Tiny Legs Tim is ondertussen al geen onbekende meer in het Belgische bluescircuit, en ook daarbuiten holt zijn reputatie hem vooruit. “Puur, onversneden en met de nodige diepgang” is een passende beschrijving wanneer men spreekt over One Man Blues, de eerste plaat van Tiny Legs Tim. Deze bestaat uit een aantal energieke live-opnames van zijn duidelijk Delta en Hill-Country geïnspireerde Blues, die mooi de sfeer vatten waarin hij het liefst vertoeft. Deze Heuvellander heeft van Gent zijn thuisbasis gemaakt, waar hij voortaan samen met Lightnin’ Guy de lokale Bluesscène een duwtje in de rug geeft door op regelmatige tijdstippen jamsessies te organiseren. Daarnaast houdt hij er een enorm drukke agenda op na, met gemiddeld 3 concerten per week. Hoe hij dit alles ziet, leest u hieronder.

Tiny Legs Tim

In gesprek met … Tiny Legs Tim
Door Jago Kosolosky & Vincent Slegers

Hoe bent u bij de blues beland?

Ik was heel jong toen ik door de microbe gebeten werd. Mijn vader had, naast de normale platen, ook enkele Bluesplaten en wat materiaal van Dylan. Van zodra ik zelf platen kon opleggen keerde ik steeds terug naar die Bluesplaten en Dylan. Deze platen hebben er ook voor gezorgd dat ik gitaar ben gaan spelen.

En wanneer bent u dan begonnen?

Op mijn acht jaar ben ik gestart met klassieke gitaar in de gemeentelijke muziekschool. In deze periode bleef ik luisteren naar de platen van mijn vader, dus de muziek waaraan ik blootgesteld werd was eigenlijk heel beperkt. Eigenlijk heb ik heel mijn kindertijd ik naar die platen geluisterd. Nadien ben ik beginnen experimenteren en het is zeker Dylan die me inspireerde gitaar te spelen; meer nog om eigen nummers te gaan schrijven.

Eerste optreden?

Toen ik veertien of vijftien jaar was, met een gelegenheidsbandje. In datzelfde jaar heb ik ook voor de eerste keer meegedaan aan een rockrally. Dat was al alleen, enhoewel er  toen ook al blues in zat, was het vooral singer-songwriter materiaal. Daar moet ik een goede beurt gemaakt hebben want kort daarop kreeg ik allerhande aanbiedingen van groepjes. Nadien heb ik een tijdje in een groepje gespeeld, alvorens ik later  mijn eigen groep oprichtte, The Heartfakers. Dat was een bluesgroep, eerst met een vierkoppige bezetting, maar na het verongelukken van de andere gitarist zijn we met drie verder gegaan. Met The Heartfakers hebben we toch wel veel gespeeld en leuke dingen verwezenlijkt, waaronder een demo opnemen. Ik merk wel dat het nu anders is dan toen. Toen was het hele muziekgebeuren nog helemaal niet zo gemakkelijk als nu. Het was hoogstens een weekendbezigheid, en je stelde je er verder geen vragen bij. Ik kwam van op het platteland, ik kreeg ook helemaal niet mee dat je jezelf moet promoten. Goed, we deden wat we konden in de weekends en ondertussen studeerden we, dromende van meer maar nooit gedacht dat het echt zou kunnen. Een aantal jaar geleden, toen ik zwaar ziek was, is die klik pas gekomen. Op dat kruispunt in mijn leven heb er ik voor gekozen mijn leven voortaan volledig in het teken van mijn muziek te zetten. Mijn hoogsteigen ‘deal with the devil at the crossroads’.

Denk je dat elke bluesman iets dergelijks moet meegemaakt hebben?

Dat is een moeilijke vraag, want ik probeerde voor mijn ziekte natuurlijk ook al Blues te spelen. Toch  is er wel degelijk iets veranderd, dus misschien is er wel iets van aan. Ik zeg niet dat het nodig is om een muzikale carrière uit te bouwen want ik denk dat daar meer voor nodig is, maar ik denk wel dat het iets extra kan geven. Iedere mens komt wel eens iets tegen in zijn leven en krijgt zo wel de nodige levenswijsheid. Het zou jammer zijn moest dit niet zo zijn. Ik geloof dat een echte emotie en een extra dimensie of wat meer diepgang kan geven aan je muziek. Dat is zeker het geval bij bluesmuziek.

