Photo Dawn Brothers, photography by Ruth Nije Bijvank

Next Of Kin, ontstaan uit chaos..

Music From Big Pink, maar dan in de polder. Zo zou je ‘Next Of Kin’ kunnen omschrijven, een muzikaal samenwerkingsverband tussen jonge Nederlandse roots-muzikanten als Dawn Brothers, Tim Knol, DeWolff, Merel Sophie en Coal Harbour. ’t Is misschien wat overdreven, de brille van The Band was vijftig jaar geleden zo wereldschokkend dat iedere vergelijking mank gaat. Maar toch. Wie goed luistert naar ‘Next Of Kin’, het zes tracks tellende mini-album dat dit gezelschap in het afgelopen half jaar in de Wisseloord Studios samenstelde, hoort, naast de ambachtelijkheid van de afzonderlijke songs, de ambitie om iets groots te maken, dat de waan van de dag overstijgt, en dat over pakweg twintig jaar nog het beluisteren waard is. Of dat gelukt is, moet de geschiedenis uitwijzen.

Tekst: Dietmar Terpstra

De zes tracks roepen associaties op aan de tijd dat The Allman Brothers, The Band en Neil Young de radio domineerden. De plaat verschijnt via de Paradiso Vinyl Club en wordt officieel uitgebracht op Record Store Day.
‘’Eigenlijk zijn we al drie jaar getrouwd’, zeggen Pablo van de Poel, gitarist van DeWolff en Levi Vis, bassist en zanger van Dawn Brothers. Beide bands timmerden de afgelopen jaren nadrukkelijk aan de weg, met elk hun eigen versie van de psychedelisch gitaarrock slash rootsmuziek waarvan de fundamenten zijn gelegd in de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw.

Promotieverplichtingen hebben de twee muzikanten gebracht naar de Gibson Room in Amsterdam Noord, van waaruit de Amerikaanse gitaarbouwer Europa bestrijkt. Muzikanten op tour komen hier een gitaar lenen, maar ook Van de Poel loopt hier rond als een kind in een snoepwinkel.
‘’Wij kennen elkaar natuurlijk al lang en waren eigenlijk op zoek naar een goeie studio om wat te gaan jammen. Het moest in een casual setting, het gaat er om dat je met mensen een klik hebt. Een beetje zoals dat vroeger was, iedereen speelde met iedereen mee, zodat het meer wordt dan een band, het wordt een scene. Maar in het begin was er vooral chaos, en de studio was een soort open huis. We hadden wat ideeën, maar pas in de studio hebben wij echt zitten schrijven. Charmant, vinden wij dat.’’


Dawn Brothers, photography by Jesse Immanuel Bom

Na een tijd pielen en kloten werden er toch concrete plannen gesmeed, de vinylclub van Paradiso en platenmaatschappij V2, toch al het label van Dawn Brothers, raakten geinteresseerd in het project en zegden samenwerking toe. ‘’Drie dagen en drie nachten, van vier uur ’s middags tot vijf uur ’s nachts hebben we gewerkt. Er was urgentie, we mochten pas weg als het klaar was.’’

She Turns My Radio On, de openingstrack, begint met een soort Little Feat-achtig ritme, slide-gitaar valt in, meerstemmigheid, en iets de radio die aangaat als de koeien thuis komen. Is dat het ligt onvaste stemgeluid van Rick Manuel dat we daar horen? ’t Lijkt er sterk op.. En dan Kill Me Tomorrow, pure sixties psychedelica, opgefokt als David Crosby in zijn donkerste dagen, met een snerpende leadgitaar, die aan het eind van de lick zelfs dubbelt. Devil Woman, de nieuwe single, roept een sfeer op van The Cream in Disraeli Gears.

 

En dan hebben we die fraaie countryballad van Tim Knol nog niet eens gehad, All-in Time. Hoor die huilende pedal steel, daar diep in de verte..It’s the sound of loneliness, ringing in my ears…De eerste signalen van de seventies west coast pop klinken door in het bijna landerige Let’s Be There Together, dat van soulvolle blazers en strijkers is voorzien, plus aan het eind die sprankelende piano van Rowan de Vos. En tot slot slaat de diepe weemoed toe met Silent Whisperer van Levi Vis, met een mooie pedal steel van David Gram.
Dit is een heel fijn bandje, hoor!

‘’De eerste platen waar wij naar luisterden waren van Bob Dylan, The Band, Neil Young. Dat is muziek waar de muzikanten destijds hun hele hart instopten, en dat kun je horen. En toen die muziek uitkwam, was dat de mainstream. Sindsdien is de wereld veranderd, misschien kleiner geworden. Maar de liefde voor muziek is onveranderd. En het zijn nog steeds dezelfde drie akkoorden die we gebruiken. In die zin is er niets veranderd. Je moet niet vergeten: muziek vergt een investering. Je moet je er in verdiepen. Wij, de muzikanten die deze muziek gemaakt hebben, hebben ons verdiept in die muziek, misschien hebben sommigen van ons er wel tienduizend uur ingestoken om de muziek te begrijpen! Het gaat om vakmanschap. En dat is de charme van dit project. Wij vinden allemaal dat we muziek moeten maken die je grijpt, je hart en je ziel moeten er in zitten. En dat is gelukt.’’


Dawn Brothers, photography by Jesse Immanuel Bom

Coverfoto Dawn Brothers, photography by Ruth Nije Bijvank