jim van der zee

Jim van der Zee: Een realistische dromer, doe-het-zelver en getalenteerde duizendpoot

Op Starting The Engine, zijn tweede studioalbum, laat singer-songwriter en gitarist Jim van der Zee (24) horen waarom hij zo’n ongekend talent is en niet alleen maar over een gouden strot beschikt. Hij componeerde en arrangeerde alle liedjes zelf, nam de productie in eigen handen, speelde bijna alles zelf in en nam het album op in zijn tot studio omgebouwde studentenkamer. In oktober start hij met zijn gelijknamige theatertour en ook daarvan kunnen we verwachten dat hij op geheel eigen en bijzondere wijze een avondvullend programma brengt vol met zijn eigen muziek en tevens zijn muzikale helden eert. Blues Magazine bezocht hem in zijn thuisstudio in hartje Amsterdam.

Tekst: Ella-Milou Quist

Jim speelde zichzelf vorig jaar in de kijker toen hij het televisieprogramma The Voice Of Holland won. Sindsdien is het een gekkenhuis. Hij bracht zijn eerste album ‘Where I Come From’ uit, bestaande uit tien covers van zijn persoonlijke muzikale helden, had tal van optredens door het land en volgde daarnaast ook nog lessen op het conservatorium van Amsterdam.

In de zomer van 2018, na de hectiek van The Voice en het uitbrengen van zijn eerste plaat, was het voor Jim de vraag wat hij wilde gaan doen. Dat hij een nieuw album ging opnemen stond vast, maar de weg er naartoe was nog een beetje onduidelijk. Hij ging op zoek naar een platenmaatschappij, maar kwam er gaandeweg achter dat de manier waarop niet bij hem paste. “Ik had natuurlijk de mogelijkheid om weer in zee te gaan met 8ball Music, net zoals ik voor mijn eerste plaat had gedaan, maar daar zat ik niet aan vast. Ik kon ook met een ander label werken. Om bij een platenmaatschappij aan te kunnen sluiten moet je ze een beetje lekker maken met een single. Een single met hitpotentie. De bestaande platenmaatschappijen zijn namelijk allemaal bezig om een radiohit te scoren. Maar tijdens het hele proces van nadenken over wat voor liedje ik uit moest brengen en bij welk label ik het liefst wilde tekenen, had ik op een gegeven moment zoiets van: ‘Wat ben ik eigenlijk aan het doen?!’ Ik was aan het nadenken over liedjes opnemen in het kader van ‘er moet geld mee verdiend worden en het moet het goed doen op de radio’. Dat past helemaal niet bij mij. Ik dacht echt: ‘Waarom doe ik dit?!’ Het antwoord had ik wel, ik deed het omdat ik dan de studio in kon om mijn eigen nummers op te nemen, maar mijn ervaring was, met mijn cover album, dat je dan ergens een paar dagen een studio huurt om een cd op te nemen. Ik stelde mezelf de vraag of ik dat op die manier wel wilde. Vanaf dat moment kwam het plan in mijn hoofd om zelf een studio te bouwen en zelf alles op te nemen. Dan kun je met een product naar een label stappen en vragen: ‘Zullen we dit samen uitbrengen?’. Dat is wat ik uiteindelijk gedaan heb. Zo zijn de kosten voor een platenmaatschappij ook veel lager, dus hoeven ze niet per se een hit te scoren.”

Thuisstudio
Om zijn droom te verwezenlijken investeerde Jim al zijn zuiver verdiende centen in het bouwproject en in zeer korte tijd wisten zijn beste vriend, manager en steun en toeverlaat Boris van der Want en hij, zijn studentenkamer om te toveren tot studio. Ze bouwden er een verdieping in wat dienst doet als woon- en slaapgedeelte en beneden, naast het keukentje, is de opnamestudio. “We werkten in de zomervakantie drie weken lang non-stop door, elke dag, van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat om alles voor elkaar te krijgen.”

