2016-10-14-king-king-rabo-hengelo-65-11

Interview: King King’s Wayne Proctor

Tekst: Nineke Loedeman

Wayne Proctor is altijd druk en afwisselend in de weer met drummen, produceren en mixen. Een echte workaholic die zichzelf weinig rust gunt. Want Wayne doet wat hij het liefste doet: musiceren, produceren en collega muzikanten helpen hun doel te bereiken. Sinds 2009 speelt de nu eenenveertigjarige Wayne in de Britse bluesrock band King King en nam alle albums met de band op. Ook al heeft hij die beginjaren regelmatig het (drum)stokje voor anderen verruild (om o.a. te gaan toeren met Oli Brown in de VS), sinds 2013 zien we hem tijdens optredens een vaste plek achter zijn geliefde drumkit innemen, tezamen met zijn bluesbroeders Alan Nimmo, Lindsay Coulson en de Nederlandse toetsenvirtuoos Bob Fridzema. Naast het drummen heeft Wayne nóg een passie: het produceren van albums. Hij is professioneel producer en heeft zijn eigen maatschappij House Of Tone.

In 2015 komt het bekroonde album ‘Reaching For The Light‘ uit en in dat kader doet de band een omvangrijke Europese toer. Eerst op het vasteland en aansluitend thuis in het Verenigd Koninkrijk. Vanavond trapt het kwartet het Blues Festival in Hengelo af. Tussen soundcheck en optreden praat Blues Magazine bij met Wayne over drummen, produceren en King King. Eerst feliciteer ik hem met de release van hun eerste live album ‘Live’op 21 oktober jl. De vele lovende recensies liegen er niet om en dat moet hem een trots en goed gevoel geven.

“Zeker weten! Ik heb in het verleden wel vaker live albums gemaakt dus het plan was om enkele concerten op te gaan nemen. Na de vijfde show stelde Andy, mijn collega van Superfly, voor om de aanstaande show in Glasgow op te nemen voor het live album. Het heeft ook wel wat, juist daar in de O2 te Glasgow, welke een uitstekende reputatie voor live-albums heeft, en voor maar liefst 1000 mensen! We gingen intern overleggen en iedereen was unaniem: “Laten we dit gaan doen!”

“Toen we in Glasgow aankwamen hebben we alle faciliteiten uitvoerig bekeken en getest. Iedereen was enthousiast, alles viel op zijn plek en ieders adrenaline begon te stromen. Het werd een prachtig optreden en de feedback van het publiek was hartverwarmend. Wat je hoort op het album is geen fake maar écht. Tuurlijk waren we wat bezorgd of Alan’s stem het zou volhouden maar dat ging uitstekend. Na het optreden beluisterden we meteen de opnamen en daar kregen we kippenvel van. Daarna begon het zware werk: 24 songs mixen, ook voor de DVD! Kijk, we zijn natuurlijk een ‘bedrijf’ dus er moet gewoon gewerkt worden. Ik geloof dat ik in die periode in geen zes weken thuis ben geweest.”

king-king-photo-by-nineke-loedeman

Wayne Proctor groeit op in het oostelijk deel van het Verenigd Koninkrijk, in Nottingham om precies te zijn. Hij is enig kind van ouders die eigenlijk nauwelijks een muzikale invloed op hem hebben gehad. Toch was het drumstel niet het eerste instrument dat Wayne begon te bespelen: thuis stond namelijk wel een orgel en daarop leerde Wayne zijn eerste noten spelen. Na enkele jaren nam hij een gitaar ter hand en weer enkele jaren later begon hij aan zijn grootste passie: drummen. Voor een man die niet naar muziek kan luisteren zonder in maten en tempo te denken, is dat best een logische beslissing.

“Niet mijn ouders maar wél mijn grootouders waren muzikaal en mijn nanny van toen speelde orgel. Zodoende stond er een Hammond in huis en toen ik nog jong was begon ik daar al op te pielen en leerde ik noten lezen. Vier jaar later, we waren inmiddels verhuisd naar het platteland, kwam ik op mijn nieuwe school waar je óf van Status Quo moest houden óf van Formule 1 racen. Ik koos voor Status Quo en begon naar die muziek te luisteren.

