Door Antoine Légat

Er was eens een land, waar af en toe LP’s met rock en aanverwanten uitkwamen. Die zeldzame vogels werden dan vergeleken met wat de buitenlandse iconen te vertellen hadden. De grote meerderheid van die platen kwam kwalitatief niet in de buurt van die internationale top. De aanzet was er vaak wel, maar het spelpeil, de studio’s, de ervaring waren niet op de afspraak. Je kon als recensent proberen die dingen een zetje te geven, te vergoelijken, er enkel de goeie aspecten te benadrukken. Dat gebaar van goede wil deed op termijn meer kwaad dan goed: je kan een kat enkel een kat noemen, ook als die uit België komt… Het Goede Doel zong ooit: ‘Ik heb getwijfeld over… België!’ Met respect voor de pioniers en erkenning van het handvol ‘historische’ platen, maar veel soeps was het allemaal niet, want er was altijd iets dat de ontwikkeling van het onmiskenbare talent in de weg stond. Begin jaren tachtig keerden de kansen, met de generatie van TC MaticLuna TwistFront 242Jo Lemaire (& Flouze) en een leger anderen. Een kleine dertig jaar later is het zo ver gekomen dat in de ‘Play’ sectie van de toch immer nog gezaghebbende NederlandseMuziekkrant OOr keer op keer de loftrompet gestoken wordt van vijf, zes nieuwe Belgische schijfjes, terwijl de inlandse productie daar soms relatief weinig tegenover kan zetten. In het decembernummer vonden we het hier ook aangeraakte ‘Fortune Cookie’, Kiss The Anus Of A Black CatTriggerfingerOzark Henry, de Waalse band The Tellers, alle op hun manier prima releases. Deze hoogconjunctuur zal wel niet blijven duren, maar het doet toch deugd te merken dat die mensen ‘op het rechte pad’ zijn. We hebben al zo weinig om ons aan op te trekken in ons landje zonder regering en met een kwakkelend nationaal elftal, met Kim Clijsters in bloedvorm maar zonder de gekwetste Justine Henin. Blind chauvenisme is verwerpelijk, maar enige trots is nooit weg.

Bruce BHERMAN, Untagged Friends

Hier bieden we vier cd’s aan die, elk in hun ‘niche’ (oei, VRT praat is dan toch besmettelijk!), van ‘onbelgisch’ hoog niveau zijn. Bruce Bherman heeft Vlaams én Brits bloed in de aderen, maar net als Raymond en Joost Zweegers (Novastar) mag je hem als volbloed Belg beschouwen. Bruce Bherman maakt al lange jaren schitterende muziek. We hebben ons al vaker uitgeput om cd’s als ‘The Other/63’ onder de aandacht te brengen. Bruce is een laatbloeier, zal nooit doorgaan als de ‘nieuwe Robbie Williams / Justin Timberlake’ en er was een tijd dat zijn concerten niet het niveau haalden van zijn studiowerk. Maar aan dat laatste is gewerkt, mochten we enige tijd geleden in Eeklo vaststellen, en voor deze dubbele ‘Untagged Friends’, zijn vijfde cd, nam hij zijn tijd. Er was eerst ‘Untagged’, een uitstekende vijf song EP, enkel op vinyl te verkrijgen (drie songs werden ook nog wel als cd single uitgebracht) Het was de ideale opstap naar deze dubbele waar de songs van ‘Untagged’ ook opstaan, zij het in bewerkte versie. Een drietal originelen van de EP zijn als ‘Acoustic Deli’s’ toegevoegd aan de cd, een leuke bonus bij de vijftien andere songs, waartussen we geen enkele ‘vuller’ vinden. ‘Untagged Friends’, verdeeld in cd1 ‘Untagged Friends’ en CD2 ‘Untagged Friends’, is één lang pretpark (‘Fifteen Flags’?) voor wie houdt van intelligente rock-‘n-roll singer-songwriting, doorwrocht, maar ook doorleefd,  met tere plekken net waar ze horen. IQ, EQ en emo… Dan nog in een schitterende verpakking (met dank aan o.a. rockfotograaf Alex Vanhee) Wat kan men zich meer wensen? Het is moeilijk favorieten kiezen, maar van CD1 hebben het onderhuids swingende ‘Darkened Canyon’, ‘Radiogirl’ en het bedwelmende, slepende, aan Joe Henryrefererende ‘To The Office’ (met backing van Cortney Tidwell van Kort) ons hart gestolen, en op CD2 blinkt ‘White & Blue’, in twee versies, nog even verleidelijk als op de EP. O ja, een deel van de cd werd opgenomen en gemixed in Nashville (o.l.v. Mark Nevers die o.a. met Andrew BirdCalexico, Bonnie ‘Prince’ Billy en Tindersticks werkte) De binnenlandse klassemuzikanten opsommen zou ons te ver leiden, van de buitenlandse kanonnen verdienen Kurt Wagner (Kort, Lambchop) en Tony Crow (Lambchop) een eervolle vermelding. Er gaan in Vlaanderen weer een pak mensen uit de lucht en schellen van de ogen vallen, reken maar… En Nederland? Misschien iets voor de volgende OOR!