Merk je zelf niet dat je er sindsdien voller voor gaat?

Dat is zo, alles gaat nu opzij voor die muziek. Het is de idee van muziek te spelen dat me erdoor getrokken heeft en me gaande heeft gehouden. Het is mijn identiteit geworden. Soms maak ik denkoefening over wat ik zou doen mocht ik niet voor de muziek gekozen hebben. Toen ik erg ziek was heb ik mezelf de belofte gedaan: als ik dit overleef, wijd ik mijn leven aan de muziek. En zo geschiedde.

Tiny Legs Tim

Heb je ooit een ander beroep uitgeoefend?

Na het behalen van mijn licentiaat biologie heb ik nog een jaar extra genomen om mijn aggregaat te doen. Nadien ben ik dan  beginnen lesgeven. Ik had eigenlijk een heel normaal leven, waarbij muziek enkel een weekendactiviteit was. Ik heb dan een jaar of twee lesgegeven maar daarna is het verslechterd met de gezondheid. Als gevolg daarvan ben ik ook een jaar redelijk veel afwezig geweest. Het jaar daarop zat ik thuis, ten gevolge van de ziekte, en dan ben ik voor geruime tijd niet meer gaan werken. In 2009 heb ik terug geprobeerd om part-time te gaan werken, maar dat was niet meer hetzelfde. Ik kon me er ook niet meer voor motiveren. Ondertussen was die muziek aan het borrelen en ik moest ook nog elk weekend gaan spelen. Gezien mijn gezondheidstoestand, was dat eigenlijk teveel en dan heb ik de keuze gemaakt  – en kunnen maken, gelukkig – om me volledig toe te leggen op de muziek.

Mis je de 9 to 5 uren niet? De zekerheid?

Er is wel degelijk, sinds dat ik die beslissing genomen heb, een soort vrijheid bijgekomen. Je koopt ze wel natuurlijk want je moet met minder rondkomen. Je moet er zelf voor zorgen, je moet erin blijven geloven, je kan het niet een paar maand laten hangen. Je moet constant on top of it blijven en de bovenhand behouden. En dit is inderdaad soms moeilijk, maar ik heb niet te klagen. Ik zou absoluut niet terugwillen. De regelmaat, dat is wel iets dat moeilijk in te bouwen is, in het leven van een muzikant. Ik worstel daar wel enigszins mee. Een mild schuldgevoel gaat wel eens door mijn lijf als ik mijn dag pas begin tegen tien, elf uur en dan iedereen al zie die van zeven of acht uur bezig is. Ik moet ’s avonds natuurlijk pas beginnen. Regelmaat is wel belangrijk omdat je anders de neiging hebt voor alles teveel tijd te nemen. Dingen die je op een kwartier kan doen, zal je twee uur mee bezig zijn. Dat is iets dat ik mij realiseer en waar ik probeer iets aan te doen.

Wat is voor jou een typische dag?

Ik zal een dag nemen waarop ik moet spelen. Dat is opstaan rond tien uur, half elf. Dan in de voormiddag wat op de computer zitten, mails checken en tijd verspillen op facebook, wat tokkelen op de gitaar. In de namiddag zoek ik iets om te eten en dan maak ik facturen op voor ’s avonds en maak ik een planning. Het zijn dus vooral erg praktische zaken. Dan nog wat gitaar spelen en dan ’s avonds optreden. Het schrijven van nummers sluimert constant, dat heb ik tot op heden nog niet kunnen inplannen. Soms heb ik wel het gevoel dat ik dat eens moet inplannen maar dat lukt gewoon niet zo goed. Je kan wel een soort discipline inbouwen van veel gitaar te spelen overdag maar momenteel speel ik meer gitaar dan ooit tevoren en dan komt het schrijven van nummers vanzelf. Dat is als met sporten, in het begin moet je jezelf forceren maar uiteindelijk wordt dat een automatisme. Per week doe ik gemiddeld drie optredens. Dat is vrij veel maar ik heb daar niet echt last van. Ik heb ook geen moeite om altijd gedreven te blijven want voor mij is dat uur of die twee uur op dat podium, in ideale omstandigheden,  het ultieme leven. Daar voel ik mij het best. Naast het podium of in het dagelijks leven heb ik altijd wel ergens pijn of last van, gezien mijn gezondheidstoestand, maar op het podium verdwijnt dat. Je hebt natuurlijk ook optredens waarbij je je soms afvraagt, “wat zit ik hier te doen?”, maar gelukkig komt dat niet vaak voor. Anders blijf ik dat ook niet doen, dan kan je geen drie optredens per week doen. Als de mensen enthousiast zijn, motiveert dat mij natuurlijk ook.

