Robert Smith

Interview met Robert Smith

“FOSTER GAF MIJ HET ZETJE.”

Tekst en foto‘s : Bert Lek

Robert Smits, zonder h, maar met een s, is mijn eigenlijke naam. Ooit heeft iemand er per ongeluk die twee letters verwisseld en dat bekte lekkerder en het verkoopt ook nog eens beter. Men denkt, dat ik een Engelsman of Amerikaan ben en de optredens stromen binnen” buldert Smith met een vette lach. Smith (61) is in Goirle geboren, waar hij na vele omzwervingen weer woont. Hij heeft vier broers en vier zussen. “Mijn vader en mijn broers zijn van grote invloed geweest op mijn muzikale keuze. Pa speelde piano in big bands zoals de Ramblers en bij het zigeunerorkest van Malando. Ze hadden een vaste kern van muzikanten en als er iemand uitviel, viel hij in. Jack Bulterman en Marcel Tielemans waren bij ons kind aan huis. Mijn broers spelen nog steeds trompet, piano en gitaar. Op twee jarige leeftijd kreeg ik mijn eerste plastieken mondharmonica. Dat kostte natuurlijk niks en ik was er dolblij mee.” (Robert speelt ook piano en gitaar). Het heeft heel lang geduurd voordat Smith de harmonica tot zijn instrument maakte. “Op achtjarige leeftijd ben ik gaan bassen, omdat deze positie nog vrij was in mijn vriendenclub.”

Zes jaar later begon Smith aan zijn eerste muzikale avontuur. “Mijn eerste band heette “Empty Bottle”. Daar traden we veel mee op in buurthuizen en jongerencontacten, die je toen had, maar dat was van korte duur, want vlak voor mijn vijftiende verjaardag vertrok ik voor de eerste keer als ketelbinkje met de sleepboot “De Zwarte Zee”, het vlaggenschip van Smit, naar New York. Later verhuisde ik naar de Golf van Mexico om in Port Arthur aan de slag te gaan, ook voor Smit op een sleepboot. Mijn kennis van blues reikte eerst niet verder dan de Animals, Pretty Things en Jimi Hendrix. maar ook Creedence Clearwater Revival kon ik waarderen. Het was de nasleep van Woodstock. Later kwamen daar James Cotton, Sonny Boy Williamson (II) en Muddy Waters bij.”

Volgens Smith waren er in het achterland van de Golf veel Juke joints, die de manschappen bezochten als ze in het weekend vrij waren. In één van de Juke joints ontmoette hij zanger en harmonicaspeler Willie Foster. ”Van hem heb ik een aantal licks overgenomen. Hij is de man, die mij het laatste zetje gaf om blues te gaan spelen en we hebben veel gejammed. De sfeer is daar heel anders dan hier. Je moet daar geweest zijn om het te begrijpen.”

In die tijd betekende het voor Smith zes maanden van huis en tweeëneenhalve maand thuis zijn in Poppel, België. “Als ik weer eens thuis was zocht ik contact met muzikanten in de omliggende dorpen om mee te jammen. Een vaste band kon toen nog niet.” Dat kon wel toen Smith definitief terugkeerde naar Poppel en hij chauffeur werd op uitzonderlijk transport. In de jaren tachtig speelt een gedeelte van de Oscar Benton Blues Band bij Smith als ze niet voor Benton hoefden te spelen. Wie? O.a. Jos van den Dries, drums, Willem van der Schoof, toetsen, Gé Carlsberg, bas, die later werd vervangen door de huidige bassist Bhe van Beurden. Onder de naam “Travelling With The Blues” werd er een demo cd opgenomen met vijf nummers.  “Omdat ik toen in België woonde kregen we daar veel optredens. Zo hebben we twee keer op (Ge)Varenwinkel gestaan en op de Lokerense Zomerfeesten. Daarnaast traden we op met Jan Akkerman en Eelco Gelling als gasten.”

De eerste grote tegenslag voor Smith kwam toen hij 48 jaar was. Smith kreeg een auto-ongeluk, dat hem acht maanden thuis hield. Hierdoor werd hij afgekeurd voor zijn werk. Middels een cursus informatica werd Smith omgeschoold tot systeembeheerder bij de rechtbank in Breda. In 2000 sloeg opnieuw het noodlot toe. Ben, één van zijn twee zoons (de andere is Bart) was net teruggekeerd uit Bosnië en onderweg naar huis, verongelukte hij. Smith daarover: “Ik had het helemaal gehad en zat stuk thuis. Door de arbeidsintegratie ben ik als “muziek-therapeut” in de zorg terecht gekomen en help ik kinderen met een beperking om muziek te maken en zo ben ik ook bij United By Music, waar Candye Kane ambassadrice van is terecht gekomen. Zij noemt mij liefkozend dr. blues. De muziek hield me op de been om het verdriet een plaats te geven. Bovendien heb ik op de muziek van het nummer van Aretha Franklin “Cry Like A Baby” mijn tekst gezet over het ongeluk van Ben.”

Om twee redenen besloot Smith ermee te stoppen in 2002: “Het heilige vuur was weg en door de recessie kregen we steeds minder optredens.” Echter, het bloed kroop waar het niet gaan kan en in 2011 werd begonnen met de doorstart met de huidige band, die bestaat naast Robert Smith, zang en harmonica uit Ralph, “Indorocker” Masius op gitaar, Hans Vandenbos op gitaar, Karel Fransen op drums, Rob van Gemert op toetsen en Bhe van Beurden op bas.

Een jaar later meldde Cees Knoop van OnStage Blues Promotion zich bij Smith. “Nico Wayne Toussaint is een goede vriend van mij. Hij (zang en harmonica) trad op in een kasteel in Frankrijk, waar wij het voorprogramma deden en dat viel bij Knoop zo in de smaak, dat we sindsdien in zijn stal zitten en daar zijn we zeer tevreden over.”

Smith heeft thuis een eigen studio en daar worden op dit moment de voorbereidingen getroffen voor hun eerste album: “In overleg gaan we de nummers bepalen, die er op komen te staan. De bedoeling is dat de cd in maart 2014 uitkomt.” Hoopt Smith niet stiekem op een late erkenning zoals Seasick Steve ten deel is gevallen een aantal jaren geleden? “Gelukkig ben ik nog niet zo oud als hij en het is in ieder geval niet ons streven. Het belangrijkste voor ons is dat we het publiek een leuke avond bezorgen.”

Op dat moment verschijnt er een charmante floormanager, die onverbiddelijk Smith weg roept. Het is al acht minuten na 18.00 uur en de rest van de band staat al klaar om te beginnen. Met een ferme handdruk nemen we afscheid van elkaar en een mooi concert gaat beginnen, dat tot 21.00 uur met twee pauzes zal gaan duren. Na afloop van het optreden is Smith blij en de band heeft de mensen weer prima vermaakt en vanaf de tweede set gingen zelfs de beentjes van de vloer.

Robert Smith1