Tekst: Patrick Struijker Boudier (https://twitter.com/p_okee)
Persfoto: Mareije Vos

Bas de Haan (1966) troubadourt inmiddels al ruim een decennia in de kroegen en op festivals met zijn plattelandsblues. Vier cd’s en een ep, zowel Nederlandstalig en Engelstalig, zijn er inmiddels van zijn gitaarhand verschenen.Tijd voor een lang interview over zijn voorgeschiedenis, het schrijven van songs en live-optredens. ‘Ik vind mezelf een zanger/gitarist met blues als rode draad’.

Het begin

Wanneer ben je begonnen met spelen?
Bas: Toen ik vijftien was. De broer van een vriend van me speelde gitaar en toen dacht ik ‘dat wil ik ook leren’. Ik heb les gehad, een groepsles, maar daar bleek al snel dat ik sneller leerde dan de rest, dus dat werd vrij snel privéles. De leraar, Fred Stuger, kon me uiteindelijk niets meer leren. Hij heeft me toen bij een andere leraar bij hem op de school voorgedragen en daar heb ik klassiek gitaarles gehad.

Ik ben ook meteen begonnen met notenlezen, maar ik heb heel weinig gitaarles gehad. Jazz, wat ik eigenlijk niet zo goed kan, daar heb ik ook nog les in gehad. Een half jaar ongeveer, om me voor te bereiden op het conservatorium in Hilversum. Toen heb ik les gehad van een jazzgitarist, omdat je natuurlijk die stukken moet voorspelen. Wat er buiten klassiek valt, heb ik mezelf aangeleerd.

Het was niet zo toen ik gitaar ging spelen van ‘ik ga de blues spelen’, ik wilde gewoon gitaarspelen. Maar de blues is wel vrij snel gekomen. Ik zag een concert van Luther Allison, dat vond ik helemaal fantastisch. Ik ben begonnen met een akoestische gitaar en na een jaar heb ik een elektrische gekocht. Ik heb mezelf bluesbegeleiding en akkoorden, solo’s en licks aangeleerd.

Je hebt het dus niet geleerd door te luisteren naar platen en dat na te spelen?
Bas: Juist wel, vooral de blues. Ik vind mezelf een zanger/gitarist met blues als rode draad. Er is een periode geweest dat ik niets anders deed dan B.B. King licks uitzoeken. Dat hoor je nu niet meer terug en dat komt omdat ik wel aardig kan soleren, maar dat dat niet mijn echte talent is. Ik kom toch beter tot mijn recht als ik mezelf begeleid met fingerpickingtechniek op gitaar. Ik geef er mijn leerlingen nog wel les in, maar dat is meer de theoretische achtergrond, de opvatting over soleren en waar ze op moeten letten en waar ze naar kunnen luisteren. Maar je zult mij niet als een sologitarist in een bluesband vooraan zien staan.

En je muzikale helden? Je noemde al B.B. King?
Bas: Dat ontwikkelt zich. Je hebt altijd van die fasen in je leven dat je veel naar bepaalde muziek luistert en toen ik begon luisterde ik veel naar Chicagoblues. Ik vond Luther Allison echt supergoed, Buddy Guy en Robert Johnson fantastisch. Zo zijn er nog wel een paar namen te bedenken. Pas later ontwikkelt je muzieksmaak zich verder of staat het ook een tijd stil, dat je blijft hangen in de muziek die je leuk vond. Tegenwoordig, zeg maar de laatste tien jaar, heb ik me echt verdiept in de akoestische blues. Robert Johnson, Son House, Muddy Waters kende ik al, maar het akoestische deel van Muddy heb ik later ontdekt.

