JJ Grey & Mofro

In gesprek met John ‘JJ’ Grey
Amsterdam, 28 maart 2015

Tekst: Daan Zeegers

Nadat Marc Broussard mij richting de juiste ingang heeft gewezen, treed ik Paradiso binnen. Daar word ik ontvangen door Colin, de tourmanager, die mij vervolgens door een leeg Paradiso begeleidt naar de kleedkamer waar het interview zal worden gehouden. Een aantal bandleden van Mofro passeren. Ik wacht op John Grey, beter bekend als JJ Grey. JJ Grey & Mofro heeft ongekend succes, in zowel de Verenigde Staten als elders. North Sea Jazz, Glastonbury, Tokyo Jazz Festival en New Orleans Jazz Fest zijn podia die de band al heeft mogen betreden. Daarnaast bracht de band, met de uit Jackson, Florida afkomstige frontman, recentelijk hun negende album uit: Ol’ Glory. Na enkele minuten wachten komt er een man, gekleed in trainingspak binnen. ‘JJ’, stelt hij zich voor.

Toen ik hier binnenkwam zag ik jullie schema aan de deur hangen. Dat ziet erg hectisch uit. Hoe is het voor je om op tournee te gaan?

‘Haha, ja. Vanavond spelen we hier, morgen in Den Haag. Zondag zijn we vrij, dan vliegen we naar Australië, waar we ook een aantal shows spelen. Daarna keren we terug naar de V.S. en spelen we aan de westkust. Maar ik geniet van touren. Het is niet moeilijk. Ook voor de andere jongens, die met andere bands touren, is het geen probleem.’

Hoe is het voor je om terug te keren in Amsterdam?

‘We hebben een aantal jaren terug in People’s Place gespeeld en tussendoor op een aantal festivals, zoals Ribs & Blues en North Sea Jazz. Het is wel even geleden dat we een eigen clubtour deden. Maar nu zijn we terug and I love it. Ik kan er niet precies mijn vinger op leggen, maar ik hou er van hier te komen. Mijn grootvader van mijn moeders kant komt uit Nederland, misschien dat dat er iets mee te maken heeft. We hebben hier ook enorm leuke optredens gedaan, het was geweldig om hier in de zomer te spelen. Er heerst hier een bepaalde energie.’

Over je muziek: je hebt zes albums uitgebracht bij Alligator Records en je bent nu overgestapt naar Provogue Records. Wat is de reden hiervan?

‘Het voelde gewoon goed. Ik ontmoette Ed (Van Zijl, red.) en het voelde gewoon als het juiste om te doen. We zaten al een lange tijd bij Alligator Records. Het was tijd iets te veranderen en Mascot / Provogue heeft een sterke positie in Europa. Het leek me ook heel erg leuk hier meer te gaan spelen. Ik ben ook erg enthousiast over de fanbase die we hier inmiddels hebben. Amerika lijkt groot, maar als je er heel de tijd speelt worden de Verenigde Staten ook klein. Je wilt niet teveel op dezelfde plek spelen. Dan worden mensen je snel beu. Nu kunnen we overal spelen: in de V.S., in Zuid-Amerika, Azië en Europa.’

Hoe kijk je terug op je laatste release, Ol’ Glory?

‘Ik heb nog geen mening over dit album. Daar is het album nog te vers voor. Over een paar jaar kan ik er op terugkijken en dan pas kan ik er iets van vinden. Nu kan ik er niet eens naar luisteren. Het is alsof je in de spiegel kijkt: je poetst je tanden, je ziet jezelf, maar je weet niet bewust hoe je eruit ziet. Maar begrijp me niet verkeerd: ik hou echt van dit album en de band heeft het geweldig gedaan. Ik had het niet zonder hen gekund.’

JJ Grey & Mofro

Het viel me op dat je op het album geen harmonica meer speelt.

‘Je bent de tweede die mij er op wijst. Totdat iemand het mij vroeg, realiseerde ik me niet dat er geen harmonica op het album zit. Het moest nou eenmaal zo zijn. Als het niet nodig is, dan doe ik het ook niet. It just happened to be that way.

Luther Dickinson en Derek Trucks spelen wederom mee op je album. Hoe krijg je het voor elkaar zulke geweldige muzikanten te strikken?

‘Ik ben goed bevriend met Derek en Luther. Ik ben trots om bij, zoals ik dat noem, de South East Maffia te horen. Eerste waren The Allman Brothers voortrekker van de Maffia, zeg maar. Ik denk wel een beetje dat Derek en Susan(Tedeschi) deze plek hebben overgenomen. Binnen die wereld trekt iedereen met elkaar op en jamt iedereen met elkaar. Derek speelde op Lullaby mee van het album ‘Georgia Warhorse’ en woont in Jacksonville. Hij is een goede vriend. Ik bel hem dan op en zeg: ‘Ik heb een goede track.’ Dan zegt hij: ‘Stuur maar op, dan speel ik er op.’
Met Luther ben ik al eeuwig vrienden, eigenlijk sinds we bij de North Mississippi Allstars in het voorprogramma speelden. Luther is een van mijn favoriete muzikanten.’

Kun je iets meer vertellen over de Southern Soul Assembly?

‘Mijn manager kwam met het idee om vier singer-songwriters bij elkaar te zetten. Toen hij vertelde dat ze Luther Dickinson, Marc Broussard en Anders Osborne hadden gestrikt, dacht ik: ‘Yes!’. Die gasten zijn zo goed in wat ze doen, ieder heeft zijn heel eigen talent. Het voelt geweldig om door deze jongens geïnspireerd te raken.’

Afsluitend, wat drijft je in muziek?

‘Ik weet het niet precies. Een zalm zwemt tegen de stroming van de rivier in of met de stroom mee; afhankelijk van de levenscyclus van de vis. Zo natuurlijk voelt het ook voor mij. Ik hecht er ook niet te veel waarde aan, terwijl ik muziek wel wil eren. Dat klinkt misschien tegenstrijdig, maar dat kan best. Je kunt het vergelijken met een zonsondergang: je gaat de zonsondergang niet heel serieus zitten nemen, maar je kunt hem wel gewoon eren, door hem te waarderen.’

Lees hier het concertverslag van het optreden in Paradiso.

Website JJ Grey & Mofro