In de Haagse Supermarkt beleefde Men Of Considerable Taste, kortweg MOCT genoemd, zondagmiddag 25 april j.l .zijn livepremiere. Met Pieter ‘Big Pete’ Van Der Pluijm, Jules Van Brakel, Joost Tazelaar en Sander Kooiman in de gelederen kan gerust over een Nederlandse ‘superband’ gesproken worden. De muzikanten hebben hun sporen verdiend in bands als Drippin’ Honey, The Strikes of The Backbones en stonden al eens op evenementen als Lowlands, Moulin Blues of het North Sea Jazz Festival.

Look At The Time is de titel van het debuut-album dat tevens de reden vormt voor deze bijeenkomst waar iedereen die de blues een warm hart toedraagt aanwezig blijkt te zijn.

Voor BluesMagazine een goede reden om met Sander Kooiman en Big Pete in het kort terug te blikken op het roemruchte verleden maar vooral vooruit te kijken naar de eventuele gevolgen die Look At The Time teweeg kan brengen.

In gesprek met … MOCT

25 April 2010 – tekst: Jeroen Bakker

Het publiek was laaiend enthousiast en op het podium waren veelvuldig goedkeurende blikken waar te nemen. Jullie zullen ongetwijfeld tevreden terugkijken op dit eerste optreden in deze bezetting maar ben je, als door de wol geverfde musicus ook kritisch naar elkaar op het moment dat je na afloop samenkomt in de kleedkamer?

Kooiman: We hebben elkaar eigenlijk nog niet gesproken na het optreden maar ik denk dat iedereen uitermate tevreden kan zijn. Het heilige vuur lijkt weer te terug. (lachend) We hebben hier zelfs voor gerepeteerd.

Pete: We kunnen nog wel eens kritisch uit de hoek komen hoor maar dit ging erg lekker.

Kun je in het kort uitleggen hoe jullie bij elkaar zijn gekomen?

Sander: Ik was al geruime tijd niet meer actief als muzikant. Na Drippin’ Honey had ik er even helemaal genoeg van. In 2002 ging de stekker er na zeven jaar uit. We hebben heel veel meegemaakt en daar ben ik enorm trots op maar de rek was er gewoon uit. Pete speelde regelmatig met The Backbones en belde me na verloop van tijd eens op om te vragen of ik interesse had samen met hem aan nieuw materiaal te werken.

Pete: Je hebt allemaal wel eens moeilijke periode met je band. Ik heb met The Strikes een prima periode gehad maar die klik was heel anders. Je merkt nu dat we allemaal volwassen zijn geworden.

Dus niet het gevaar van botsende ego’s aangezien jullie beiden frontman waren van een band?

Sander: Wat betreft het frontman zijn absoluut niet. Dit was een bewuste keuze hoe het moest worden ingevuld. We kenden elkaar al maar zijn naar elkaar toegegroeid waarbij we een zoektocht hebben ingezet naar meerdere raakvlakken.

Vandaar dat het album behalve de verwachte portie blues veel soul en funky elementen bevat?

Pete: Het is verleidelijk om steeds terug te vallen op dat waar je goed in bent en dat zo te houden. Ik voel me comfortabel bij die Little Walter- of Lester Butler-dingetjes maar Sander heeft een bepaalde visie hoe daar mee om te gaan.

Sander: Die strijd bleek stimulerend te werken. Er ontstond een balans waarvan je het resultaat op het album hoort. Waar ik te ver ging trok hij me aan mijn jasje. Pete heeft niet alleen een brede smaak maar ook meerdere mogelijkheden (lachend). Het is voor iedereen eens goed om uit je comfortzone te stappen.

Pete: We hebben hier met enkele tussenpozen in een tijdsbestek van twee jaar aan gewerkt. Het is begonnen als een traditionele bluesplaat waar na verloop van tijd veel mee is gebeurd. Het moest net even iets anders worden zolang het maar echt is. Voor mij is de basis van muziek maken dat het echt is. Je wilt niet iedere avond een kunstje opvoeren. Als je speelt moet het echt zijn maar niet te ver van jezelf af.

Het klinkt alsof er op ontspannen wijze is gewerkt aan nieuw materiaal. Voelden jullie geen enkele druk toen de samenwerking in werking werd gezet?

Sander: We hebben inmiddels geleerd dat we hier niet heel erg beroemd mee gaan worden. We zitten er nu anders in dan tien jaar geleden. Het is een zoektocht geworden van een paar jaar waarin je elkaar aftast, aanvult en elkaar vindt. Pas tegen het einde ontstond er enige druk. Je werkt allemaal naar het moment toe waarop het album kan worden uitgebracht.

Pete: We waren na de eerste proefopnamen niet tevreden over het geluid. Dat heeft nog enige tijd gekost. Ik ben in Los Angeles geweest bij een goede vriend die ik de cd liet beluisteren. Toen ik hem vroeg wat we moesten doen antwoordde hij: Bel David Z.!

Bleek iemand te zijn die met Prince en Etta James heeft gewerkt. Hij heeft de ruwe opnamen zonder de zaak over te produceren onder handen genomen. Dit was precies de sound zoals wij die voor ogen hadden toen we er aan begonnen.

Sander: The T-Birds hadden het en ook Stevie Ray Vaughan had die jaren tachtig sound, maar niet zo goed als dit, haha.

Heeft er nog iemand gereageerd uit het Lester Butler-kamp op jullie versie van Way Down South?

Pete: Alex Schultz speelt gitaar op onze uitvoering. Hij speelde met Lester in zijn band 13. Ik zal zeker een cd naar de familie sturen maar ik weet na een ontmoeting van enkelen op het Moulin Blues Festival van twee jaar geleden dat zij niet zo met zijn muziek begaan waren. Lester leefde wat dat betreft in zijn eigen wereld.

Door het uitvallen van een paar bands is er op het aanstaande Moulin Blues Festival ruimte gekomen voor een invaller. Iets voor MOCT?

Pete: Ik ben er al. Het zou prachtig zijn om daar met de hele band te zijn!


Ook op Blues Magazine ...