Dus de stijl die je hebt, heb je jezelf aangeleerd? Je spel doet me denken aan Luka Bloom en Kris Dollimore wat betreft felle gitaaraanslag.
Bas: Dat kan. Grappig, want Kris Dollimore ken ik niet eens. Als het gaat om begeleiden zijn er eigenlijk twee dingen die ik altijd al probeer. De eerste is fingerpicking. De tweede slagtechniek die ik gebruik, is dat als je jezelf begeleidt op gitaar, je moet denken als een bassist en een drummer. Op die manier krijg je inzicht in wat er ritmisch gebeurt. Als je een slag wilt ontwikkelen en je wilt origineel zijn, dan koop je een drumboekje en lees je het drumritme want dat kun je ook noteren. Op die manier kom je erachter waar de accenten liggen en dat kun je op gitaar terugvertalen. Dat is eigenlijk de kunst als je jezelf op gitaar begeleidt en zingt, dat je in dienst staat van het ritme en de melodie. Op die manier kom je tot iets dat origineel en anders is.

Zoals Robert Johnson bijvoorbeeld die de baslijn apart speelde en tegelijkertijd de gitaarlijn?
Bas: Dat is al bijna onnavolgbaar. Daar kun je je wel door laten inspireren. Er zijn gitaristen die dat allemaal uitzoeken en er een studie van maken en het noot voor noot naspelen. Maar ik zou veel liever denken ‘goh, wat boeiend dat hij het nummer zo speelt terwijl ik het zo speel’. Als je begint met gitaarspelen, moet je zoveel mogelijk naspelen, ik geloof dat dat echt leerzaam is. Maar op een gegeven moment moet je denken: wat past het beste bij mij en hoe kan ik er een draai aangeven dat het toch bij mezelf blijft.

Hoe ben je uiteindelijk bij de bluesharp terechtgekomen?
Bas: Toen ik een jaar of vijftien, zestien was had je van de J. Geils Band Whammer Jammer (van hun album Live Full House, red.) met Richard ‘Magic Dick’ Salwitz op de harmonica, dat nummer heb ik helemaal grijsgedraaid. Ik heb toen een harmonica gekocht, maar ik snapte er helemaal niets van. Ik kon niet begrijpen dat hij uit dat kleine apparaartje dat hele verhaald haalde. Ik heb er nooit meer wat mee gedaan tot ik midden jaren negentig naar een concert ben geweest in Amsterdam van Kim Snelten (voormalig harpspeler/zanger van onder andere Drippin’ Honey, Jack Of Hearts en The Scene, red.). En ik weet nog dat ik dacht na afloop: nu wil ik het ook leren. Toen heb ik met mezelf afgesproken dat ik een jaar lang minimaal een uur per dag ga leren, wat ook gebeurt is.

Een bluesharp heeft eigenlijk heel veel weg van slide door de keuze van de tonen en het ‘benden’, de aanzet, de timing en ook de eenvoud van de noten. Ik heb destijds een Best off cd van Little Walter gekocht en daarmee heb ik het geleerd, en ook van James Cotton die op de platen van Muddy Waters meespeelde. Daarmee ben ik op dezelfde manier aan de slag gegaan als met de gitaar: noot voor noot alles uitzoeken. Er zijn technieken aan verbonden die je eerst niet kunt begrijpen, maar op een gegeven moment lukt het.

En heb je ooit zangtraining gehad?
Bas: Nee. Ik heb me er wel in verdiept en ook wel eens een blauwe maandag les gehad. Ik heb ooit eens een artikel gelezen van Bobby McFerrin over zingen en die zei: ga maar gewoon voor de spiegel staan en ga zingen. En daarin had hij gelijk. Je moet enigszins het geluk hebben dat het makkelijk voor je voelt, dat het niet tegennatuurlijk is. Met zingen kun je dezelfde opvatting erop nahouden als met het leren gitaarspelen: gewoon oefenen tot het lukt. Ik heb wel eens een nummer van Aretha Franklin noot voor noot uitgezocht en proberen te zingen. Veel te hoog natuurlijk, maar je leert er wel van.

