Fotografie: Mike Nicolaassen

“We hoeven niet per se het spelletje mee te spelen zoals dat door iedereen wordt gespeeld “

Nijmeegse rockband viert dubbel lustrum met nieuwe plaat

Tekst: Patrick Struijker Boudier (http://twitter.com/p_okee) In samenwerking met 3voor12 Gelderland (http://www.3voor12gelderland.nl/)

De Nijmeegse rockband Black Bottle Riot bracht begin februari haar vierde studio-album ‘Fire’ (lees recensie hier) uit, de eerste release sinds 2015. De band vierde in december haar tienjarig bestaan, dus hoog tijd voor een gesprek over verleden, heden en toekomst én over de nieuwe plaat. “Het gaat niet om het publiek; het gaat om de muziek. En als die goed is, krijg je het publiek automatisch mee.”
Bassist Jaap geeft voorafgaand aan het interview een rondleiding door De Basis, het oude Doornroosje aan de Groenewoudseweg dat nu o.a. Nijmegenaren Black Bottle Riot, De Staat en Waltzburg als residenten heeft en waar Navarone ook soms komt aanwaaien. “Dit is een beetje ons clubhuis, naast oefenruimte. Wij maken elkaar als bands graag goed belachelijk, maar we respecteren elkaar. Het zijn ook allemaal persoonlijke vrienden. Dat is ook het mooie dat je hier samen zit.”

2008: het jaar van de oprichting van Black Bottle Riot?
Jaap: “We bestaan al langer, maar we hebben ons eerste optreden gepakt als geboortedatum. We hebben twee jaar lang eigenlijk alle shows die we aangeboden kregen niet aangenomen. Oranjepop bijvoorbeeld vroeg ons al heel snel, in 2007. Maar daar waren we nog niet klaar voor vonden we.”

Mike: jij en Simon kenden elkaar al voor BBR?
Mike: “Inderdaad, van de bluesband Double Shots. Op The Angel’s Share – het album dat we speciaal voor ons tienjarig jubileum hebben uitgebracht – staat één liedje van de Double Shots uit 2003, toen zat Simon al twee jaar in die band. Jaap ken ik al langer, sinds 1999.”
Jaap: “Ik kom uit de hardcore/punk-scene, waar Mike ook vandaan komt. We kwamen elkaar tegen met de introductie op de universiteit met allebei hetzelfde shirt aan van Blood for Blood (Amerikaanse hardcore-punkband, red.) een destijds superonbekende band, dus dat was wel herkenning.”

Op The Angel’s Share staat ook een demo van Bright Light City uit 2005.
Simon: “’Bright Light City’ is een overblijfsel van mijn eerdere band; het bluestrio The Jetsams. We speelden covers en ook eigen werk. Toen heb ik dat nummer geschreven. Dat is eigenlijk het enige nummer dat is blijven plakken van vóór BBR. Dat bluestrio is omgevormd tot Black Bottle Riot. Ik heb Mike er bij gevraagd om gitaar te spelen.“

 

Wanneer kwam jij er bij Jaap?
Jaap: “Ik zag Mike en Simon met The Jetsams op de Affaire in 2006 (het huidige Valkhof Festival, red.) Ze openden met wat nu de riff van ‘Stay Hungry’ is en toen dacht ik ‘holy shit, in deze band wil ik spelen’. Dus ik sms-te Mike: mochten jullie ooit een andere bassist zoeken, bel mij. En uiteindelijk kwam ik er bij, omdat hun andere bassist verhuisde.”

En uiteindelijk kwam eind 2015 Mark Weerts er bij, nadat Pieter stopte?
Simon: “We hadden eerst Sebastiaan Geurts als drummer en daarna Tim van Delft. En toen Tim het te druk kreeg met De Staat, hebben we Pieter Hendriks benaderd. Dat was ergens eind 2008. En na Pieter kwam Mark. Hij is al een bandvriend van het eerste uur. Heb je de allereerste clip van ons, ‘Bright Light City’, wel eens gezien? Daar zit Mark al in, als hardloper in het park.”
Mike: “En hij heeft ook meegezongen op Soul in Exile. En op de derde  plaat staat hij op de foto van de hele crew. Dus op ieder album is hij al aanwezig.”
Mark: “Ik wilde het heel graag, maar mijn goede vriend Pieter zat al achter de drums. En toen belde Jaap en die zei: Mark, Pieter stopt, wil je het doen? Natuurlijk wilde ik dat doen. Maar ik zat nog in een andere, ook toffe  band (rock/metalband Dead Man’s Curse) en ik had geen zin om twee bands te doen, dus daar ben ik mee gestopt. En toen zat ik ineens in BBR. Vond ik leuk.”
Simon: “Sinds Mark bij de band is gekomen ben ik veel beter in mijn rol gekomen als frontman, tenminste zo voelt het. Het is echt een drummer waar ik op kan leunen, ik weet wat er gaat komen, dat zingt heel fijn.”