Toen ik een jaar of zeven was kwam ik via mijn neef, die een Gibson Les Paul had, in aanraking met het gitaarspelen en begon me daar in te verdiepen. Ik kocht een akoestische gitaar en nam lessen. Al snel kreeg ik mijn eerste elektrische gitaar. Daarna ging ik op 15 jarige leeftijd drumlessen nemen en zelf spelen. Ook luisterde ik veel naar Eric Clapton, waar ik een grote fan van werd. Als we met onze schoolband repeteerden, draaiden we Clapton’s muziek uit diens periode met Phil Collins en Nathan East. Ik was helemaal weg van het drumspel van Phil Collins en het duurde niet lang of ik kon met al diens muziek mee drummen. Ook schreef ik toen al songs en was in mijn hoofd altijd bezig met de opbouw en structuur van een liedje. Ik heb inmiddels veel songs geschreven, onder andere voor Oli Brown maar ook voor King King.”

Als Wayne ongeveer zeventien jaar is, gaat hij werken op de drumafdeling van een muziekwinkel in de regio. Daar ontmoet hij vele gelijkgestemde muzikanten en formeert hij bands. Dat is de plaats waar hij ook Aynsley Lister ontmoet. Hij kende Aynsley’s muziek al, aangezien deze al een paar albums uit had. Aynsley vraagt hem dan om in diens band te komen spelen en zo wordt Wayne vanaf zijn twintigste jaar professioneel drummer.

“Voor ik Aynsley tegenkwam had ik al veel naar diens vroege albums geluisterd en kende ze min of meer van buiten. Veel van mijn toenmalige collega’s waren muzikanten en een ervan, bassist Jim Hartley, speelde in Aynsley’s band. Aynsley belde, vroeg me voor een gig en zo is het balletje gaan rollen. Ik speelde toen twee shows met hem. Een jaar later belde hij nogmaals en nam hij mij aan als drummer. Hij had getekend bij RUF Records en we brachten enkele albums uit.
Toch kwam er een moment dat ik voor mijn gevoel een stap terug moest zetten. Ik was inmiddels 23 jaar en ik had het gevoel dat er meer moest zijn. Dat leek ik toen te hebben gevonden in de Britse blues band The Hoax, waar ik een ontzettende fan van was. Zó moest blues klinken!
Het zal rond de jaren ’98 – ’99 zijn geweest, ik bezocht veel van hun shows en kon goed met de bandleden opschieten. Toen ging de band uit elkaar en gitarist Jon Amor vroeg me voor zijn band AMOR. We toerden veel en samen namen we twee albums op, ‘AMOR’ (2001) en ‘Even After That’ (2002). Ook heb ik in die periode met Robin en Jesse Davey gespeeld en op hun twee albums, Monkey no 9 (2003) en Wolfbox (2010), meegespeeld.

Ergens geraakte ik toen op een keerpunt in mijn persoonlijke leven. De band AMOR betekende heel veel voor me, Jon’s muziek sprak me gigantisch aan. Ik geloof in het lot en zijn muziek kwam bij me binnen. Toch scheidden onze wegen na enkele jaren en zo ‘viel’ ik in mijn volgende band, die van Ian Parker.”

Na vele omzwervingen en spelen in diverse bands, begon Wayne zijn altijd al aanwezige interesse in productie, om te zetten in het daadwerkelijk produceren van albums. Samen met Andrew Banfield en Steve Wright richtte hij enkele jaren geleden de productiemaatschappij House Of Tone Productions op en begon de samenwerking met artiesten als Sean Webster, Ben Poole, Aynsley Lister, Stevie Nimmo en The Mentulls, om er maar een paar te noemen. Men kan wel zeggen behoorlijk succesvolle bands van dit moment. Plaats van opnemen is de Superfly studio in Ollerton en het mixen gebeurt in de Y Dream Studio’s. Alles in één pakket: House Of Tone. Hoe gaat het produceren nu eigenlijk in zijn werk en wat heb je nodig om een goede producer te zijn en om een goed product af te leveren?