Ben je altijd soloartiest geweest of heb je ook in bands gezeten?
Bas: Ik heb heel lang in bands gezeten. Solo is eigenlijk de laatste tien jaar. Toen ik nog studeerde, zat ik in een studentenband. Na mijn studie heb ik voor de muziek gekozen en heb ik zeker nog tien jaar aan allerlei jamsessies meegedaan en in gelegenheidsbandjes gezeten. Ik was wel vaak degene die de muzikanten bij elkaar haalde. Dat heeft me in zoverre wel opgebroken dat ik dacht ‘laat ik nu gewoon eens doen wat ik thuis op de bank doe’. Stel je voor dat het werkt, dan heb ik met de rest niets meer te maken. Nooit met het idee dat ik daarna nooit meer in bandjes ging spelen, maar soloartiest zijn viel eigenlijk wel meteen op zijn plek. Ik kan wel jaloers zijn op een goede band, maar diep in mijn hart past het niet bij mij. Voor een goede band heb je vier of vijf mensen nodig die hetzelfde denken en ook meerdere mensen die de kar willen trekken.

Het lijkt me lastig omdat je geen vangnet achter je hebt.
Bas: Klopt. En niet in een band spelen kan je groei ook beperken. Gecorrigeerd worden is belangrijk, daar kom je bijvoorbeeld achter als je een cdopname maakt. Live maakt het niet zoveel uit.

In de studio

Kun je je eerste cd All Rights Reserved uit 2000 beschouwen als een soort testcase of je solo zou kunnen slagen?
Bas: Nee, het was geen testcase, het was ook niet bedoeld om te kijken of er een markt voor was. Het was gewoon: ik wil een cd maken. Ik had eigen nummers geschreven en die speelde ik al met de band, met sessiemuzikanten, voornamelijk alleen in Amsterdam. Daar had je twee tenten: The Last Waterhole en Maloe Melo. Ik ben daar nog een tijdje gastheer geweest, elke woensdag van die sessies. Heb ik heel veel van geleerd van andere muzikanten, ook hoe het niet moet. Nu is het heel normaal dat je met computer en apparatuur thuis kunt opnemen, maar dat begon in 2000 net pas een beetje. Ik heb toen voor een bak geld een Roland gekocht, terwijl ik geen zak verstand had van opnemen natuurlijk. Maar ja, gewoon gedaan die eerste cd. Ik sta er nog steeds achter, achter de liedjes. Opnametechnisch is het dramatisch natuurlijk.

Je hebt met o.a. Ronnie Roelofsen als gastmuzikant de eerste cd opgenomen en ook latere cd’s. Is dat een van je voormalige bandleden?
Bas: Ronnie is een gitaar- en muziekvriend. Hij speelde – als hij kon – altijd mee met mijn bandjes. Een verschrikkelijk goede gitarist. Voordat ik solo ging, heb ik nog een tijdje als duo met hem opgetreden. Het zou zomaar kunnen dat we weer iets gaan doen. Op mijn laatste cd speelt hij ook mee, terwijl ik al zeven jaar niet meer met hem gespeeld had. Dat doet er dus niet toe.

Opnametechnisch zijn de laatste cd’s natuurlijk een sprong vooruit.
Bas: De laatste drie zijn goed, professioneel. Je hoeft de muziek niet mooi te vinden, maar geluidstechnisch is het prima. Passion & Pain en Die Jongen Van De Overkant zijn in Studio Silvester in Utrecht opgenomen. Die Jongen Van De Overkant vind ik geluidstechnisch echt de beste, maar iedereen groeit mee natuurlijk. Ook de technicus met wie ik het opneem (Erik Spanjers) wordt steeds beter natuurlijk.

Je hebt destijds de overstap gemaakt van Engelstalige naar Nederlandstalige blues.
Bas: Live doe ik beide, maar nummers schrijven doe ik uitsluitend nog in het Nederlands. Het is heel gek; Engelse nummers schrijven lukt niet meer. Als je eenmaal Nederlandse nummers hebt geschreven lukt het in het Engels niet meer. Terugkijkend kloppen sommige nummers die ik het Engels zong niet. Je kunt het zingen, maar het is niet je taal. Ritmisch klopt het niet en mis je de nuance. Je woordenschat in het Nederlands, hoe goed je het Engels ook beheerst, is minstens honderd keer zo groot. Ik begrijp het wel dat muzikanten in het Engels zingen, maar ik vind het leuk om in het Nederlands te zingen.