Hoe is Fire tot stand gekomen?
Mark: “We wilden de plaat al veel eerder opnemen, maar we zijn voor een tour naar Spanje geweest, vervolgens hebben we de nummers nog een keer laten rusten en daarna hebben we nog een week hier in De Basis gezeten.”
Simon: “We dachten dat we klaar waren, maar toen zei Sebastiaan (van Bijlevelt,  Galloway Recording Studio en producer plaat): ‘klinkt allemaal leuk jongens, maar ik denk dat er meer in zit, dus jullie moeten nog een paar maandjes bijschaven, dan wordt het nog beter’. We hebben dit  album veel meer kunnen testen, zeker op tour, waar we die nummers vaak hebben gespeeld.”

Is er veel veranderd aan de nummers door het live-spelen? Het nummer Fire bijvoorbeeld – die als pre productie op The Angel’s Share staat – klinkt anders dan op de plaat.
Jaap: “Het is van een soort Danzig achtig rocknummer naar een meer soulnummer verschoven.”
Mark: “’Fire’ is een totaal ander nummer geworden. Die hebben we supervaak geprobeerd, ook live, totdat we het allemaal beu waren: het werkte gewoon niet.  De drums zijn een heel groot verschil geweest. Het is meer een shuffle geworden in plaats van een vierkwartsmaat.”
Mike: “Ik dacht: als we nu niet iets gaan proberen, dan zijn we het kwijt. Terwijl ik ook dacht: het nummer heeft potentie. Dat eerste idee kwam bij mij vandaan, maar als we dat dan met zijn vieren zo aanpakken, dan heb je pas echt een nummer.”
Simon: “Het schrijfproces is soms dat iemand van ons een nummer alleen schrijft, maar de meeste schrijven we met zijn allen. Het is heel vaak dat er een couplet mist en dat ik niet verder kom. En dan zeg ik: kijk maar of je hier wat mee kunt. En dan schrijft Mike of iemand anders ‘em af. Of andersom.“

 

Het derde album, de laatste plaat met Pieter, schuurt behoorlijk wat betreft teksten en intensiteit.
Simon: “Het opnemen van die plaat ging helemaal niet zo lastig, maar het schrijfproces er naar toe wel. Het klinkt wel als een projectie van de tijd die daaraan voorafging. Dat ene weekje in de studio beukten we alles eruit. Indigo Blues is een album dat je niet te vaak moet maken.”
Jaap: “Pieter was er zaterdag bij toen we in Eindhoven speelde en met Pieter kun je ook superhard lachen. Maar die had toen een enorme kutperiode rond Indigo Blues. “
Mike: “’Final Hymne’ is een raar nummer. Eerst een veel te trage Southern rockbeat, en daarna die boogie en dat houdt dan ineens op. En dan een of andere Pink Floyd-achtige jam die totaal uit de bocht vliegt. Die grilligheid hoorde er toen helemaal bij. Ik denk dat het commercieel toen totaal niet verstandig was. Maar hé, fuck dat.”

Maak je daar druk om, of het commercieel interessant is?
Mike: “Daar zijn we helemaal niet mee bezig. We maken het omdat we het zelf tof vinden. Sinds ik ben begonnen met muziek maken was mijn leidraad: welke nummers had ik gewild dat mijn favoriete bands nog hadden geschreven? En die nummers ga ik nu proberen te schrijven. Als je dat als uitgangspunt hebt, dan ben je niet bezig met: op welk nummer gaat iedereen nu helemaal uit zijn dak? Het gaat niet om het publiek; het gaat om de muziek. En als die goed is, krijg je het publiek automatisch mee.”
Mark: “Het is leuk als andere mensen het ook leuk vinden. Of dat dan ook commercieel is: zo denk ik niet. Ik vind het altijd wel cool als je iets maakt dat mensen tof vinden.  Ik heb nooit muziek gemaakt met de gedachte of iets commercieel verstandig is. Ik zat in metalbands en daar werd de pers ook nooit vrolijk van.”

Het is dus niet zo dat we jullie binnenkort in The Voice zien?
Simon: “Maar dan moet je ook zo’n Voice hebben. Neem Navarone: ik vind het echt fantastisch dat zij dat hebben gedaan. Merijn heeft echt zo’n Voice. Bij ons zou dat totaal niet staan. Dan zou Mark moeten gaan zingen, die zingt hoger dan ik.”
Mike: “Het paste ook bij hen. We steunden dat ook volledig; ze hadden onze halve backline meegenomen.”
Simon: “Weet je wat het is? Wij worden ook wel ‘es gevraagd om te jureren bij zo’n talentenjacht, en ik vind dat heel moeilijk want muziek is geen wedstrijdje. Iemand kan uniek zijn op zijn eigen manier, dat maakt de muziek zo mooi. Als Bob Dylan nu binnen zou komen bij de Voice dan zou hij meteen weggestemd worden. Waarom zou ik dan moeten vertellen wie het nieuwe hippe sterretje moet zijn, of hoe goed een of ander fotomodel is dat door een vocoder zit te hijgen? “

 

Fire is in eigen beheer uitgebracht?
Simon: “Ja. We wisten niet of het op tijd klaar zou zijn voor ons optreden in Doornroosje afgelopen december. Dus die show hebben we dan ook niet neergezet als releaseshow, dat komt misschien nog wel.  Wat we wel wisten, is dat áls de plaat er zou zijn, we hem dan al zouden kunnen verkopen want dan verdienen we iets van onze investering terug. Het kost een bak geld een plaat te maken.”

