Matt Andersen – photography by Scott Doubt

Matt Andersen, fenomeen

Als je in je eentje, met alleen één gitaar, een volle avond lang de grote zaal van TivoliVredenburg muisstil weet te krijgen, dan ben je een grote. De Canadees Matt Andersen deed ‘t.’t Was vooraf nog even een onderwerp, of Andersen er in zou slagen voldoende publiek naar Utrecht te lokken. Maar op de avond zelf was er geen twijfel. De zaal zat vol. En twee uur lang wist de Vikingvormige muzikant de zaal te boeien, zelfs toen hij op het laatst zijn reuzenstem onversterkt door de zaal liet gaan. Je kon een speld horen vallen.

Tekst: Dietmar Terpstra

‘’Ik vind het erg prettig om solo te spelen’’, vertelt Andersen een paar dagen later, als hij alweer een paar landen verderop is, om zijn nieuwe album ‘Half Way Home By Morning’ aan de luisteraars voor te stellen. ‘’Als ik alleen speel, ben ik de baas over de show. Ik hoef geen rekening te houden met andere bandleden. En inmiddels ben ik er zo aan gewend, dat ik me er uiterst comfortabel bij voel.’’

 

Matt Andersen groeide op in Perth-Andover, een 1500 zielen tellend dorpje in New Brunswick, tegen de westkust van Canada. Boeren, een enkele bed & breakfast, verder was er niet veel. ‘’Mijn vader was houtvester, hij werkte in het bos. Ik stortte me op de muziek, dat was er gelukkig altijd. Toen ik 14 was speelde ik tuba en trompet, ik luisterde naar classic rock, CCR, Eric Clapton, Rolling Stones. De enige vorm van werkgelegenheid was verder de fabriek van McCain. ‘’
Het vak waar Andersen zich in bekwaamd heeft, is dat van singer-songwriter. Sinds 2008 bracht hij tien albums uit via True North Records in Ontario, waar hij labelgenoot is van onder meer Bachman Turner Overdrive, Buffy Sainte-Marie, Tom Russel en Bruce Cockburn. ‘Half Way Home By Morning’, dat vanaf eind maart verkrijgbaar is, toont een scala aan stijlen, variërend van blues, roots en gospel tot country. Live, met alleen een akoestische gitaar, is Andersen een volbloed verhalenverteller. Zijn thematiek is soms politiek of maatschappelijk betrokken, maar hij zingt ook over de kwetsbare mens en zijn relaties.

Promotie, geouwehoer met journalisten, het is overduidelijk bijzaak in het leven van de Canadese muzikant. Het grootste deel van het jaar is hij onderweg met zijn gitaar, om te zingen en ’t vertellen over het leven, over de dingen die hij om zich heen ziet, over de vrienden en familie in Perth Andover. ‘Quarter On The Ground’ (A Song For Uncle Joe), is zo’n lied dat hij in TivoliVredenburg hartverscheurend ten tonele voert, het sluitstuk van Halfway Home By Morning. ‘’Hij was de broer van mijn moeder, drie jaar geleden overleed hij. We hielden allemaal veel van hem. Hij kocht altijd vijf exemplaren van mijn nieuwste albums, en bewaarde ze in het plastic. ‘’Ooit zijn ze veel geld waard!’, zei hij dan.’’

Veel meer wil hij niet kwijt. Liever dan dat hij de pers te woord staat, spendeert Andersen zijn stembanden aan de intense soloshows, of aan de shows met zijn band The Mellotones en speciale gast Amy Helm. Amy Helm, dochter van de legendarische Band-drummer Levon, die inmiddels ook bezig is aan een indrukwekkende solocarrière, en met Something To Lose een hartverscheurende bijdrage leverde aan Halfway Home.

 

‘’Dat ik graag solo speel heeft overigens niet te maken met mijn bandleden. Sommigen van hen zijn goede vrienden, het zijn allemaal uitstekende muzikanten. Ze hebben meegeholpen met het schrijven en arrangeren van de songs. Hopelijk kan ik ze nog een keer meenemen naar Europa.’’
De soloshow in Utrecht biedt Andersen wel alle ruimte uit te wijden over zijn favoriete Nederlandse drank en spijs: ‘’Man, your gehaktballen and kroketten, they’re really good. And I wish we had something like your chocolademelk at home!’’

‘’Toen ik twintig was, ben ik begonnen mijn eigen songs te schrijven. Ik haalde mijn onderwerpen uit het dagelijks leven, blijf altijd dicht bij huis. ‘Angel Gets The Blues’ bijvoorbeeld, van mijn album ‘Second Time Around’ uit 2007. Ik ben altijd veel van huis, en op een dag belde ik naar mijn geliefde. Ze was alleen, en verdrietig. En ik was ver weg, ik weet niet meer waar. Dat brak m’n hart, dat begrijp je. Het is een eenvoudige song, maar het raakt me nog altijd diep. ‘’
Tussen de intense shows door neemt Andersen het liefst rust, en houdt hij zich gedeisd. Zijn machtige stem heeft dat nodig. ‘’Ik heb altijd veel gezongen, maar zangles heb ik niet gehad. Wel behandel ik mijn stem goed, ik drink veel water, en on the road lees ik veel, geschiedenis, dat vind ik leuk. Het is goed om een hobby te hebben als je tweehonderd dagen per jaar onderweg bent.

Met het aloude People Get Ready, een gospel uit de sixties van Curtis Mayfield, Jerry Butler en The Impressions zet Andersen het publiek op een doordeweekse avond in Utrecht aan tot community singing, zelfs in canon. Het leidt tot kippenvel. Het blijkt een van de favoriete songs van de Canadees te zijn, en toont zijn maatschappelijke betrokkenheid. Van Smalltown, Canada, naar Vredenburg, Utrecht, op woensdagavond. Matt Andersen, fenomeen.


Matt Andersen Live – photography Nineke Loedeman