Gitarist, zanger en songwriter Laurence Jones is al vele malen in Blues Magazine aan de orde geweest. CD’s en optredens zijn regelmatig besproken en in 2014 is er reeds een interview met hem geweest. Nu, twee uitgebrachte CD’s en bijna drie jaar later, plus nieuwe bezetting lijkt het Blues Magazine interessant om opnieuw een interview met hem te doen. Zondag 19 maart j.l. speelde de Laurence Jones Band in de nieuwe bezetting in zaal Schwarzer Adler in Rheinberg. Een afspraak voor het interview was snel geregeld en zaaleigenaar Ernst Barten zorgde voor een prima ontvangst en zelfs voor een heerlijke maaltijd. Met een zeer vriendelijke en enthousiaste Laurence begonnen we ons gesprek.

North Sea Jazz Festival 2016

Interview met Laurence Jones
in de Schwarzer Adler, Rheinberg
19 maart 2017.

Tekst: André Wittebroek

Hoe ben je in de muziekwereld terecht gekomen? Je was erg jong toen je met de blues begon en je eerste CD al uitbracht. Was daar een speciale reden voor?

“Mijn vader was timmerman en ik zag hoe hard hij moest werken en dat zag ik niet zo zitten. Hij had een gitaar en speelde mij als kleine jongen vaak House Of The Rising Sun van The Animals voor en ik dacht :”Dat wil ik later ook kunnen en liefst nog beter dan mijn vader!” Zoals kinderen dan denken. Daarna volgden zeven jaar lang klassiek gitaarles en ik behaalde daar verschillende ‘grades’ in. Als puber was ik best wel een rebel; je zet je af tegen de vaste waarden en normen, zoekt grenzen op en zo kwam ik in contact met een andere soort muziek: de blues en dan vooral de rockblues: ‘Devil’s music’ was de bijnaam. Jimi Hendrix, Cream, Stevie Ray Vaughan, Rory Gallagher werden mijn voorbeelden. Ik ontdekte dat de blues mij veel meer vrijheid in musiceren gaf dan de klassieke muziek. In de klassieke muziek zit je veel meer vast aan de noten en het patroon. In de blues kun je je gevoel en interpretaties kwijt. De akoestische gitaar werd ingeruild voor de elektrische en vanaf mijn veertiende begon ik in pubs te spelen. We zijn drie, vier jaar erg ruig bezig geweest, kan ik wel zeggen!”

Waren je voorbeelden de reden om vanaf het begin met een driemansformatie te spelen, hun bezetting was steeds gitaar, basgitaar en drums. Sinds deze tour hebben jullie er een keyboardspeler bij. Waarom die verandering?
“Van die driemansformaties klopt, maar ikzelf wilde er vanaf het begin graag een keyboard bij. Het geeft meer mogelijkheden, het muziekspectrum wordt breder, gevarieerder. De gitaar staat niet meer alleen op de voorgrond, je kunt meer afwisselen en de gitaar komt meer in dienst van de song. Wil niet zeggen dat er geen spetterend gitaarwerk meer is natuurlijk. De financiële middelen ontbraken tot nu toe. Een vierde persoon erbij, de extra transportkosten omdat er een grotere bus moet komen. Dat ging toen niet, maar nu we wat bekender geworden zijn is die ruimte er en heb ik die direct benut. Bennett Holland kende ik van zijn tijd bij King King toen ik hun voorprogramma deed in 2012. Hij is al jaren bevriend met onze nieuwe bassist Greg Smith. Drummer Phil Wilson speelt al langer in de band.”

Maar waarom een andere bassist? Roger Inniss was er lang bij.
“Het heeft meer te maken met tour-ambitie. Bij bluesconcerten komen vooral oudere mensen, wij willen meer jongeren naar onze shows halen. Op het podium willen we een jonger image uitstralen, meer spontaniteit, jeugdigheid en dat gaat beter met ook jongere mensen op het podium. We hebben vooral in Spanje, Italië en Nederland gezien dat het werkt. Bij concerten let ik ook altijd op het publiek, hoe het reageert op de muziek. Wat opvalt is dat wanneer ik een lange solo speel, de mannen het geweldig vinden maar de meeste vrouwen zich afwenden en beginnen te kletsen. Zing ik meer, dan is het precies andersom. Zo probeer ik een fifty-fifty mix in mijn show te bouwen en zo iedereen te tevreden te stellen zodat ze de volgende keer terugkomen.”

Nu je bekender bent in de blueswereld is het zeker makkelijker aan optredens te komen of moeten jullie er nog hard voor knokken? Van veel bands hoor je dat het moeilijk is.

“We zijn nu voor het eerst solo als Laurence Jones Band op toer en het gaat goed. Ikzelf heb hier getoerd als deel van RUF’s Bluescaravan en als duo-headliner met Samantha Fish. Bij jullie in Nederland hadden we het geluk te mogen optreden in het programma Voetbal Inside van Johan Derksen en dat heeft erg geholpen. Hij zei dat we een erg goede band zijn en dat men onze muziek moet beluisteren en kopen. Daarna ging het boeken veel beter. Dat blijkt wel uit het feit dat we dit jaar zelfs op Bospop en het Holland International Blues Festival staan! Elke beginnende band heeft veel promo en geluk nodig. Wat mij ook geholpen heeft zijn de contacten met Walter Trout en Johnny Winter.