Het album was dus al helemaal klaar en afgemixt?
Jaap: “Daar waren we mee bezig, ook met het artwork.  Toen hebben we gezegd: we gaan het ook allemaal zelf doen. Simon heeft zitten rekenen en zei: het gaat nog steeds geld kosten, maar als we het zelf doen, verdienen we waarschijnlijk meer. We hebben die periode keihard gewerkt om het voor elkaar te krijgen. Het is ook cool, want nu doen we alles zelf en beter dan ons platenlabel deed.”

Is dat ook de belangrijkste afweging om het nu zelf te doen? Dat je vond dat je niet genoeg gesteund werd door het label?
Simon: “Het is een logisch vervolg. De eerste drie platen zijn allemaal verschenen bij Suburban Records. Maar daar kwamen op den duur andere mensen en die hadden minder binding met ons en vice versa. Nu was het veel beter het anders aan te pakken. We hebben nu een distributiedeal in Duitsland en we zijn er mee bezig om daar ook te gaan touren. “
Jaap: “Dat heeft een label nog nooit voor ons voor elkaar gekregen. We kiezen nu ook gewoon zelf een promotor uit: Hans Broere, die betalen we dus zelf. Ik houd wel van die Do It Yourself mentaliteit, die hebben we altijd gehad. En deze plaat is echt allemaal van A tot Z én zelf betaald én zelf geregeld.“
Mike: “Het is een avontuur, want we komen ook dingen tegen waarvan we zoiets hebben: godver, wat een gedoe. Maar we houden het zoveel meer in eigen buidel en dat is ook wel tof. We hebben een goed team en we kunnen van elkaar op aan.”

Hoe ging het opnameproces?
Simon: “Bij dit album hebben we er echt voor gekozen om alles zelf te doen. Weg met de toeters en bellen en alles proberen op eigen kracht te doen.”
Mike: “Mark Ford, de gitarist van The Magpie Salute en ex-Black Crowes, daar hebben we mee gesproken of hij met dit album mee wilde doen en dat wilde hij wel. Maar uiteindelijk hebben we dat toch niet gedaan, ook omdat we nu met Mark een nieuw team hebben en omdat we uiteindelijk al die shows ook met ons vieren moeten spelen.”
Jaap: “We kunnen ook dagen achter elkaar één nummer spelen. Het kan ook pas sinds we Mark er bij hebben. Pieter wilde een nummer drie keer spelen en als het er dan niet op stond, dan ging het over. Mark is ook niet gepikeerd als je voorstelt het anders te spelen.”
Simon: “Het moet ook af en toe botsen en schuren. Rock ’n roll is bloed, zweet en tranen en dat moet je ook kunnen horen. En als je elkaar nooit in dat proces even goed tegenkomt, ga je ook nooit naar een nieuw level toe en blijft alles hetzelfde klinken. Ik ben trots op deze plaat: ik vind ‘em veelzijdig.”

Resumerend op het eind van het interview: wat brengt de toekomst?
Mike: “Geen idee. Als je een doel kiest of bepaald streven dat buiten jezelf ligt, dan ben je afhankelijk van iemand die een keer ja zegt. Ik weiger om me daar aan over te geven, dat past helemaal niet bij ons. Voor ons is het  belangrijk dat we muziek blijven maken die wij gewoon tof vinden. En waar ons dat brengt: dat zien we dan wel.”
Jaap: “Weet je hoe het bij ons werkt? Je kunt zeggen: het is supervet dat jullie op de Zwarte Cross hebben gestaan, in Ziggo Dome, Paradiso en AFAS Live, maar dan staan we de week erna weer voor een zaal van drie mensen. Dat is ook prima. Voor ons werkt het namelijk zo: kunnen we een leuke avond voor die ene persoon maken?”
Simon: “Ik wil ook niet te laconiek overkomen. Want misschien hebben we niet van die uitgesproken wensen, maar dat wil niet zeggen dat we geen drive hebben om door te gaan met nieuwe albums en optredens. Want die drive hebben we wel degelijk, maar dan wel op onze voorwaarden. We hoeven niet per se het spelletje mee te spelen zoals dat door iedereen wordt gespeeld.”

Website Black Bottle Riot