Ondanks dat ze nog nooit eerder een studio hadden gebouwd, bleek het in één keer perfect. “We hadden van tevoren bedacht dat de muren ‘absorbers’ moesten zijn, dus we hebben heel bewust gekozen voor steenwol, omdat dat het geluid absorbeert. Als je aan de muren voelt, zijn ze ook zacht. We werkten ze af met zwarte doeken en om het geluid niet helemaal dood te laten klinken, plaatsten we her en der houten diffusors tegen de wanden. Als je te veel absorptie hebt, dan krijg je een onnatuurlijk geluid, dus er moet wel iets van geluid terugkaatsen. Dat gebeurt nu door middel van die diffusors. Verder gooiden we een paar kleden op de grond en toen was het voor de opnames helemaal oké.”

Gekkenhuis
“Het was wel een beetje een gekkenhuis op gekkenhuis. Natuurlijk heb je eerst The Voice en dan een half jaar de nasleep daarvan. In de tussentijd kwamen Boris en ik op het idee om die studio te maken. Die hebben we gebouwd en gelijk daarna begon er weer een nieuw hoofdstuk van gekheid; allemaal nieuwe dingen leren, het opnemen zelf, weer hele lange dagen en nachten maken, liedjes schrijven en natuurlijk tussendoor optredens doen. Dus het is heel erg druk geweest afgelopen jaar, maar op een leuke manier.”

Leren
2018 stond voor Van Der Zee echt in het teken van nieuwe uitdagingen, waarbij leren het sleutelwoord was. Leren is voor de jonge singer-songwriter bijna een must. “Ik houd er gewoon heel erg van om te leren. Ik heb leren drummen bijvoorbeeld. Niet dat ik heel goed ben met de drums, maar ik kan het wel. Ik zou de drumpartijen voor mijn volgende album nu wel in kunnen spelen en ook met piano spelen ben ik steeds meer bezig. Ik heb de toetsenpartijen op Starting The Engine ook zelf ingespeeld.” Daarmee bedoelt hij niet alleen de pianopartijen, maar ook de hammond orgel en synthesizers.

Alsof dat nog niet genoeg is wilde Jim per se zijn tweede plaat zelf produceren, maar wel met een beetje hulp van zanger, gitarist en producer JB Meijers (The Common Linnets, De Dijk). “Ook het produceren van een plaat is iets dat ik wilde leren, want in mijn ogen gaat productie heel erg samen met arrangementen en composities maken. Dan is het voor mij een logische stap om ook de productie zelf te doen. Dit had ik natuurlijk nog nooit gedaan dus JB heeft mij een paar dingen geleerd over hoe dat gedaan wordt door producers en hoe hij dat doet. Al zijn tips & tricks heb ik gebruikt om het zelf te doen. Als ik onzeker was over een nummer stuurde ik het naar hem op, vooral op de momenten dat ik wel hoorde dat er iets niet helemaal klopte, maar ik er niet de vinger op kon leggen wat er precies aan schortte. Dan is het gewoon heel chill om dat aan hem te kunnen vragen en feedback te krijgen. Ook qua sounds en plugins die je kunt gebruiken heeft hij mij het één en ander aanbevolen. Ik heb bijvoorbeeld net op zijn advies Keyscape gekocht. Dat is een soort van bibliotheek van allerlei soorten toetsen die je allemaal kunt gebruiken voor een arrangement. Als je ergens de piano niet helemaal oké vindt klinken en je een net iets ander geluid moet hebben, dan kun je dit soort plugins gebruiken om een andere sound te vinden. Hetzelfde heb je bijvoorbeeld ook voor de gitaar. Ik ben daar echt compleet groen ingedoken. Ik wist eigenlijk niet eens dat plugins bestonden, sterker nog, aan het begin van het jaar wist ik niet eens wat een plugin was. Toen ik me daar op een gegeven moment wel bewust van werd, wist ik nog niet welke ik moest hebben, dus daarmee, en vooral qua arrangementen, heeft JB mij wel heel erg geholpen.”