Had je het succes van je album verwacht?

In alle eerlijkheid: neen. Maar dat succes is natuurlijk ook relatief.  Ik ben heel dankbaar voor wat er allemaal met de eerste plaat gebeurd is, dat is meer dan ik ooit verwacht had. Maar natuurlijk stelt dit niks voor in andere muzikale dimensies; maar zo mag je het niet teveel bekijken. Het is opgepikt op plaatsen, ook buiten het bluescircuit. Daar zat ik eigenlijk als artiest zelf ook – mijn doel was het bluescircuit erbij te krijgen. Nu heb ik het gevoel dat ik zowel erbinnen als erbuiten goed onthaald word.

Tiny Legs Tim - One Man Blues

Kriebelt het nooit om iets commerciëler te schrijven en meer geld binnen te halen?

Ik heb zo’n nummers! (lacht) Ik ben er ook niet zo van overtuigd dat me dat meer zou opleveren. Misschien is het juist die bluesdimensie die mijn muziek bij de mensen aantrekkelijk maakt. Het is lang geleden maar ik heb een hele reeks singer-songwriternummers gedaan voor ik met slide begon. Die zijn nooit opgenomen of uitgebracht. Het speelt wel in mijn hoofd er ooit iets mee te doen, maar dit is zeker niet voor de volgende cd. Dat wordt ook een bluesplaat. Ik voel de nood niet een nieuwe weg in te slaan. Live amuseer ik me erg enorm met de live one-man-band. Het enige dat ik overweeg voor het volgende albums is of ik daar nog iets aan kan toevoegen. Wat drum of contrabas, wat gastartiesten erbij halen.

In welke landen heb je allemaal al opgetreden?

België, Nederland, Frankrijk, … Luxemburg, Oostenrijk, Tsjechië, Polen, Slowakijke, Kroatië, Italië, …Het zijn er een stuk of dertien, allemaal wel in Europa.

Waar keer je graag terug naartoe?

Je hebt in ieder land een enorme verscheidenheid aan bars en cafés en mensen, net als hier. Je hebt er optredens die fantastisch zijn, en dat dan vaak nog op echt inspirerende plaatsen. Maar een land waar ik al geweest ben, en zeker nog eens naar zou willen terugkeren, is Portugal. Dat is misschien ook gewoon omdat ik me daar goed voel en omdat ik het er leuk vind. Het is wel zo dat als je een paar keer teruggaat, je mensen begint te kennen en dan is het makkelijker om een nieuwe tournee op te starten. Ik heb ook in Polen leuke dingen gedaan, net zoals in Kroatië en Slovenië.

Zijn er anekdotes die je zijn bijgebleven?

What happens on tour, stays on tour! (lacht)

Ben je alleen geweest of?

De eerst tours is er iemand mee geweest. De eerste twee was dat Jonathan die ook mijn boeking deed en de tour ook grotendeels gepland had. Ondertussen is die ook beginnen spelen en de twee volgende tours heeft hij mijn voorprogramma gedaan en dan de laatste tour naar Portugal ben ik volledig alleen geweest.

Wat verkies je?

