Chris O’Leary – 7 Minutes Late
Format: CD – Digital / Label: American Showcase Music Records
Releasedatum: 18 januari 2019

Tekst: Peter Marinus

Zanger en harmonicaspeler Chris O’Leary is met zijn nieuwste album alweer aan album nummer vijf toe. En na beluistering van dit album verbaas ik mij wederom over het feit dat Chris nog steeds niet echt doorgebroken is. Sommigen van ons zouden Chris kunnen kennen als zanger bij Levon Helm’s Barnburners maar ik vrees dat Chris bij de meesten nog onbekend is.
Hij maakte zijn solodebuut in 2011 met het album ‘Mr. Used To Be’, dat gelijk de Blues Blast Award voor beste debuut van dat jaar binnen sleepte.

Op zijn nieuwe album wordt Chris bijgestaan door Andrei Koribanics (drums), Matt Raymond (bas), Peter Hopkinson (gitaar), Greg Gumpel (gitaar, mandoline), Jeremy Baum (orgel, piano) en Andy Stahl (tenorsaxofoon) plus de gasten Jimmy Voegli (piano, orgel), Pete Kanaras (gitaar, bekend van The Nighthawks) en Chris Vitarello (gitaar).

De kracht van dit album is de variatie. Moeiteloos wordt er van ingetogen soul geswitcht naar rauwe blues. De zang van Chris is rauw en donker en doet vaak aan die van John Hiatt denken.

Chris gaat swingend van start met What The Devil Made Me Do, een uptempo soulnummer met lekker knorrende sax en brandend gitaarwerk van Chris Vitarello. Een prima opwindend en zweterig nummer. In Your Day Will Come gooit Chris het over een complete andere boeg met een zwoel deinende bluesmambo mat atmosferisch gitaarwerk en een rokerig jazzy geluid. Pete Kanaras onderscheidt zich hier met snijdend en twangend gitaarwerk.
One More Chance At Love is daarna weer een broeierig schurend funky bluesrock nummer vol met snijdende en gierende slidegitaar. Chris laat zich hier vocaal van zijn rauwe en getergde kant horen en haalt in dit nummer voor het eerst zijn harmonica tevoorschijn, die hij hard en zeer rauw laat brullen. In Second Time Around is het tijd voor de boogie. Een boogie van het lome soort met een flink John Lee Hooker gehalte wat automatisch inhoudt dat we hier met een lekker smerig gitaargeluid te maken hebben
She Ain’t Coming Back is een lome countryblues waarin de uitmuntende meerstemmige soulzang, a la The Five Blind Boys Of Mississippi, opvalt. Op het eind transformeert het nummer tot een traag marcherend New Orleans nummer, compleet met swingende dixieland blazers.
Circus Just Left Town is overduidelijk gebaseerd op de funky beat van “Willie And The Hand Jive”. Wederom een heerlijk swingend nummer waarin de New Orleans invloeden weer volop aanwezig zijn. 7 Minutes Late is een ingetogen Americana nummer, in een stijl die in de verte aan John Hiatt of Ry Cooder doet denken.
Dan is het in Unbelievable ineens tijd voor een Al Green-achtig soulnummer met een heerlijk romig orgel van Jeremy Baumnen een soepel maar vooral luchtig ritme. De stem van Chris benadert die van Al Green akelig dicht. De huilende slidegitaar en rauwe harmonica zetten het rauw stampende Bones in werking. Een rauw potje blues a la The Red Devils, met scheurend harmonicawerk van Chris. We rocken nog even verder met het ongecompliceerde Heartbreak Waiting To Happen. Een recht voor z’n raap rocker met snerende John Hiatt-achtige zang en heerlijk smerig raggende gitaarriffs. De New Orleans invloeden zijn weer terug in Driving Me Crazy. Een loom swingend nummer dat vol zit met alle kanten op swingende blazers. Een nummer van een hoge Ry Cooder-achtige kwaliteit.
Chris sluit zijn album intiem af met de akoestische ballad Daddy’s Here waarin het geluid van “Love In Vain” (van The Stones) vermengd is met een hoge dosis soul. De naam van Otis Redding is daarbij onvermijdelijk.

Dit zeer afwisselende album van een zeer hoge kwaliteit moet nu toch maar eens de doorbraak van Chris O’Leary gaan betekenen!


Tracklist:
01. What The Devil Made Me Do
02. Your Day Will Come
03. One More Chance At Love
04. Second Time Around
05. She Ain’t Coming Back
06. Circus Just Left Town
07. 7 Minutes Late
08. Unbelievable
09. Bones
10. Heartbreak Waiting To Happen
11. Driving Me Crazy
12. Daddy’s Here

Website: Chris O’Leary