Jim Van Der Zee The Engine

Hulp
Het klinkt bijna als een sprookje, maar het kwam Jim echt niet allemaal aanwaaien. Om Starting The Engine te realiseren was hij afhankelijk van de hulp van anderen, want alles helemaal zelf financieren ging niet. Gelukkig voor hem heeft hij een enorme gunfactor en geloven mensen heel erg in wat hij doet, waar hij voor staat en wie hij is als persoon en als artiest. Zo kreeg hij niet alleen hulp van JB Meijers, maar ook van Ronald Prent van de befaamde Wisseloord Studio in Hilversum, die verantwoordelijk is voor de mix en mastering van het album. “Ik heb Ronald leren kennen via via. Zo kwam allereerst Frank Lenselink op mijn pad via een bevriende artiest die hij managed. Frank heeft de eigenschap om overal en met iedereen linkjes te leggen, dus hij had ook een link met Ronald. Hij stelde me een keer voor en het klikte meteen. Ronald is een hele leuke gast en echt een muziekliefhebber. Hij was onder de indruk van mij als artiest en heel enthousiast over mijn muziek, dus zodoende heeft hij me geholpen. Ik kon naar hem toe gaan met vragen als: ‘Wat voor microfoons moet ik hebben?’ Ik had namelijk geen idee. Ik wist natuurlijk wel dat je verschillende soorten microfoons hebt en dat je een overhead moet gebruiken voor de drums en dergelijke, maar heel specifiek wist ik het allemaal niet. Daar heeft hij mee geholpen en ook met welke interface ik het beste kon gebruiken. De interface die ik nu gebruik, de Apollo, is echt de key geweest voor de opnames. Alles wordt opgenomen via dat kastje en dan wordt het opgeslagen op de computer als het ware. De kwaliteit van de opname hangt heel erg af van de interface, dus Ronald zei dat ik daar in moest investeren omdat ik dan echt een goede geluidskwaliteit zou hebben. Hij zei dat dan het geluid praktisch net zo goed is als in de Wisseloord. Toen had ik wel zoiets van: ‘Oké, ik dacht dat het geluid echt duizend keer beter zou worden in de studio die zo’n vijftienhonderd euro per dag kost’, maar dat bleek niet per se zo te zijn. Dus ik heb wel een paar duizend euro geïnvesteerd in die Apollo en in goede mics. Dat soort dingen leer je dan van mensen die je tegenkomt en mensen die je willen helpen. Dat is in dit jaar heel erg het geval geweest.”

Het merendeel van het album heeft Jim zelf ingespeeld, alleen voor de bas en drums trommelde hij twee leden van zijn liveband op; Lorenzo Buffa en Guy Salamon. Voor de strijkers- en blazerssectie werd hij bijgestaan door mensen van het conservatorium. “Ik heb heel veel geluk gehad dat mensen van het conservatorium wilden meespelen. Ik heb geen budget gehad om muzikanten te betalen, dus dan is het geweldig dat ze dit zo wilden doen. De samenwerking ging heel erg goed en verliep heel chill. Het is bijna een soort van receptie geworden omdat er zo veel mensen over de vloer kwamen. Er gingen in twee dagen tijd wel tweeëntwintig kopjes koffie door. Voor de blazers heb ik op een gegeven moment een schema gemaakt omdat je niet altijd alle instrumenten tegelijk kunt opnemen. De eerste muzikant kwam dan bijvoorbeeld om tien uur ’s ochtends, de tweede om twaalf uur, en ga zo maar door. Zo had je op een dag zes mensen die langs kwamen en die hadden dan twee uur de tijd om hun instrument in te spelen. Dan ben je gewoon de hele dag achter elkaar aan het opnemen en ik fungeerde daarnaast natuurlijk ook als gastheer, ofwel ik was de hele tijd koffie aan het zetten voor iedereen. Maar dat is een hele fijne en relaxte manier van werken. Het opnemen van de strijkerssectie was een heel ander verhaal. Er zijn twee nummers met strijkers en dan moet je je echt voorstellen dat zij hier met z’n drieën naast elkaar zaten. Toen had ik de computer en mijn bureau nog niet en deed ik alles op mijn laptop. Ik zat dan ergens achterin de studio op de grond met de laptop op schoot en Guy, de drummer, die het arrangement voor de strijkers op I Will Go On heeft bedacht en gemaakt, was hen aan het dirigeren. Het was allemaal heel cramped, dus we zaten zo ongeveer met onze benen in onze nek. Dat was echt de vibe. Maar het was ongelooflijk magisch om die strijkers hier te hebben. Als je dat opneemt, je alleen hen hoort en je hier zo in het donker zit, wow, dan is dat wel heel erg vet. Echt heel bijzonder.”