Als je op je eentje reist zijn er momenten dat het erg confronterend is om alleen te zijn. Misschien is met twee wel aangenamer. Ik denk dat het het leukst is als je met twee muzikanten bent die elk hun hun eigen ding doen, maar waarmee je toch ook nog dingen samen kan doen, en waarmee je muzikaal overeen komt.  De volgende tour die ik aan het plannen ben, doe ik bijvoorbeeld samen met Lightnin’ Guy. Dan gaan we allebei solo spelen, en ook samen. Het plan is naar Luxemburg, Zwitserland, Oostenrijk, Duitsland, Nederland en misschien ook Frankrijk te trekken. Ik denk dat dat wel leuk zal worden. Het voordeel van die dingen klein te houden is dat alles veel makkelijker wordt. Slaapplaats, en alle andere praktische aangelegenheden bijvoorbeeld.  Ik stel me dikwijls de vraag, wast moest ik doen als ik met een volledige band was. Het zou sowieso veel moeilijker zijn. Ten eerste, om ervan te leven en ten tweede om alles geregeld te krijgen. Uiteindelijk ben ik nu superflexibel. Enkel mijn gezondheid waar ik rekening mee moet houden limiteert me enigzins. Ik moet medicatie nemen, en ik ben nog altijd erg mager. Dus als gevolg daarvan heb ik ook te weinig kracht en uithouding. Ik moet vooral zorgen dat ik genoeg rust heb en gezond proberen eten. Dat is ook moeilijk op tour en dit is vaak een punt van kritiek op tour, dat er volgende keer beter eten moet zijn. (lacht). Ik heb al gemerkt dat die tours ook altijd maar professioneler worden. Dat begon met een roadtrip waar we vooral slaapplaatsen vonden via CouchSurfing en woonkamerconcerten speelden en in kleine clubjes en caféetjes. De tour met Lightnin’ Guy nu, althans wat al vaststaat, zijn bluesclubs en dit wordt opgevuld met cafés.

Hoe kennen jullie elkaar?

Wij kennen elkaar echt nog niet zo lang eigenlijk, ik denk twee jaar. Via een gemeenschappelijke vriend hebben we elkaar leren kennen. Die heeft ons eens aan elkaar voorgesteld. Ik denk dat dat in het begin was toen Guy ook solo begon te spelen. Ik heb hem toen de eerste keer gezien solo op de Gentse Feesten. Toen hebben we elkaar lange tijd niet gezien tot hij de bluesjams begon in de Faja Lobi, welke nu verhuisd zijn naar het Volkshuis. Daar hebben we elkaar beter leren kennen en hebben we afgesproken om samen te werken. Omdat dat nu eenmaal beter werkt dan elkaar te beconcurreren! (lacht) Ik denk dat het anders genoeg is wel, ook al spelen we beiden blues en doet hij nu ook zijn soloding.

Is er soms toch geen concurrentie, jullie hebben dezelfde uitvalsbasis en vissen toch voor een groot deel in dezelfde vijver en trachten dezelfde optredens te strikken?

Eigenlijk niet. Het is zelfs zo dat als ik niet kan voor iets of we komen op een toffe plaats, dat we elkaar voorstellen. Het enige waar we elkaar zouden kunnen beconcurreren, is met Trefpunt op de Gentse feesten,  maar ook hier is het nog niet voorgevallen. Geen een van ons twee is dit jaar namelijk gevraagd, dus kunnen we nu troost zoeken bij elkaar! (lacht)

De laatste jaren in Gent is er wel een echte bluesscene ontstaan. Eerst met de jamsessies in de Faji Lobi en dan later in het Volkshuis en nu ook de akoestische jamsessies in de Hotsy Totsy. Mensen die uit de grond lijken te komen. Stemt u dat gelukkig?

Dat was eigenlijk een beetje de bedoeling en ik zag dat het lukte met Guy. Ik vond echter dat het altijd teveel in de Chicagoblues bleef steken. Nu, op zich is dat dat goed – Al die gitaristen moeten ook hun ding kunnen doen. Ik had dan het idee om ook een akoestische jamsessie op poten te zetten. Om het alleen te doen voelde ik me op dat moment niet helemaal zeker. Ik speel een paar covers die in mijn set zitten maar voor de rest ben ik echt geen wandelende bluessongbook..Op die jams worden zo’n nummers echter vaak gekozen. Mijn eigen nummers wijken ook vaak af van het 12 bar blues schema. Dus ben ik die akoestische jams in de Hotsy Totsy samen met Guy begonnen. Ik vind dat geweldig om te zien dat dat lukt. Ik denk dat de Hotsy Totsy zelf ook verschoten is, hoe goed dat loopt. Het is super, elke avond zit het bomvol. Dat is ook een enorme stimulans voor de jonge muzikanten. Voor de oudere muzikanten is het misschien meer een heropleving. Hier in Gent zit je wel degelijk met een opkomende verjonging van blues en bluesmuzikanten. Waar dit ons brengt in de toekomst zien we wel.