Hoe schrijf je je nummers?
Bas: Het schrijven van nummers is een ‘sudderend’ proces. Je ontwikkelt gaanderweg steeds meer ideeën, ook door te blijven luisteren naar andere, reeds bestaande nummers. Ik heb het voordeel dat ik als gitaardocent nummers uitzoek voor mijn leerlingen. Die nummers zoek ik bewust niet uit via internet of een songboek, maar via het luisteren naar de plaat. Op die manier kun je een nummer helemaal ontleden en leer je waar de sterke en zwakke kanten van een song zitten. Die kennis kun je weer gebruiken bij het zelf schrijven of als je het betreffende nummer speelt tijdens je set.

Bij het schrijven probeer ik te denken in termen van teksten op spandoeken. Als je in een demonstratie meeloopt, kom het niet over als je een heel verhaal neerkalkt op je spandoek. Je moet het kort en kernachtig samenvatten en dat probeer ik bij het schrijven ook. Dat gezegd ben ik wel langer bezig met de tekst dan met de muziek. Voor een song pen ik honderd velletjes papier vol. Natuurlijk is het lastig om precies die Nederlandse woorden te vinden die het gevoel dat je over wilt brengen raken. Je probeert het zo dicht mogelijk te benaderen, maar op een gegeven moment moet je er ook een punt achter zetten.

Hoe ga je te werk bij het maken van een cd? Stel je jezelf een deadline of schrijf je bijvoorbeeld één nummer per week en ga je opnemen als je genoeg hebt?
Bas: Je voelt op een gegeven moment wel ‘het is tijd’. Je hebt een lijst van nieuwe nummers voor je en dan denk je ‘dat moet op cd’. Er vallen er altijd een paar af, maar niet zoveel want ik schrijf niet zoveel nummers. Ik begin meestal met een basisidee en dat werk ik uit en dan duurt het nog ongeveer een jaar voordat het gerijpt is. Ik probeer het altijd eerst live uit. Als je de studio ingaat, ga je met de producer bedenken hoe je een nummer gaat neerzetten. Ik neem een demoversie van een nummer op, neem dat mee naar de studio en dan heeft de producer meestal al ideeën hoe het vorm te geven. En vervolgens ga je in overleg, ook met je medemuzikanten, het nummer invullen, het tempo bepalen, de toonsoort.

Je schrijft vele vanuit de ik-persoon. Is dat omdat de luisteraar zich dan makkelijker met je kan identificeren?
Bas: Ik schrijf wel vanuit de ik-persoon, maar het gaat niet over mij. Het is natuurlijk onmogelijk om alle ellende die je bezingt te hebben doorstaan, maar je kunt je wel inleven in de ander of in hun situatie.

Dat vind ik sowieso gelden voor het leven, niet alleen voor muziek. Ik weet niet of ik er altijd in slaag, maar dat is wel het uitgangspunt. Soms gaat het wel over mezelf, zoals Dronken Op De Bank. Maar dat probeer ik dan zo vorm te geven dat het een universeel gevoel oproept. Dat de luisteraar denkt ‘dat dronken zijn ken ik niet, maar het miserabele dat het nummer verwoordt wel’.

Hoe kies je een eigen interpretatie van een song?
Bas: Ik probeer het sowieso altijd te brengen dat luisteraars in eerste instantie geen idee hebben om welk nummer het gaat. En ik speel het onbewust zoals ik het zelf leuk zou vinden. Als je een cover noot voor noot gaat naspelen, wat voegt dat aan het nummer toe? Dát nummer, in die uitvoering, bestaat al. Als eerbetoon kun je het hetzelfde spelen, maar dat heeft voor mij geen meerwaarde. Het is de uitdaging het anders te spelen.