Liedjes
Over hulp gesproken. Twee nummers op Starting The Engine heeft Jim samen geschreven met andere artiesten: My Soul met Ed Struijlaart en Too Young To Fold met de Britse singer-songwriter Will Knox (die sterke banden heeft met Nederland) en Christon Kloosterboer van de Nederlandse band Rigby. “Ik heb ze een jaar geleden ontmoet op een writerscamp. Het idee was dat je een liedje schreef met een groepje mensen, daar kreeg je veertig minuten voor en dan ging je weer door naar het volgende groepje. Daar zijn een aantal songs uit voortgekomen waarvan ik er twee heb gebruikt voor het album. Overigens heb ik daar JB (Meijers) ook leren kennen.”

De liedjes op Starting The Engine zijn uit het leven gegrepen. Soms gaan ze over Jim’s eigen leven, soms over het leven van iemand anders en soms is het compleet fictie of gebaseerd op een onderwerp of idee. “Het schrijven gaat eigenlijk onbewust. Je hebt vaak allerlei dingen in je kop zitten die er gewoon uitkomen op een moment dat je dat kunt laten stromen. Waar het dan precies vandaan komt, weet ik dan niet. Ergens combineer ik allemaal dingen met elkaar. Je kunt wel ideeën gebruiken, maar uiteindelijk moeten creativiteit en creëren een soort van rollen. Naar mijn idee heeft het schrijven van liedjes daar heel erg mee te maken.”

Jim van der Zee
Jim van der Zee – fotografie Carla Gorter

Inspiratiebronnen
Starting The Engine bevat verschillende genres en muziekstijlen die, overigens op vernuftige wijze, door Jim zijn samengevoegd, waardoor het album één geheel is. Het gaat van blues en roots tot country, folk en pop.
“De muziek op mijn album is wel uniek, maar het is ook wel weer een beetje in een hokje te plaatsen. This Woman is heel erg Bob Dylan geïnspireerd bijvoorbeeld en All I Know heeft een Amy Winehouse achtig baslijntje. I Do Believe It’s Time is dan weer heel erg country. Het is een collectie van allerlei stijlen en ideeën die wel met elkaar te maken hebben, maar ook van elkaar af staan. De verbindende factor is dit jaar; de Starting The Engine zoektocht.”

“Waar het voor mij echt begonnen is qua inspiratie, is toch wel de blues. De eerste cd die ik had was het compilatiealbum ’80’ van B.B. King & Friends. Daar staan twaalf nummers op met allerlei samenwerkingen met andere artiesten. Dat vond ik helemaal geweldig. Maar ik hou ook echt van die hele oude blues gasten, nog van vóór BB King. Dan heb ik het over John Lee Hooker, Robert Johnson, Lightnin’ Hopkins, Howlin’ Wolf en Muddy Waters. Iets later begon ik met Ray Charles. In zijn muziek zitten natuurlijk ook weer veel blues invloeden en daarna volgde Sam Cooke. Dan hebben we ook nog de soul generatie die daarna kwam; Otis Redding en Donny Hathaway. Ik ben heel chronologisch gaan luisteren als het ware.
Op muzikaal gebied begon ik met klassieke gitaar, dus ik luisterde ook naar klassieke gitaristen en eigenlijk ook altijd al naar die blues artiesten. Vanaf daar is het zo geleidelijk naar soul en jazz gegaan. De jaren tachtig en negentig heb ik een beetje overgeslagen en onlangs ben ik pas aangekomen bij het heden, bij artiesten van nu die ik heel erg tof vind, zoals Bon Iver, Billy Eilish, Ray LaMontage en Mac DeMarco.”

Oude blues
“Wat ook heel leuk is, zijn die echt oude blues muzikanten die je bijna niet meer kunt vinden. Dan bedoel ik echt de inspiratiebronnen van bijvoorbeeld Howlin’ Wolf. Die man waar ik het over heb zingt het nummer Oh Death, maar ik ben even kwijt hij heet en ik kan het zo gauw niet vinden. Dat bedoel ik dus, bijna onvindbaar en de opnames, als je ze al vindt, zitten vol ruis en gekraak.”
[Het was Charley Patton die Oh Death zong en één van de inspiratiebronnen was voor Howlin’ Wolf. Evenals Willie Brown. Zowel Patton als Brown traden veel op, op plantage picknicks en in juke joints. Wolf ontleende zijn kenmerkende huil aan het liedje Blue Yodel van countryzanger Jimmie Rodgers, die hij bewonderde].