Zijn er jongeren die je opmerkt en waar je denkt nog iets van te horen?

Er zijn ontegensprekelijk een aantal zeer jonge gasten met talent. Of er iets van komt, zal ook voor een groot stuk van henzelf afhangen. Er zijn een aantal heel sterke gitaristen. Er zijn heel veel mondharmonicaspelers waarvan er een aantal ook heel goed bezig zijn, voor hun leeftijd of gezien de tijd dat ze nog maar spelen. Het blijkt een populair instrument. Misschien is deze heropleving wel deels te wijten aan de jamsessies!

Verkies je een carrière die internationaal gericht is?

Ik zou nu niet zeggen dat mijn carrière nu vooral op het buitenland gericht is. Ik doe in de zomer wel die tours maar gedurende het hele jaar doe ik wel optredens in Vlaanderen en bij uitbreiding België. Kijk, ik heb mijn eerste stappen met mijn one man band hier in Gent gezet maar ik denk wel dat het belangrijk is snel buiten Gent te kijken en buiten Vlaanderen. Wat ik hier doe, probeer ik ook ook in andere landen, om zo mijn actieradius verder uit te bouwen. Dan groeit alles een beetje gelijkmatig. Ik denk dat het weinig zin heeft plots groot te zijn in België en daarbuiten niks. Ik denk ten eerste al dat het moeilijk is om groot te worden in de blues in België. Je speelt dan nog één of twee keer per jaar op een groot podium. Als je op zo’n moment niet op het buitenland hebt ingezet, zit je voor de rest van het jaar met een enorme leegte. Het is voor mij ook wel zo dat ik in België en Nederland op mooiere plaatsen speel en beter betaald wordt dan in Polen of Tsjechië… Het is natuurlijk ook een psychologische factor, als de mensen weten dat je naar het buitenland getrokken bent, spreekt dat wel tot de verbeelding. Je krijgt vaak te horen dat de mensen dat appreciëren. Er zijn niet veel artiesten die dit doen natuurlijk, zeker niet op hun eigen initiatief. Ik heb het altijd zo gedaan. Het is ook leuk  natuurlijk, je komt op veel plaatsen en je kan niet alles intensief bezoeken want op tour moet ik ook veel rusten en heb ik dus niet veel tijd over. Je bent ook veel op de baan.  Maar toch, ik ben graag onderweg, deels ook omdat je ook altijd terecht komt op verrassende plaatsen.  Als je moet gaan spelen in Bar Atelier ergens in Duitsland, kan je je daar niks bij voorstellen. Maar je komt dan toe en dat valt nadien bekeken super mee.

Wat was de ergste plaats waar je ooit moest spelen?

De ergste plaats… Ik herinner me een plaatsje in Polen en terwijl dat we op tour waren, was het contact al verbroken. Toen we aankwamen op de locatie, Bar Underground, bleek dat gestopt te zijn. Dan hebben we een vervangingsoptreden gedaan in een soort restaurant voor plaatselijke specialiteiten. (lacht) Uiteindelijk spelende voor vijf man, bestaande uit het koppel waar we bij bleven slapen en enkele van hun vrienden. Die zaten natuurlijk ook liever met elkaar te praten dan te luisteren naar het optreden. Dat was vrij triestig! (lacht)

En de mooiste plaats?

Moulin Blues was natuurlijk heel tof en op de Paulusfeesten mogen afsluiten op het Pauluspleintje was hemels. Meestal als one man band en zeker op dit moment word ik vroeg op de affiche als opener of als change-over geboekt. Op de Paulusfeesten kreeg ik nu echt eens de kans mezelf te bewijzen en dat op een plein dat stampvol stond. Dat was super. Dat was anders. Normaal moet ik, bijvoorbeeld op Swing Wespelaar, vroeg spelen en dat wordt een opdracht. Dat verwacht ik althans. Ik moet de mensen overtuigen. De situatie sijpelt door in je spel ook natuurlijk. Dat is misschien nog wel iets voor de toekomst, dat dat meer mag voorvallen. Maar let op, ik klaag niet hoor.

