eric clapton i still do

Eric Clapton
Nippon Budokan, Tokyo
18 april 2016

Samen met mijn twee even gekke metgezellen beklim ik, net als enkele duizenden Japanners, de helling in het Kitanomarupark richting de Budokan, de rocktempel van Japan. Over exact een uur zal Eric Clapton beginnen aan de vierde van een reeks van vijf shows in de door hem zo geliefde hal, waar Anton Geesink in 1964 nota bene Olympisch judogoud veroverde. Bijna de helft van alle Japanners is gehuld in Claptonmerchandise, buiten staan talloze kraampjes waar shirts, jassen, truien, tassen en nog veel meer fanartikelen als warme broodjes over de toonbank vliegen. Ons fanschap valt hierbij bijna in het niet, de Japanner is gek van Clapton en gelukkig voor hen; de 71-jarige Slowhand is gek van hen. Niet voor niets is de Nippon Budokan de enige plek waar de – volgens zichzelf – gepensioneerde Clapton in 2016 een reeks concerten zal geven. ‘Its the best place I’ve ever played. It’s the best place in the world’, vertelt een zichtbaar geëmotioneerde Clapton zijn Budokanpubliek in 2014 tijdens de opvoering van Layla.

Door Daan Sindelka

Om precies zeven uur dimt het licht in een overvolle Budokan, waar een gigantische Japanse vlag trots boven het podium prijkt. Eric en zijn band betreden het podium, een voorprogramma is er niet. Dat het Clapton om de muziek te doen is, wordt direct duidelijk; in zijn joggingsbroek gehuld pakt hij zijn gitaar. Het concert kan beginnen.

Drummer Henry Spinetti valt de eer ten deel het eerste geluid door de arena te jagen, even later gevolgd door de rest van de band. Het door JJ Cale geschreven Somebody’s Knockin’ is al twee jaar het vaste openingsnummer van de set, staat tevens op het aanstaande nieuwe album ‘I Still Do’, en zet meteen de toon voor de rest van de avond. Eric Clapton is in zijn hart een bluesman, en dat zal het publiek weten. Het nummer volgt het, voor de Claptonfans van de laatste jaren, vaste stramien; er wordt begonnen met een stukje zang, dan volgen solo’s van enkele van de aanwezige bandleden, en er wordt afgesloten door een dikwijls fenomenaal gitaarspel van de maestro himself. De immer langharige Chris Stainton laat zien dat hij zijn keyboard nog altijd meester is, Paul Carrack bespeelt als vanouds het orgel en tweede gitarist Andy Fairweather Low bewijst met zijn onvervalste, ietwat lompe gitaarspel ook alvast zijn toegevoegde waarde deze avond. Nieuw is Dirk Powell, de wat jongere multi-instrumentalist, die met zijn accordeonsolo een nieuwe dimensie geeft aan het geheel.
Na het nummer volgen een korte begroeting van Clapton en een inmiddels klassiek ‘Thank you!’ Een echte spreker zal het nooit worden, gelukkig is dat niet waar het om te doen is.

Met Charles Segars Key to the Highway, Willie Dixons Hoochie Coochie Man en Junior Parkers Next Time You See Me, de laatste gezongen door Paul Carrack, ademt de band blues. Eric Clapton is vocaal erg sterk en als een geoliede machine geeft de band muzikale solo’s weg alsof het niets is. Tijdens Hoochie Coochie Man soleert Eric Clapton rustig maar raak, elke noot snijdt door het hart, precies zoals het hoort. De accordeon van Dirk Powell is tijdens deze nummers niet van grote toegevoegde waarde en verbleekt wat bij de rest.
Een van de vaste hoogtepunten van Erics optredens is zijn dikwijls fantastische solo tijdens I Shot the Sheriff van The Wailers. Ook vandaag is hij erg sterk, een prachtige opbouw in snelheid maakt dat de solo van een kleine drie minuten van iedereen in de zaal wel een eeuwigheid had mogen duren, zoveel blijkt wel uit het applaus dat volgt.