“Genoemde bands zijn inderdaad succesvol en zijn beloond met meerdere Awards, wat zeker iets is om trots op te zijn. Ik weet niet of mensen overeenkomsten zien in die producties (ik hoop van wel) want daarom hebben we in feite ook House Of Tone opgestart. Om een naam te geven aan ons product en om als zodanig herkenbaar te zijn.

Ik ben eigenlijk altijd geïnteresseerd in organiseren, het visualiseren van en een bijdrage leveren aan. Niet zozeer aan het schrijven van nummers voor een album, maar wel eraan meewerken. Ik ben altijd een creatieve geest geweest, tref graag de voorbereidingen en ken hier ook geen grenzen in. Zolang als ik me kan herinneren ben ik hiermee bezig geweest, technisch gezien was ik altijd nummers aan het analyseren. Het eerste album dat ik produceerde was dat van Sean Webster (2005). Sean en ik zaten bij elkaar in de klas op de lagere school en waren elkaars beste vrienden. Dat album is opgenomen in de Bluewater Studios, het latere Superfly Studios. Overigens ontmoette ik via hem zijn bandleden, de broers Phil en Ash Wilson, twee jongens die het momenteel ook erg goed doen in de muziekindustrie.

Er komt heel veel kijken bij de productie van een album. Grofweg zijn er twee types producenten, je kunt iemand hebben die met de band in de studio is en simpelweg op de opname knop drukt. Zo’n typ wil ik niet zijn. Ik wil onderdeel zijn van het geheel, betrokken zijn bij de songs kiezen en het begeleiden van de muzikanten. Per bandlid wil ik alles wat erin zit eruit halen en de potentie versterken. Daarvoor moet je die potentie wel kunnen herkennen natuurlijk.
Het produceren gaat gefaseerd en bestaat uit grofweg vier fases. De pre-productie: het samen met de artiest/band ideeën uitwisselen, songs vormgeven en een richting vastleggen. Vervolgens ga je opnemen, waarbij het vertrouwen tot het maken van een goed product verder wordt uitgevoerd. Je kunt opnemen in zijn geheel, met later overdubs, of je neemt ieder instrument stuk voor stuk op en voegt toe. Als de opnames afgerond zijn ga je naar de volgende fase, het mixen. In deze fase breng je alles wat is opgenomen in de juiste balans en op een manier die de dynamiek tot zijn recht brengt. De laatste fase is de mastering, waarbij je het geheel netjes afwerkt en voorziet van een uniforme sound in iedere track. Het doel is om uiteindelijk samen tot de ideale sound te komen.

Ik stop zelf veel tijd in de pre-productie, ik vind het belangrijk om een klik te hebben met de artiest(en) en om het beste uit iemand te halen qua stem en instrument. Net zo belangrijk is het om samen visualiseren waar het hele proces toe kan leiden. Mijn grote voorbeelden zijn Bob Clearmountain (o.a. Bruce Springsteen) en Rick Rubin (o.a. Red Hot Chili Peppers, Johnny Cash). Rick is een uiterst veelzijdig producent en zeer succesvol in ieder genre wat je maar kunt bedenken: hij zorgt ervoor dat de artiest volledig tot bloei komt. Zo wil ik dat ook, de artiest op zijn of haar het best laten klinken.”

King King

Wayne is niet alleen de drummer van King King maar is ook de producer van de albums van deze meervoudig Awardwinnende band. Zowel de albums Take My Hand(2012), Standing In The Shadows(2014) als Reaching For The Light(2016) hebben de Award voor Best Album in The British Blues Awards in de wacht gesleept. Ook kunnen we wel stellen dat na jaren van hard werken de band meer en meer structuur heeft gekregen, niet alleen als band maar ook als bedrijf. De merknaam King King is beschermd en een samenwerking met een goede promotor is een feit. Wanneer werd King King een vaste werkgever voor je en hoe voelt dat? En heb je een voorkeur voor drummen versus produceren?