“Blind Lemon Jefferson is ook zo’n oude blues artiest. In die tijd waren dit soort muzikanten vaak blind. Ze hadden geen enkele andere manier om geld te verdienen dan met hun muziek. En ken je Lead Belly? Het liedje Where Did You Sleep Last Night kennen de meeste mensen wel, maar dan van Nirvana. Lead Belly zat in de gevangenis omdat hij een paar mensen vermoord had, daar is hij gaan zingen. Ze hebben hem uiteindelijk vrijgelaten zodat hij kon gaan toeren met zijn muziek. Een bijzonder verhaal. Dit soort muzikanten hebben voor mij iets heel speciaals, iets heel krachtigs en zijn daarom van hele grote invloed nu. Dat is weer een hele andere kwaliteit en stijl dan de Chicago Blues van Howlin’ Wolf en Muddy Waters, waar we zo’n beetje beginnen met de elektrische gitaar. De elektrische gitaar ging daar echt parallel mee. Heel vet.”

Jim van der Zee
Jim van der Zee – fotografie Carla Gorter

Voorbeelden

“Het is bizar als je de voorbeelden van de voorbeelden van je voorbeelden opzoekt en leuk vindt. Helemaal als je kijkt naar The Beatles, The Rolling Stones, David Bowie of Bob Dylan. Howlin’ Wolf en Muddy Waters zijn weer hun voorbeelden. Dus dan heb je al een voorbeeld van een voorbeeld en dan moet je voor de grap nog eens verder teruggaan naar deze hele oude muzikanten om dan weer bij de voorbeelden van je voorbeelden uit te komen en het cirkeltje rond te maken. Snap je? Net als oude country zangers zoals Dick Curless, die krijgen ook helemaal geen aandacht meer. Dat doet me dan wel een beetje pijn. Hij heeft maar achtduizend luisteraars per maand op Spotify. Dat is echt helemaal niks. Heel veel country zangers lopen ook parallel met mijn invloed, zoals Johnny Cash en Hank Williams bijvoorbeeld.”

“Beide invloeden, de blues en de country, zijn heel erg zwart-wit. Letterlijk. Door de segregatie is er een hele muziekstroming door zwarte mensen ontwikkeld en een hele muziekstroming door witte mensen. Ergens hebben ze dat uitgewisseld, maar eigenlijk is het tot op de dag van vandaag nog steeds gescheiden. Dan krijg je dus twee hele toffe muziekstijlen die heel ver van elkaar liggen, maar die ik allebei gaaf vind.”

Youtube generatie
De muziekstromingen die het meest van invloed zijn op Jim’s muziek heeft hij verbazend genoeg niet van huis uit meegekregen. “De meeste dingen heb ik ontdekt door Youtube, want dat kwam op, exact op het moment dat ik er iets aan had. Dus al die artiesten, Ray Charles, B.B. King, enzovoort, heb ik daar allemaal ontdekt. Naar mijn idee ben ik echt een beetje de next Youtube generatie.”

Toch heeft zijn vader, die altijd naast bed zat en gitaar speelde en zong om zijn zoon in slaap te krijgen, wel degelijk invloed gehad op Jim’s muzikale vorming. Hij ontwikkelde, mede dankzij hem, een voorliefde voor de gitaar en leerde op zijn zesde het instrument te bespelen. “Mijn vader speelde vooral liedjes van Bob Dylan, Cat Stevens, The Beatles, Paul Simon en Dire Straits. De folk invloed, die ook in mijn muziek zit, komt echt bij hem vandaan. Maar mijn pa is nooit in contact gekomen met soul, jazz en blues. Volgens mij wist mijn pa toen hij mijn leeftijd had niet eens dat The Beatles gewoon Howlin’ Wolf na speelden. Hij heeft dus ook nooit een reden gehad om die informatie op te zoeken. Er was helemaal geen link of geen enkel contact met die muziek. De link en de informatie die ik dus wel heb, komt allemaal door dat internet. Dus daar ben ik wel mee gezegend.”