Sympathy For The Devil is daar een mooi voorbeeld van; het nummer dat je op verzoek hebt gecoverd op de Stonesdag in Utrecht en dat je nu nog steeds speelt.
Bas: Dat is ook per ongeluk geprobeerd. Ik had al een paar Stonesnummers op mijn reportoire en ben uiteindelijk in Sympathy For The Devil gedoken. Voor dat nummer heb ik mijn gitaar een toon lager gestemd, ook omdat dat voor het zingen prettiger was. Het nummer vereiste sowieso een andere aanpak omdat ik de conga’s uit het origineel niet speel als gitarist. En dan krijg je uiteindelijk een andere versie van het nummer dat live goed werkt.

Liveoptredens

Jammer dat het soms niet niet zo druk is bij je optredens, maar dat maakt jou niet zoveel uit?
Bas: Dat hoort erbij. Als je dat gaat ontkennen, dan weet je niet waar je staat. Je moet weten in welk segment je zit, dat is de blues. Als je niet bij een breed publiek bekend bent omdat je geen hitje op de radio of tv hebt gehad, dan is het soms niet zo druk als je optreedt. Het is wat het is. Ik heb het tien jaar geleden al afgeleerd me daar druk om te maken. De ene keer is het stampvol en de andere keer speel je in halfvolle kroegen. Dit is het en het zal altijd wel zo blijven.

Hoe vervelend is het om met de wat lastige bezoekers om te gaan die je set verstoren?
Bas: Ook daar moet je reeël in zijn. Als je bedenkt dat mensen uitgaan, een gezellige avond willen hebben en even stoom willen afblazen na een werkweek, dan gaan ze niet stilzijn omdat jij zonodig wat te vertellen hebt op het podium. Ik vind het ook geen disrespect naar de muzikant toe als publiek tijdens optredens praat. Wat ik wel disrespectvol vind, is als ze heel dichtbij je gaan staan, of tijdens het spelen dingen aan je gaan vragen.

Je hebt op verzoek tijdens de Stonesdag in Utrecht Stonesnummers bewerkt en gespeeld en in Willem Slok opgetreden tijdens het Smartlappenfestival. In hoeverre pas je je set aan aan de zaal?
Bas: Vrijwel niet. Maar natuurlijk is het wel zo dat als je merkt dat het publiek je set niet pruimt, je niet kost wat kost je set gaat doordrukken. Je bent niet alleen, je probeert er met z’n allen een leuke avond van te maken. Daarom speel ik ook liever in openbare gelegenheden, want dan heeft het publiek de keuze om te blijven of om te gaan. Het is uiteindelijk wel mijn muziek en mijn set die ik speel. Ik hoef er niet rijk van te worden, maar ik wil ook niet inleveren op mijn artistieke integriteit. Ik heb geen vastgestelde setlijst, dat haalt de spontaniteit uit het optreden. Ik heb wel een lange lijst met nummers die ik kan doen; dat is inherent als je al zo lang optreedt. Er zijn wel nummers die ik bijna elk optreden speel, maar wederom, het is ook afhankelijk van de reacties van het publiek.

Hoe houd je het voor je zelf fris om bij elk optreden te doen alsof het de eerste keer is?
Bas: Goede vraag. In mijn beginperiode was ik daar bewuster mee bezig dan nu. Ik laat het tegenwoordig nog meer spontaan gebeuren dan toen. Vroeger bereidde ik me voor op een optreden alsof het een topwedstrijd was, dat is tegenwoordig veel minder het geval. En dat is geen luiheid, maar meer het besef dat je volledig in controle bent in wat je doet. Het is ook meer het karakter of de aard van het beestje of je elke keer hetzelfde doet. En dat laatste zit er bij mij toch niet in. Ik geef alles met optredens, in gevarieerde setlists, ongeacht of ik een zware week heb gehad.

