel:
Chuck Berry – electric guitar, lead vocals, production
The Blueberry Hill Band:
Robert Lohr – piano
Jimmy Marsala – bass guitar
Keith Robinson – drums
Additional musicians:
Charles Berry Jr. – guitar
Ingrid Berry – harmonica
Tom Morello – guitar on Big Boys
Nathaniel Rateliff – guitar on Big Boys
Gary Clark Jr. – guitar on Wonderful Woman

Website: Chuck Berry


Ook op Blues Magazine ...