 

2020
Van der Zee heeft voor zijn volgende plaat een heel andere sound in gedachten. “Ik wil iets dat compleet op zichzelf staat, los van alles. Het concept is 2020. Daar bedoel ik mee dat het heel erg iets van nu wordt, iets hedendaags. Volgend jaar, wanneer ik dat album wil uitbrengen, is het natuurlijk ook 2020. Ik wil iets reflecteren van deze tijd, zowel qua tekst als qua sound. Dat lijkt me heel erg tof.”

Bij het geluid van nu denkt Jim aan iets dat maar heel weinig muzikanten doen en durven, al kan hij wel een paar artiesten noemen die de tijdgeest van nu heel erg weergeven en verwerken in hun muzikale projecten. Singer-songwriter Justin Vernon, het muzikale brein achter de Amerikaanse band Bon Iver, is zo’n voorbeeld, evenals de zeventienjarige Amerikaanse zangeres Billie Eilish. “Billie Eilish is enorm groot nu. Ik geloof dat ze vierde staat van de wereld. Haar muziek is heel donker en soms best wel creepy. Er zit heel veel stilte in. Qua sound vind ik het heel erg ‘out there’, juist omdat het iets is dat maar heel weinig mensen doen. Ik zou haar muziek niet in een hokje kunnen plaatsen. Dat wil ik ook; iets bedenken op de grens van waar we heen gaan, zowel qua onderwerpen, als qua sounds en muziek. Voor mij is innovatie eigenlijk gewoon iets anders doen.”

Realistische dromer
Jim is een realistische dromer. Hij barst van de ideeën over zijn muziek en carrière, maar dan wel op een realistische manier met doelen die haalbaar zijn. Zijn volgende album wordt helemaal een doe-het-zelf project. “Ik wil compleet onafhankelijk zijn, vandaar dat ik alle opnameapparatuur die ik nu heb niet alleen voor de productie kan gebruiken, maar ook voor mixen. Dat heb ik op Starting The Engine niet gedaan, maar dat is wel de volgende stap; mijn eigen plaat mixen.”

Als je hem vraagt wat hij nog meer voor zichzelf heeft bedacht in de toekomst, dan is het vooral en alleen maar bezig zijn met muziek. “Allereerst wil ik het conservatorium afmaken. Ik zit er nu vijf jaar en heb alles op een gegeven moment op een lager pitje gezet vanwege The Voice en het opnemen van dit album en zometeen ook nog vanwege de theatertour. Gelukkig gaan ze daar op het conservatorium heel coulant en relaxt mee om. Ze hebben heel veel begrip getoond. Ik heb vakken mogen uitsmeren over drie jaar die eigenlijk in één of twee jaar afgerond zouden moeten zijn. Dat is wel heel fijn. Maar ik ben zeker van plan om even flink aan de bak te gaan en alles af te ronden en af te sluiten. Er is nog een extra reden waarom ik het conservatorium af wil maken; ik zou er in de toekomst heel graag les willen geven. Nu ben ik nog een beetje te jong, maar misschien over een jaar of tien. Dan hoop ik dat ze nog weten wie ik ben, want je moet namelijk gevraagd worden om er les te mogen geven. Ik heb al wel een balletje opgegooid.”

Theatertour
Voor nu concentreert Jim zich eerst op zijn komende theatertour ‘Starting The Engine’. “Zoals de naam al aangeeft, is deze tour heel erg gelinkt aan het album. Bijna alle instrumenten die gebruikt zijn voor de opnames, gaan ook mee het podium op. We gaan alleen ook nog iets meer gebruik maken van elektronica, dus van samples en keyboards, om het net even ietsje anders te doen dan op het album. Het heeft niet zo veel zin om dat precies na te spelen, dan kun je beter naar de cd zelf luisteren. De rode draad tijdens zo’n avond zijn natuurlijk mijn eigen nummers, maar ik wil ook een soort van snippets laten zien van mijn muzikale helden en invloeden en daar dan iets over vertellen en liedjes van spelen. Dan speel ik bijvoorbeeld iets van Dick Curless, Howlin’ Wolf en Ray Charles. Ik wil dat mensen weten waar het vandaan komt.”

Jim trapt zijn theatertour af in het Fulcotheater in IJsselstein op 2 oktober en zal met zijn band tot en met april door het hele land te zien zijn.

 

Lees ook :