North Sea Jazz Festival | De Haagse Jaren volgens Theo van den Hoek
Uitgeverij Aspekt
ISBN/EAN 9789463388672

Tekst en foto’s Bert Lek. (Let op: alle foto’s, video’s en teksten op deze website zijn auteursrechtelijk beschermd. Het is niet toegestaan deze zonder voorafgaande toestemming te gebruiken, af te drukken of te publiceren.)

Vanaf het begin van het North Sea Jazz festival is Bert als fotograaf van het bluesblad Block betrokken geweest bij dit mooie festival. Hij heeft een leuke recensie geschreven over het boek.

Theo van Den Hoek raakte in 1977 betrokken bij het North Sea Jazz festival. Eerst als rechterhand van organisator Paul Acket, die een jaar eerder het festival opstartte in het Nederlands Congresgebouw te Den Haag. In 1997 werd Theo algemeen directeur, dat hij bleef tot 2005. In dertig jaar kijkt Theo vlot leesbaar terug op de mooiste periode van het festival. Dat doet hij mede dankzij de pen van Max van den Broek. In 131 pagina’s komen veel aspecten aanbod.

Het begin gaat over zijn grote leermeester Paul Acket, hoe hij er toe kwam om er met zijn miljoenen guldens, die hij op zijn bankrekening kreeg met de verkoop van verkoop van Muziek Expres/Tuney Tunes aan de VNU. De kleine drie daagse start in 1976 met al grote namen als Count Basie, Ray Charles, Sarah Vaughn, Memphis Slim en Dizzy Gillespie met 9500 bezoekers. Toen was het meer een regionale dan en wereld gebeuren zoals later dat uitgroeide naar 23.000 bezoekers per dag. Daarna wordt ons een kijkje gegund in de logistiek en de zakelijke kant van zo’n groot festival, dat afgezien van de voorbereiding en het afbreken eigenlijk drie dagen een dorp is.

In de eerste jaren moest er geld bij, dus daarom werden de vleugels uitgeslagen naar o.a. Maastricht en Zuid Afrika. Helaas werd dat geen succes. Dus werd er naar sponsors gezocht en kwamen de VIP-rooms. Zo ontstond ook de vooravond van het festival met de naam Midsummer Jazz Gala.

Theo gaat ook in op de plusconcerten, die vaak in de PWA-zaal plaatsvonden. Hij stelt in het boek dat ze er nooit klachten over hebben gehad. Ik heb daar mijn mening over. Vooral mensen, die de eerste keer het festival bijwoonden waren boos dat ze boven op de pittige dag- cq weekendprijs nog extra moesten betalen, ze vonden het maar niks. “Ik heb toch al betaald” was de veel gehoorde klacht bij de pluskaartenbalie.

Verderop in het boek vertelt Theo over de uitbreidingen. In 1981 het Tuinpaviljoen, met geweldige optredens van Muddy Waters en Linda Hopkins. Helaas noemt Theo niet het optreden daarin van B.B. King, die in 1985 ’s middags vanuit deze enorme tent Nederland vertegenwoordigde als act voor het Live Aid concert. Het dakterras werd weer in ere hersteld. (Met een gaaf optreden van Muddy Waters, die het dak deed trillen.) Zeven jaar later kwam de Statenhal er bij, waar 10.000 mensen bijvoorbeeld genoten van de grote bluesmannen als Albert, B.B. King en John Lee Hooker.

Heerlijk om te lezen zijn de hoofdstukjes over de financiële huishouding en daarmee samenhangend financieel belang voor de gemeente Den Haag. Vanwege het eerste kwam Theo in 1994 in contact met MOJO, waar hij nooit spijt van heeft gehad.

Het hoofdstuk; De artiesten is het leukste van het mooie boekje. Over de diverse wenslijsten van een potje thee tot dure cognac, zwarte handdoeken tot de tussenstop in Parijs van zangeres en pianiste Dorothy Donogan. Daarentegen was Nina Simone een erg moeilijk mens. Het geinigste is het verhaal over dezelfde Nina, die eiste dat er constant een gynaecoloog stand-by moest staan. Die was niet voorradig, dus hebben ze maar een bevriende huisarts ingeschakeld, die toen ze er om vroeg haar complementeerde met haar mooie buik en haar aantal aspirines voorschreef en daarna helemaal het vrouwtje was en een prima concert gaf.

Een van de vele andere anekdotes haal ik er nog uit, waar ikzelf bij was. In 1993 zei Gary Moore wegens een oorontsteking af. Hij zou na B.B. King optreden in de Statenhal.

Voor B.B. was het nooit een probleem om wat langer op te treden. Zangeres Linda Hopkins werd aan hem gekoppeld en het werd zo’n geweldig concert dat niemand na afloop nog over Moore had. Als over er niks aan de hand was gaf Linda een wervelend optreden een paar uur later in het Tuinpaviljoen. In 1999 haalde Moore het concert als nog in.

Het Congresgebouw kende vele kleine zalen, waar hooguit een paar honderd mensen ingingen. En daarvan was de Paulus Potterzaal waar in 2001 eindelijk Cuby + The Blizzards optraden, de zaal was zo stampvol, dat het water van de muur afdroop. Meer over Benny Goodman, Van Morrison en Diana Krall en Roy Hargrove vind je terug in het boekje.

Eigenlijk hebben alle nog levende grootheden in Den Haag gestaan op twee na, Aretha Franklin en Stevie Wonder, wat Theo nog steeds dwars zit. Het laatste meest uitgebreide hoofdstuk gaat over de gedwongen verhuizing naar Rotterdam. Hierin schetst Theo hoe het volgens hem gegaan is. Eigenlijk is alles terug te voeren op geld, de verkoop van het Nederlands Congresgebouw aan vastgoedbedrijf TCN en daarmee samenhangende sloop van de Statenhal, de Van Goghzaal en het Paul Acket Paviljoen. Zo bleef er weinig ruimte meer over om een volwaardig festival te houden. De alternatieven, die aangeboden werden in de vorm van tenten rondom het festivalterrein bood geen soelaas vanwege het geluidsoverlast en dat hierdoor minder ruimte kwam voor het publiek, dus minder geld voor de grote artiesten.. Daarmee kwam een einde aan 30 jaar North Sea Jazz in de residentie.

Een heel vermakelijk boek met een mooie terugblik over de mooiste jaren toen de grote jazz, blues, soul en salsa namen nog leefden. Het boek is rijkelijk geïllustreerd met mooie foto’s van o.a. zoon Daniel van den Hoek met name over de gebouwen van het Nederlands Congresgebouw, en van Ron Jenner van de musici.

Via https://www.rockart.nl/product/north-sea-jazz-festival-de-haagse-jaren kom je aan een pracht exemplaar voor 19.95.


Ook op Blues Magazine ...