Steven DE BRUYN-Tony GYSELINCK-Roland VAN CAMPENHOUT, Fortune Cookie

Steven De Bruyn (voice, smoelschuiven in alle formaten) en Roland Van Campenhout (ook voice, snaarinstrumenten in alle formaten) hadden gerust een klassieke bluesplaat kunnen maken, een brug tussen twee generaties and all that kwatsj. Dat hadden ze eigenlijk al gedaan in 2001 op ‘Waterbottle’ van El Fish & Roland. De twee kozen ditmaal echter voor avontuur, voor het aftasten van de grenzen van blues en de vele andere genres waar beiden zich voorheen al hadden op gestort, daarin gretig ingevolgd door jazz drummer Tony Gyselinck, ook al de motor van The Rhythm Junks, waarmee Steven reeds gegaan was where no El Fish had gone before. Wie de drie heren (‘Monumenten uit Vlaanderen’, dixit OOR) al samen bezig zag (en dat zijn er intussen velen), weet waaraan zich te verwachten: nauwelijks songs, maar associatief opgebouwde geluidslandschappen, met echo’s van heel wat walletjes, structuren, die dank zij de onmetelijke ervaring van het trio en de persoonlijkheid van ieder lid tot een goed einde worden gebracht. De term ‘groeiplaat’ begint afgezaagd te klinken, maar er zit op ‘Fortune Cookie’, want zo heet ze, nu eenmaal veel onder de oppervlakte dat zich maar mondjesmaat openbaart. We hebben het voor de door Steven gezongen ‘Tiny Tiny’ en de schitterende afsluiter ‘Spider On My Face’. O ja, je kan ook niet voorbij aan film noir ‘King Kong In The Lunapark’ waarin Roland ons op zijn eigen lijzige manier herinnert aan een wezenlijke levenswijsheid: ‘Never open up a fortune cookie again’. Deze ‘Fortune Cookie’daarentegen… Voor we het vergeten, ook ‘Mr. National’ Bob Brozman heeft Steven en Roland ontdekt op zijn recente Belgische tournee. De drie vergastten de aanwezigen in Eeklo op een reeks schitterende improvisaties. Wordt ongetwijfeld vervolgd!

HT ROBERTS, Spirit Level

Ook HT Roberts gaat bij wijze van spreken al twee millennia mee, eerst met de Headstarts, daarna met vijf soloplaten en heel wat verzorgd productiewerk in zijn eigen studio (recent Filip De Fleurquin en Aardvark & De Zandmannen) en met allerlei hand- en spandiensten, overal waar men iemand met (bas)snaren kon gebruiken, dikwijls bijgestaan door zijn beide rechterhanden Niels Delvaux (één van België’s topslagwerkers) en Gijs Hollebosch (zoals zijn naam al een beetje doet veronderstellen, een tovenaar met dobro’s, mandolines en gelijkaardig spul) Herman Temmerman(de echte naam van HT) zou in een rechtvaardiger bestel al een stuk verder staan, net als zijn collega songsmid Bruno Deneckere, maar gelukkig behouden beiden hun zielenrust dank zij het adagium ‘Doe wel en zie niet om’ en het in BP-kringen populaire spreekwoord ‘Olie drijft boven’. Zijn alweer zevende ‘Spirit Level’ zou eerst een dubbele worden maar werd in twee gesplitst (zodat nummer zeven zo goed als klaar is?) We hebben HT leren kennen met zijn eerste ‘Following The Buffalo’ (intussen een collector’s item) als een bijzonder gedegen tekstschrijver van dikwijls relaxte, country getinte, feel good melodische songs waar hij zijn roestige rasp tegen kan aanschurken. Kortom, eigenlijk is alles wat hij doet totaal onhip, maar zal de tand des tijds goed doorstaan. Songs als ‘Like A Leaf In The Wind’, ‘Down To My Last Euro Blues’ en ‘Brother Wind Sister Rain’ zijn alvast kandidaat blijvers. En als de muziek gezellig vrolijk doet als in ‘The Promised Land’, dan brengt het ‘lachend de waarheid’ zeggen van die song je wel weer tot inkeer. Zo breekbaar krijg je ze zelden: ‘The Rest’ en ‘Far Side Of The Night’ sluiten en sourdine af. Een plaat voor na elven bij de winterse haard met een goed glas wijn en een lieve vriend(in) in handbereik? Ja, maar we horen ze al even graag ’s morgens om er weer tegenaan te kunnen: ‘Lift me up, lift me up, let me drink from your cup, lay me down, lay me down, when sweet peace I’ll have found’ (uit ‘The Cuckoo’) Met hemelse vocale steun van Gabriela Arnon (Amerikaanse die in Parijs leeft en zelf songs schrijft en cd’s uitbrengt) en Sarah D’hondt, verder de bas van Arne Van Dongen (laatst nog steunpilaar in het Brugge-Bucharest Express project van Wouter VandenabeeleHans Roels), Luiz Márquez op harmonica en sax, en natuurlijk Gijs en Niels. Toch nog dit: wie de plaat te ‘soft’ vindt, zal wel opkijken van HT live, want de man kan bepaald vitaal, levendig en met bakken humor zijn publiek te lijf gaan.