“Klopt, het draait inmiddels niet enkel meer om alleen maar optredens doen. Alles moet kloppen. We zijn inmiddels een fase verder gegroeid. Het vergt ook een zekere mentaliteit om dit te doen en je kunt je niet meer verschuilen achter hoe dingen vroeger gingen. Drummen versus produceren? Ik ben gek op beiden. Produceren is iets totaal anders en ik ben dol op het creatieve aspect ervan. Zodra ik weer on the road ben en ga drummen dus, moet ik altijd even omschakelen. Voor mij is de afwisseling van beiden zeer belangrijk.”

Wayne draait al ruim 25 jaar mee in de muziekwereld, speelt alle mogelijke stijlen en kent de muziekindustrie inside out. Ik vraag hem of het goed met de Blues gesteld is.

“Ja dat denk ik zeker wel, het niveau ligt tegenwoordig hoger heb ik het gevoel. Zeker als ik het bekijk vanuit mijn perspectief als producer. Ik zie natuurlijk veel reviews binnenkomen, de lat lijkt hoger te liggen en iedereen probeert die lat te bereiken. Je moet jezelf wel eerlijk blijven beoordelen. Het gaat niet alleen maar meer om de blues, zeker niet voor muzikanten zoals wij. Wij willen ook niet zozeer een bluesband zijn, maar voornamelijk één geheel. Het gaat om de klik onderling en onze grote gemene deler: liefde voor melodie met als doel een goed product af te leveren.
Ik wil de persoonlijkheid van een band kunnen zien. Ik wil een artiest zien, of je nu blues hoort of rock of singer/songwriter en de energie voelen. Helaas heb ik zelf nauwelijks nog tijd om artiesten te gaan zien, maar ik heb zojuist wél Ryan McGarvey gezien. En er liggen inmiddels plannen om zijn volgende album op te nemen! Volgend jaar komt dus zijn live album uit plús in april / mei 2017 een nieuw studio album.”

Er staat weer een enorme tour door GrootBrittannië en Europa gepland. Hoe hou jij het fris en fruitig tijdens zo’n tour?

Wayne lacht: “Ach, ik heb zo mijn dingetjes, zo moet ik van mezelf wel fatsoenlijk blijven eten en me goed opwarmen voor een show. Kortom: een gezonde leefstijl in acht nemen.”

Wat staat er op jouw bucketlist, heb je nog iets te wensen?

“Als producer zou ik met House Of Tone nog wel eens een hele grote naam willen produceren. Geef ons iemand als Pete Townsend bijvoorbeeld en laat ons tonen wat we kunnen! Dingen gaan momenteel erg goed en ik probeer er stabiliteit in te houden. Mijn enthousiasme ergens voor is dan doorslaggevend, ik moet het voelen. Dat is altijd zo geweest en dat geldt eigenlijk voor alle aspecten uit mijn leven.”

Tot slot: Wat is het beste wat je tot nu toe is overkomen en is dit het leven wat je altijd voor jezelf gewenst hebt?

“Eigenlijk is King King wel het beste van me is overkomen, het is zo positief en gezond. De samenwerking met de jongens, de groei die we samen doormaken. En ja, ik hou van mijn leven, ik hou van dit werk. Het is wie ik ben.”

Website Wayne Proctor: http://www.wayneproctormusic.co.uk/Home.html
Website House Of Tone: http://house-of-tone.com/Home.html
Website King King: http://www.kingking.co.uk/Home.html

Noot van de redactie: enkele dagen na dit interview besloot de band de Europese toer te cancelen wegens stemproblemen van frontman Alan Nimmo. Ook een gedeelte van de UK tour is afgeblazen. Inmiddels heeft de band de draad weer opgepakt en het eerste optreden heeft inmiddels op 25 november plaatsgevonden. Begin 2017  komt King King weer naar Nederland! Zie hieronder de data:

[tribe_events_list tags=”King King” limit=”10″]