Jaren geleden schreef ik Walter op Facebook dat ik graag eens met hem op gitaar zou willen jammen. En wat gebeurt? Hij nodigt mij uit en dat bevalt hem zo goed dat ik in 2013 met hem mocht toeren en dat hij op mijn CD ‘Temptation’ een nummer meespeelt. Ook het winnen van de British Blues Awards hielp me vooruit. Zo speelden we in het voorprogramma van Status Quo in de Heineken Music Hall, op het Leadbelly festival in de Carnegie Hall met Buddy Guy en in 2015 in The Royal Albert Hall als support voor Van Morrison en…Eric Burdon van The Animals. Om terug te komen op het begin van dit interview: toen ik daar met Eric Burdon op het podium in de Royal Albert Hall House Of The Rising Sun stond te spelen wist ik één ding zeker: Ik speel beter dan mijn vader!” (En dat zegt Laurence allemaal zeer bescheiden, geen opschepperij, geen dikdoenerij).

Laurence Jones

Wat vind je van de huidige bluescène, welke artiesten zijn interessant voor je?
“Aynsley Lister, Nimmo Brothers, nu helaas (tijdelijk) gestopt, maar Alan Nimmo met King King en Stevie Nimmo met zijn trio, Ben Poole, Joanne Shaw Taylor en Joe Bonamassa bijvoorbeeld. Geweldige muzikanten allemaal.”

Je noemt Joe Bonamassa. Tussen Joe en jou zie ik heel veel overeenkomsten in ontwikkeling. Beiden een vader met gitaar, klassiek gitaarles gehad, dezelfde muziekvoorbeelden, dat de blues meer vrijheid geeft dan de klassieke muziek, begonnen als driemansformatie en later uitgebreid met keyboard. Joe is verder gegaan nu met blazers maar is ook ouder. Het wordt meer orkestraal nu en dat vind ikzelf jammer, maar dat is persoonlijk. Het pure, wat rauwe is eraf. Het blijft geweldig goed wat hij doet.
“Leuk dat je die overeenkomsten noemt. Wist ik niet. Zal het eens nakijken. Joe is een topmuzikant en ik hoop ooit zo bekend te worden natuurlijk. Daar droomt elke muzikant van. Je wilt zien hoever je in je ding kunt komen: Messi met voetbal, Federer met tennis hebben dat ook. Geldt voor elke serieuze muzikant en sporter volgens mij.”

Hoe schrijf je je songs? Je schrijft veel nummers zelf en gaat je dat goed af of moet je er veel moeite voor doen? Gewoon hard werken dus?
“Eigenlijk gaat het wel vanzelf , het is een natuurlijk proces bij mij. Mijn inspiratie haal ik uit de alledaagse dingen, uit het leven om mij heen. Dat kan direct met mijzelf te maken hebben maar ook met meer wereldse zaken bijvoorbeeld. Soms speel ik gewoon wat op de gitaar en komt er een bepaalde melodie of riff uit met een idee waar ik dan later een tekst bij maak. Soms andersom, heb ik een tekst naar aanleiding van een bepaalde gebeurtenis en maak er later de muziek bij. Het gitaarwerk gaat vanzelf. Voor ons volgende album waren we drie weken in de Caribbean en het schrijven daar ging erg goed. Andere omgeving en beter geconcentreerd bezig dan wanneer je op tour bent. Daar veel nieuwe ideeën opgedaan, erg inspirerend. Het album zal waarschijnlijk in september uitkomen.”

Bij de merchandise op jouw website is ook een boek te koop over de Ziekte van Crohn (permanente darmontstekingen). Ik vind het bewonderenswaardig dat je er zo open over bent en er op zo’n jonge leeftijd een boek over hebt geschreven. Welk doel heb je ermee?
“Op mijn achttiende kreeg ik de diagnose Ziekte van Crohn en nu ben ik vijfentwintig. Het zet je leven op de kop omdat je vaak last en pijn hebt, je aangepast voedsel moet eten en veel medicijnen moet gebruiken. Tien tabletten per dag in mijn geval. Het signaal dat ik wil afgeven is dat een plotselinge gebeurtenis je leven totaal kan beïnvloeden. Doe dus wat je graag doen wilt in het leven. Haal er voor jezelf uit wat je eruit wilt halen. Alles kan zo anders zijn. Verder wil ik mensen die de ziekte ook hebben laten zien dat ze niet alleen staan. Ik hoop dat mijn boek een steun kan zijn voor de mensen die de ziekte hebben, zeker de jongeren en dat de ‘gezonde’ mensen begrip krijgen voor hun situatie. Bij de merchandise bij concerten staat een altijd collectebus waarvan de opbrengst naar de stichting gaat.”

Dan moeten we helaas stoppen omdat Laurence zich moet klaarmaken voor het optreden. Ik zeg helaas omdat het een ontzettend gezellig en open gesprek is. Dat Laurence dat ook vindt blijkt het zijn laatste woorden: “I really enjoyed this interview, it was one of the nicest I’ve ever had!” (Erg leuk om te horen natuurlijk!)

Website artiest: www.laurencejonesmusic.com
www.crohnsandcolitis.org.uk


Foto’s: Rudi Wittebroek