Lightnin' Guy & The Mighty Gators - Banana Peel Feat. Guy Forsyth

Heel andere koek en dynamiek bij Lightnin’ Guy & The Mighty Gators Featuring Guy Forsyth in ‘The Banana Peel Sessions’. Dynamiek? Zeg gerust dynamiet, hoewel Guy in dezelfde ‘stal’ zit als HT Roberts, nl. het Brugse Parsifal. Platenbaas Nico Mertens mag dan al jaren opkomen voor lokaal talent en een regelrechte en rechtgeaarde mecenas heten doordat hij deze ‘sans labels’ asiel biedt, hij heeft zijn ogen niet in zijn zak. We waren erbij, op de tweede van twee opnamedagen in de Banana Peel te Ruiselede en we wisten dus aan welke orkaan ons te verwachten op de laserschijf. Blueszanger en -gitarist Lightnin’ Guy Verlinde zat enkele weken voor deze opnamesessie nog in zak en as: door een onverkwikkelijke rechtszaak was zijn debuut cd uit de rekken gehaald. Er groeide het knotsgekke idee om dan maar in allerijl een live cd op te nemen. Franky Vandeginste, programmator van Banana Peel Jazz & Blues Club, Nico en Guy kwamen akkoord: de bananenschil zou vroeger dan andere jaren zijn deuren openen. Op 30 en 31 augustus werd dan ook de ‘vervang cd’ ingeblikt met de inderhaast opgeroepen clubleden en trouwe klanten. Niet zomaar: Guy had kennis gemaakt met collega bluesgitarist en -zanger Guy Forsyth, en in Wenen had hij opgetreden met zangeres Aminata Seydi, een heerlijke soulstem. De in onze streken zeer gerespecteerde Forsyth bracht niet alleen zijn geweldige stemgeluid maar tevens zijn band mee. Keyboardsman Pieter van Bogaert (The CrewOtis GrandCalvin OwensJohnny Copeland…) en de jonge, begenadigde saxofonist André De Laat bleken eveneens beschikbaar. De Mighty Gators zijn precies de band die een stevige shouter als Guy Verlinde de juiste omlijsting geven, via de romige, vooral door Chicago geïnspireerde gitaarklanken van Willy De Vleesschouwer (kind aan huis in de Banana Peel!) en de stalen ritmesectie van bassist Karl Zosel en drummer Thierry Stievenart. Een cd stelt andere eisen dan een live optreden, maar men is er wonderwel in geslaagd de rauwe levendigheid van de concerten te bewaren, al spelen het ongelofelijke… dynamisme van de frontman en zijn veelvuldige aanmoedigingen van bandleden en publiek daar zeker ook een rol in. Zonder goeie songs zou dit echter een mooie maar lege doos zijn. Guy heeft echter een fraai repertoire bij mekaar: één cover, ‘Poison’ van de in België nog steeds amper bekende Grayson Capps, en twaalf originelen, die soms naar voorbeelden neigen. Een smelter als ‘Fallin’ For You’ zou niet misstaan in het oeuvre van Daniel Lanois, ‘I Will Rise’ past dan weer bij Ben Harper, maar er zijn slechtere referenties denkbaar! Het duet van Guy en Aminata in ‘Long Distance Shuffle’ is maar één van de vele snoepjes van deze gevarieerde, sfeervolle en goudeerlijke niets-in-de-handen-niets-in-de-zakken bluesplaat. Sceptici luisteren maar eens naar ‘Me & My Blues’ met bliksemse harpsolo van showstopper Lightnin’ Guy.

—–

Ref.: Bruce BHERMAN, Untagged Friends, AKR 056042991/07 (verd. Bertus) (9 + 9 nrs.; 42’11’’ + 39’08’’) / Steven DE BRUYN-Tony GYSELINCK-Roland VAN CAMPENHOUT, Fortune Cookie, Munich Records (8 nrs.; 41’49’’) / HT ROBERTS, Spirit Level, Parsifal 306 (12nrs.; 48‘ 36‘’) / LIGHTNIN’ GUY & The MIGHTY GATORS Featuring Guy FORSYTH, The Banana Peel Sessions, Parsifal 046 (13 nrs.; 57’57’’)