Je treedt alleen op in Nederland, de paar optredens in België daargelaten. Zou je nog op willen treden in het buitenland?
Bas: Nee. En dat heeft niets te maken met mijn huidige gezinssituatie; dat is iets wat me daarvoor al niet trok. Nederland is groot genoeg. Dat kun je cynisch noemen, maar niemand zit te wachten op een bluesmuzikant/singer/songwriter uit Amsterdam. In Engeland of Ierland bijvoorbeeld stikt het van de goede muzikanten die hetzelfde doen als ik dus wat heb ik daar aan toe te voegen?

Wat betreft optredens; vergeleken met vorig jaar doe je er minder dit jaar lijkt het.
Bas: Niet veel minder uiteindelijk. Vergeleken met vorig jaar is de Troubadour-tour weliswaar minder groot, maar de optredens staan minder lang van te voren vast. Ik heb nu bijvoorbeeld geen optredens in oktober in mijn agenda, maar ik durf te verzekeren dat er straks een aantal data genoteerd kunnen worden. Dus het valt mee, maar het is allemaal korter vantevoren bekend. Heeft ook met de huidige situatie te maken: als de economische crisis zo blijft en ik heb geen nieuwe cd, dan kan ik ongeveer twee keer per maand optreden.

Heden en toekomst

Hoe kijken je aan tegen de huidige bluesscene? Is het populair?
Bas: Ik ben niet zo goed thuis in de bluesscene als vijf jaar geleden, laat ik dat voorop stellen. De laatste vijf jaar luister ik nog wel naar blues, maar dan is het nostalgisch. Dus wat er op dit moment zich in de blues afspeelt: ik heb echt geen flauw idee. Wat me altijd aanspreekt is dat mensen zich inzetten voor iets wat ze mooi vinden, maar het hele idee ‘ keep the blues alive’, dat begrijp ik niet. Als iets niet gewaardeerd wordt of opgepikt wordt, wat het dan ook is, dan sterft het af. Dat geldt ook voor blues. Nogmaals, ik vind het prachtig dat mensen zich inzetten voor iets, maar laat het aan de blues of het publiek over of iets bestaansrecht heeft. Om te spelen blijft het geweldig. Er zullen altijd mensen zijn die luisteren naar de blues en denken ‘dat wil ik ook’. Over tweehonderd jaar zullen er nog steeds mensen zijn die Voodoo Chil’ willen spelen of luisteren naar Robert Johnson. Dat is iets dat is neergezet en nooit meer weggaat.

Je werkt naast de muziek ook nog, onder andere als gitaardocent. Blues is dus geen big business waar je fulltime van rond kunt komen?
Bas: Ik kan er wel van leven als ik zou willen, maar ik wil niet elke dag een boterham met pindakaas eten. Dat is de keuze die je maakt: volledig met muziek bezig zijn of daarnaast nog een baan zodat je af en toe wat anders eet dan een boterham. Dat laatste in mijn geval. Ik zou ook niet zeven dagen per week muzikant willen zijn, omdat het  – zeker solo – een eenzaam bestaan is. Muziekmaken is geweldig maar je bent altijd alleen bezig. Dus je hebt het nodig om contact met andere mensen te hebben; werk is daar een voorbeeld van.

Je hebt tijdens het optreden in het Bluescafe Apeldoorn een nieuw nummer gespeeld. Kunnen we t.z.t. een nieuwe cd verwachten?
Bas: Ik zit nu op ongeveer de helft tot driekwart om een nieuwe cd te vullen, maar ik ga pas opnemen als ik er klaar voor ben. Ik heb op dit moment niet de financiëele middelen en de tijd een cd op te nemen die net zo goed, zoniet beter is als de vorige. Op de cd komt eigen werk of een vertaling van een nummer, maar dat laatste zal hooguit een vijfde deel van de cd beslaan. Hoe lang het duurt voordat een nieuwe cd er is kan ik niet inschatten. Op een gegeven moment heb ik genoeg nummers geschreven, maar die wil ik ook nog live uitproberen. En daarna moet je de cd nog opnemen, nadenken over het hoesontwerp, rechten regelen e.d. dus het duurt altijd even. Op korte termijn komt er in ieder geval geen nieuwe.