Audio van I Shot The Sheriff:

Dan is het tijd voor de akoestische set, die dit jaar in zijn geheel is omgegooid. Zittend op zijn stoel vangt Clapton aan met een prachtige versie van Circus Left Town, dat net als het bekendere Tears in Heaven geschreven is voor zijn overleden zoon Conor. Hierna volgen good old Nobody Knows You When You’re Down and Out en enkele nummers van het nieuwe album van Slowhand, waarbij gezegd moet dat Dirk Powell hier een stuk beter tot zijn recht komt met zijn accordeon en mandoline. Het nummer Cypress Grove van Skip James doet Eric Clapton zijn Martin Guitar wisselen voor een Gretsch en tijdens het rauwe, diepe deltabluesnummer, bedient hij zich van een slide, iets wat hij niet bijster vaak doet. Het nummer is een toetje voor de pure bluesliefhebber maar aan de ietwat timide reactie van het publiek is te merken dat het niet helemaal binnen de setlist past.
Ook tijdens het door Dirk Powell gezongen Sunshine State, die dan een akoestisch gitaar ter hand neemt, bedient Clapton zich van zijn Gretsch met slide. De monotone stem van Powell doet helaas af aan het verder lekkere nummer, dat met zijn Tulsa Sound doet denken aan bijvoorbeeld Tulsa Time.

Met Amen Corners Gin House komt een eind aan de akoestische set en is het tijd voor Andy Fairweather Low om het volle pond te geven. Dat is aan de energieke Andy wel vertrouwt, vocaal is hij nog vele malen sterker dan op zijn zwarte Gibson Les Paul, en samen met een ronduit geweldige solo van Clapton en een uithaal van hier tot gunter, is dit nummer voor velen het moment van de avond.

Audio van Circus Left Town

Na een Wonderful Tonight in reggaestijl is het dan tijd voor Robert Johnson. Met Crossroads en Little Queen of Spades is zijn plek in de show inmiddels al jaren gegarandeerd. Crossroads knalt als altijd en Little Queen of Spades is geëvolueerd tot een muzikaal meesterstuk. Het muzikale intro van Dirk Powell op de accordeon staat het nummer goed en Chris Stainton doet met dit nummer keer op keer weer verbazen door bijna maniakaal op zijn keyboard te rammen. Na Paul Carrack op zijn orgel maakt Clapton het nummer af zoals dat van hem mag worden verwacht.

Wanneer het geluid van Cocaïne de ruimte vult, weet je dat het concert zijn einde nadert, al jaren vormt het nummer van JJ Cale het slotstuk van de officiële set. Het nummer klinkt lekker vol en dat is met name aan het keyboardwerk van Stainton te danken. Een bescheiden aantal Japanners besluit dat het tijd is om mee te swingen. Als het nummer ten einde is volgt ‘Thank you’-nummer-zoveel van de avond en loopt de band zonder het applaus in ontvangst te nemen het podium af.

Even later bestijgt de gehele band nog eenmaal het podium en telt Chris Stainton af voor High Time We Went van Joe Cocker, in wiens band Stainton lang toetsenist was. Omdat Clapton het nummer al drie jaar gebruikt als toegift is het een van de zekerheden van de avond, en hoewel het een muzikale knaller is – zeker met de vioolsolo van Dirk Powell –, blijft het ietwat teleurstellend dat de encore niet een eigen nummer is én dat hij het laat zingen door Paul Carrack, die dat overigens uitstekend doet.

Ditmaal kan er na afloop wel een voorzichtig handje vanaf bij de bandleden alvorens ze definitief verdwijnen en zeventien nummers verder en een dikke anderhalf uur later is er zo een eind gekomen aan een fantastisch concert.

Website
www.ericclapton.com
www.whereseric.com

Eric-Clapton-660x330