Ik regelde voor mijn album ook alles zelf, de boeking, het contact met de pers enzovoort. Ook in de opnames was ik vrij perfectionistisch. Ik weet hoe het moet klinken in mijn hoofd maar het eruit krijgen is wat moeilijker. One Man Blues is trouwens live opgenomen, voor een publiek van dertig man, dus alles is in één take. Ik heb twee avonden voor dertig man in een living dezelfde set gedaan en daaruit kon ik de beste versies kiezen. In mijn oren loopt er van alles fout op die cd. Ik had ervoor zelf zitten opnemen in studio-omstandigheden, maar toch had ik steeds het gevoel dat het live beter was, dynamischer en energieker. Hiervoor had  ik een maand zonder resultaat zitten werken in een studio, dus dan ben ik het maar live gaan doen. Voor de volgende cd zou ik wel de studio in willen.

Voor het volgende album, speel je vooral nieuwe nummers?

Misschien één cover of twee maar vooral eigen nummers weer. Maar de eerste is één klank, het livegebeuren op cd. Voor de volgende wil ik een breder gamma qua sound. Dat is moeilijk natuurlijk, ik heb in mijn hoofd een goede geluidskwaliteit die tegelijk vintage klinkt. Stap daar maar eens naar een producer, die vraagt je vlakaf of je nu wil dat het slecht en oud klinkt of goed en modern! (lacht) Ik denk dat ik genoeg materiaal heb ook momenteel. Mijn planning is om het nieuwe album begin februari te kunnen uitbrengen. Dat is vrij snel en dat is bewust. Ik hoop dat ik er een schepje bovenop kan doen.

Is het soms niet moeilijk om de verwachtingen nu te overtreffen? De underdogpositie ben je verloren…

Van in het begin had ik al het gevoel, toen de goede recensies binnenstroomden, dat het volgende album nog beter zou zijn. Omdat ik toen al nummers voor de volgende had waar ik een goed gevoel bij had. Volgens mij zullen mensen het volgende album ook wel kunnen smaken. Het zal niet radicaal anders zijn dan het vorige. Je begint wel verwachtingen te wekken bij de mensen natuurlijk. Er zijn mensen die willen dat ik identiek hetzelfde album maak, er zijn mensen die willen dat ik verderga. En dat verdergaan dan juist is, is nog maar de vraag. Je kan niet iedereen tevreden stemmen… Er zit wel nog een experimentele kant in me te sluimeren, maar ik denk dat dat voor het derde album zal zijn! (lacht) Het hangt natuurlijk allemaal af van de songs die je schrijft, dat is niet evident. Mijn topperiode was toen ik nog ziek was, dan heb ik zo een hele tijd gevoeld dat ik nog eens een nummer moest schrijven maar nu heb ik weer het gevoel dat er eindelijk terug een zekere regelmaat in zit.

Het volgende album wil ik ook weer op vinyl uitbrengen, maar ditmaal gelijktijdig. Bij one man blues lieten de financiën het niet toe gelijktijdig cd en vinyl uit te brengen, maar gezien de grote vraag en het succes van het album wou ik het toch doen. Ik heb Bob van de Vynilla gecontacteerd en na een aantal keer vragen, is het toch ervan gekomen. Er zijn er toch al veel verkocht, een negentigtal op de eerste dag. Al teveel moeten er niet meer beschikbaar zijn.

 

Wij raden het u ten zeerste aan om één van de vele dynamische optredens van deze Bluesmuzikant bij te wonen, zoals bijvoorbeeld zijn optreden opde Bluesnight te Moeskroen op 1 december. De andere talrijke data kan u vinden op zijn MySpace of Facebook.

 

“Nu, van zodra ik zelf platen kon opleggen, zo rond mijn vijf à zes, was het telkens Dylan en de Blues die de bovenhand haalde.”

 

Op dat kruispunt in mijn leven heb er ik voor gekozen mijn leven voortaan volledig in het teken van mijn muziek te zetten. Mijn hoogsteigen ‘deal with the devil at the crossroads’.

“Op het podium voel ik mij het best. Naast het podium of in het dagelijks leven heb ik altijd wel ergens pijn of last van, gezien mijn gezondheidstoestand. Op het podium verdwijnt dat.”


Ook op Blues Magazine ...