Komt er ooit een livecd of dvd?
Bas: Nee. Ik zeg altijd ‘kom maar kijken’. Er zijn niet zoveel livecd’s die goed zijn. Opnametechnisch is het ook lastig; je moet er een aantal goede mensen opzetten om het goed te laten klinken. Daarnaast zou je ook een toernee moeten doen met min of meer dezelfde setlist om de beste nummers eruit te halen. En tja, dat is niet mijn ding; ik heb vrijwel nooit dezelfde setlist.

Je bent als muzikant niet aanwezig op Social Media als Spotify, Facebook en Twitter. Wat is daar de reden van?
Bas: Simpel, ik vind er niets aan. Als je ergens niet achter staat, moet je het ook niet doen. En het kost ook tijd het bij te houden. Deels is het ook luiheid. Ik heb mijn nummers niet op I-Tunes staan en dat is een gemiste kans en niet slim misschien, maar het komt er gewoon niet van.

Daarentegen steek ik wel energie in posters, visitekaartjes en hoesontwerpen. De kartonnen hoes van Amsterdam Country Blues met de cd erin bijvoorbeeld, daar heb ik lang over nagedacht. Wat me opviel was dat bij een cd in een jewelcase bezoekers altijd wat onhandig met zo’n ding rondliepen. Het is niet praktisch want je kunt ‘em niet in je broekzak steken, vandaar dat ik voor een kartonnen hoes met cd koos. Ik was wel even bang dat bezoekers het een te goedkope uitstraling vonden hebben, wat eigenlijk ironisch is omdat een kartonnen hoes duurder is dan een jewelcase. Maar uiteindelijk viel dat mee. Amsterdam Country Blues in die versie is inmiddels uitverkocht.

En tot slot: waar sta je in de toekomst? Wat zijn je plannen?
Bas: Voor de komende twee jaar: handhaven, een status quo zoals het nu is. Ik heb geleerd dat het goed is om af en toe de passie weer op te laden. Dus niet helemaal niet meer optreden of helemaal niet met muziek bezig zijn, maar het even kalm aan doen. Als bij wijze van spreken muziek acht jaar lang bovenaan staat, is het niet erg het daarna een tijdje lager op je lijst met prioriteiten te zetten. En dat is in ieder geval wat ik de komende tijd ga doen. Een andere focus, naast de muziek.

Website: www.basdehaan.nl

CD’s (te bestellen via de website)
Die Jongen Van De Overkant. Uitgebracht: juli 2009
Twaalf Nederlandstalige blues/roots liedjes uitgevoerd door Bas de Haan, maar bijgestaan door een flink aantal ‘co-workers’ . Uitsluitend eigen nummers met één bewerkte song van Robert Johnson voorzien van eigen tekst (co-workers: Ronnie Roelofsen,  Arthur Bont, Erik Spanjers, Richard van Bergen, Roel Spanjers en Joyce Grimes).

Meer Dan Dat. Uitgebracht: mei 2007
Zes Nederlandstalige blues/roots liedjes uitgevoerd door Bas de Haan.Vier eigen nummers en twee bluesklassiekers (vrij vertaald en bewerkt).

Passion & Pain. Uitgebracht: februari 2005
Alle nummers zijn geschreven door Bas de Haan. Op de cd wordt Bas bijgestaan door Ronnie Roelofsen, Eric Spanjers en Roel Spanjers.

Amsterdam Country Blues. Uitgebracht: februari 2003
Alle nummers zijn geschreven en uitgevoerd door Bas de Haan.

All Rights Reserved. Uitgebracht: mei 2000
Alle nummers zijn geschreven en uitgevoerd door Bas de Haan, behalve track 1: muziek door Ronnie Roelofsen en Bas de Haan. Op de cd wordt Bas bijgestaan door Ronnie Roelofsen.


Ook op Blues Magazine ...