Raalte
28 Mei 2012

Tekst: Jeroen Bakker

Wanneer we Ian Siegal toestemming vragen om het interview op te nemen en hem waarschuwen dat alles wat hij zegt tegen hem kan en zal worden gebruikt, verraadt zijn blik een gelaten indruk alsof hij wil zeggen: ‘dat gaat zeker weer gebeuren ook’. Het zojuist gedane optreden tijdens Ribs & Bluesfestival was, zoals van hem te verwachten viel, een groot succes. We kunnen de 41-jarige Brit zonder te overdrijven bestempelen als de grootste bluessensatie uit de UK van de afgelopen tien jaar. Reacties als ‘Siegal speelt niet de blues maar IS de blues’ lijken eerder regel dan uitzondering. Het aantal negatieve recensies is op slechts één hand te tellen en er is geen festival in Nederland dat hem niet al eens op het programma had. Zijn live-reputatie is on-omstreden en ook het studiowerk, is iedere keer van een uitzonderlijke kwaliteit. Voor de opnamen van het vorige jaar verschenen The Skinny, waar op wordt samengewerkt met ‘The Youngest Sons’, de nazaten van Bobby Bland, R.L. Burnside, Junior Kimbrough en Jim Dickinson, of bijna de gehele North Mississippi Allstars, liet Siegal zich onderdompelen in ‘de bron’. Hij bezocht de streek waar de wieg stond van zijn grote inspiratiebronnen en kwam nog nooit eerder zo intens in aanraking met de blues.
Samen met The Mississippi Mudbloods, een band bestaande uit Alvin Youngblood Hart en de broertjes Cody en Luther Dickinson, laat Siegal het komende weekend met twee optredens in Nederland, een krachtige fusie tussen hillcountry blues en southern rock tot stand komen.
Bluesmagazine werd de gelegenheid geboden om alles over deze bijzondere clash te weten te komen.

“De mogelijkheid om samen met Alvin hier in Europa op het podium te staan is voor mij een droom die uitkomt en als ik dan ook nog eens die twee van Dickinson er bij kan hebben dan ben ik verguld van trots”, aldus Siegal die ook nog even nadrukkelijk de rol van Dusty ‘Rhythm Chief’ Ciggaar, zijn parttime side-kick tijdens de Nederlandse optredens, wil uitleggen. ‘Het is heerlijk wanneer ik mij niet met de gitaarpartijen hoef bezig te houden. Ik kan mij zo volledig op mijn zang concentreren. Ik ben eigenlijk Dusty’s protegé zou je kunnen zeggen. Kijk, die Amerikanen hebben ieder nog vier projecten en evenzoveel bands er naast dat het bijna onmogelijk is om langer dan een maand met elkaar op tournee te gaan’.

Siegal reageert niet eens geïrriteerd wanneer hem wordt gevraagd of deze samenwerking niet de kortste weg naar Amerikaans succes is. Er is zelfs een nieuw album opgenomen waarin een belangrijke rol lijkt weggelegd voor Hart.
De line-up van The Mudbloods is ‘ever-changing’, er zijn nu zelfs enkele gospelzangeressen aan toegevoegd maar de jongste zoon van R.L. Burnside, Garry is er weer bij en ook Lightning Malcolm. Siegal heeft Burnside Sr. nooit ontmoet maar Garry schijnt verteld te hebben dat zijn ‘oude heer’ nogal lakoniek omging met zijn drankgebruik: ‘I Only drink when I’m alone or when I’m WITH somebody’.
Op de vraag of het lastig was om al die gasten met hun drukke tourschema tegelijk in de studio te krijgen moet Siegal lachen. ‘Als je één Kimbrough boekt, komen ze allemaal langs in de studio. Het zelfde geldt voor de familie Burnside. Alle broertjes, zusjes, neefjes, nichtjes en kinderen komen mee’.

Het verhaal dat Siegal in zijn eentje naar Amerika ging om de roots te ontdekken blijkt slechts gedeeltelijk op waarheid te berusten. Het was zijn manager Richard die het contact met Cody legde en het plan voorstelde. Cody belde iedereen op om naar zijn studio te komen en Siegal trof daar zijn droomband.
‘Er hangt daar iets in de lucht. Die atmosfeer, die vibe en lome, vochtige hitte, ongeveer 40 graden celcius, doet iets met je en daardoor ook met de muziek’, legt Siegal uit wanneer we hem vragen hoe dat geluid daar,90 kilometerten zuiden van Memphis, zo is ontstaan’. ‘Het is ook nog eens mijn favoriete equipment wat daar staat, van die ‘vintage stuff’. Prachtige versterkers uit de jaren 50 en 60. Verder staat er uitsluitend digitale apparatuur om het op te nemen hoor. Mensen denken dat het allemaal analoog wordt opgenomen maar dat is dus niet waar. Het is een mix van oud en nieuw. Overigens zul je op het nieuwe album nauwelijks hillcountry blues vinden hoor, it’s a little more contemporary. In september zal het worden uitgebracht’.
‘Wanneer we hetzelfde in Londen zouden opnemen zou het zonder enige twijfel anders geklonken hebben. Iedereen daar, geluidsmensen, engineers en technici, lijkt over de juiste studio-skills te beschikken die het beste bij je naar boven brengen. Het gaat ook nog eens stukken sneller waardoor een opname zijn natuurlijke karakter behoudt en toch goed klinkt. Niets ten nadele van mijn eigen band maar deze jongens…’They live and breath this music’. Ik hoefde alles maar één keer uit te leggen en soms hoefden we helemaal niets te zeggen. Niet te geloven toch? En dan te bedenken, en je mag het best weten, dat toen we elkaar voor de eerste keer ontmoetten, ze mij niet eens kenden hahaha’.

De aankondiging in de persberichten over deze samenwerking zou een band verwachten met een Fat Possum-achtig geluid in de geest van Burnside/Kimbrough Sr.
‘Ik had geen verwachtingen, liet het gewoon gebeuren en werd meegesleept door de vibe die daar hing. Het was aftellen en spelen en dan liep het. Bij de laatste opnamen ging het net zo en toch verschilt het eindresultaat weer heel erg van The Skinny. Het nieuwe materiaal bevat veel meer rock, funk en R&B. Het geheel is meer eclectisch. Ik heb twee oudere nummers van mijzelf opnieuw er bij gepakt. Ik ga niet zeggen welke. Ze zijn in een andere stijl opnieuw opgenomen. In totaal zijn er zes tracks afkomstig van mij. Vier zijn compleet nieuw dus. Er staat ook een obscure track van Little Richard op en die is waanzinnig. Je zal hem nooit herkennen. Het is er een uit de nadagen van zijn carriere. Heel bijzonder.
Mijn maatschappij verwachtte overigens ook iets in die Fat Possum-style maar weet je, ik kom daar niet vandaan. Ik ben slechts beïnvloed door die sound en heb niet eens geprobeerd om te klinken als een Burnside of wie dan ook. Garry is de enige die het vermogen heeft te klinken zoals zijn voorvaderen en soortgelijke collega’s maar verder doen die jongens ook dat waar ze goed in zijn en hoe dat genoemd wordt maakt ze niet uit’.

Wanneer hem gevraagd wordt over het nieuwe album onderbreekt Siegal met de opmerking ‘My best yet’. Natuurlijk, maar waarom is deze dan beter dan al het vorige?
‘Ik ben gewoon enorm opgewonden over het eindresultaat. Ik heb het gevoel dat werkelijk alles klopt aan dit album. Cody had met The Skinny zijn eerste grote produktie maar heeft als producer in korte tijd heel veel bijgeleerd. In de tussentijd heeft hij met o.a. Robert Plant samengewerkt. Ik heb hem gevraagd niet te veel aan te trekken van mijn mening maar zijn eigen plan te trekken. Het is als zanger ook lastig om jezelf te produceren en je hebt gewoon een objectieve blik nodig. Cody haalde het beste er uit’.

Heeft Siegal er wel eens over nagedacht om zich muzikaal volledig op Amerika te storten op een manier zoals veel Amerikanen in Europa een bestaan proberen op te bouwen.
Wel eens over nagedacht maar je krijgt daar als muzikant nauwelijks betaald en het is bijna niet mogelijk om er van te leven. Hier heb je meer mogelijkheden om te spelen en ook nog eens voor een groter publiek. Er zijn hier zo veel festivals man, niet te geloven. Ik denk niet dat ik met deze band in Amerika veel stof zal doen opwaaien maar het feit dat ik daar met die jongens heb opgenomen maakt in Europa juist heel veel los. Er is momenteel hier meer interesse voor The Mudbloods dan voor mijn eigen band’.

29 Juni 2012 P60 – Amstelveen
30 Juni 2012 Atak – Enschede
2 Juli 2012  Spirit of ’66 – Verviers


Ook op Blues Magazine ...

Geen berichten gevonden.