Dudley-Taft

Dudley Taft – Cafe De Weegbrug, Roermond, 25 Mei 2014

Verslag, foto’s en filmpjes Walter Vanheuckelom i.s.m. Rootstime.be
Meer foto’s Walter

Zondag in de voormiddag toch maar mijn burgerlijke plicht gedaan en gaan stemmen. Daarna alles klaar gemaakt om naar café De Weegbrug in Roermond te rijden want Dudley Taft zou er in de late namiddag zijn nieuwe album ‘ Screaming In The Wind’ komen promoten. De Amerikaan is voor een korte promotie tour in Nederland en Duitsland. Juist een jaar geleden zag ik Dudley voor het eerst live aan het werk in de Spirit of 66 in Verviers er daar maakte hij een zeer goede indruk. Dus was ik heel blij dat blues oma Truus deze band een kans gaf in haar muziek café. Taft had voor deze tour ook een nieuwe drummer bij. Carl Martin is nog maar juist bij de band en kon zo ook zijn eerste Europese tour maken samen met Dudley en vaste bassist John Kessler.

Ik was toch niet de enige muziekliefhebber die binnen naar een concert ging luisteren in plaats van met familie of vrienden op een terras te gaan zitten of te gaan fietsen. Om kwart na zes begon het trio aan hun eerste set met ‘The Waiting’ uit Dudley’s vorige album ‘Deep Deep Blue’. Dus dadelijk een flink ritme en het betere gitaarwerk. De gitaar bleef scheuren tijdens het rockende ‘Rolling Wheels’. Carl bleef strak drummen op zijn Yahama en John plukte heel gedreven op de dikke snaren van zijn vijf snaren Roscoe bas. Deze Amerikaanse basgitaar heeft een langere hals dan de doorsnee basgitaren, waardoor de snaren langer zijn en waardoor ook de diepste noten nog zuiver klinken.

De Bob Dylan cover ‘Meet Me In The Morning’ herkende niemand meer in de zeer stevige versie van Dudley. Dit was puur genieten. Het optreden in Roermond was een mix van originele Dudley Taft songs en covers. Ooit wilde de frontman een ZZTop tribute band oprichtten dus moesten we niet verwonderd opkijken wanneer de band aan ‘Heard It On The X’ begon. Stevige rock voor mannen met baarden, al gebied de eerlijkheid te zeggen dat de baarden van de Gibbons broertjes wel meer indruk maken dan deze van Dudley. Muzikaal klonk hij echter even stevig. ‘Keep My Eye On You’ was het eerste nummer van het nieuwe album dat we mochten horen. Op de cd klinkt het iets meer funky, dan zondag live in Roermond. Ook voor oudere, meer traditionele blues kan je bij Taft terecht. ‘You Upset Me Baby’ van BB King was hier iets steviger maar klonk geweldig in De Weegbrug.

 Dudley Taft

De meeste onder ons kennen het ‘If Heartaches Were Nickels’ van Joe Bonamassa. In de tijd dat Taft van gitaar wisselde liet John Kessler horen dat hij rad van tong is en dat hij over heel wat background informatie beschikt over de muziek die hij speelt. Hij vertelde dat de song geschreven is door Warren Haynes van Gov’t Mule, maar dat die het nooit opgenomen hebben. Het antwoord van Dudley daarop was dat John een levende muziek encyclopedie was en dat hij en Carl in de auto tijdens de verplaatsingen niets anders hoorden dan dat soort mededelingen. Deze slepende song met wervelende vette gitaar in, is bijna zeven minuten top amusement. De sound van de gitaar Tokai Les Paul was krachtig en intens. De gelijkenis van deze Tokai met een Gibson Les Paul is heel treffend.

Terug naar de eigen nummers met het krachtige ‘God Forbid’. Dit is de muziek die in mijn ogen het beste bij Dudley past. Een somber en dreigend ritme gecombineerd met zijn felle scherp gitaarwerk. Als een HST trein op volle snelheid raasde ‘Red Line’ voorbij. John en Carl moesten beiden vol gas geven in deze rechttoe rechtaan rocker. In zijn vorige albums waren een paar songs die één verhaal vormden, cowboy songs zoals Taft het verwoordde. ‘Long Way Down’ is één van deze songs, maar het is zeker geen country song. Integendeel het was Dudley en zijn twee kompanen op hun best. Ze deden gezwind en vol overgave verder op de ingeslagen weg met ‘Northmore Blues’.

De sfeer was relaxed in De Weegbrug en er werden nog wat grapjes gemaakt tussen de bandleden. Als afsluiter voor de pauze werd gekozen voor een song van Freddie King, de man waardoor Dudley zo in de ban geraakte van de blues en de bluesrock. John Kessler was weer top en speelde op zijn basgitaar met de spelvreugde van een jonge knaap, die de eerste keer op het podium mocht. De Tokai van Dudley schoot weer gensters met splijtende riffs. Knap einde van een stevige, hoogstaande eerste set.

Dudley-Taft

Na een paar biertjes en wat gesprekjes met de fans begonnen Dudley, John en Carl aan hun tweede set met het instrumentale Jimi Hendrix nummer ‘Drivin’ South’. De ritmesectie moest al dadelijk vol gas geven en de vingers van Taft bleken na de pauze ook nog zeer soepel en bewegelijk. Zonder Freddie King kan Dudley niet en de cover ‘Pack It Up’ van deze grote mijnheer was de volgende song op de setlist. Dit nummer staat trouwens op het nieuwe album ‘Screaming In The Wind’ en van deze versie van Taft straalde de energie af. De man met de cowboyhoed en donkere bril pakte nog maar eens uit met splijtend gitaarwerk. De ouwe meester Freddy zou zeker blij geweest zijn als hij nog kon horen hoe zijn muziek latere generaties nog steeds inspireert en de creativiteit in de muzikanten blijft opwekken.

Ook ‘Hard Time Killing Floor Blues’ staat op dat nieuwe album. Knap hoe de band stevig en strak begon om later in het nummer een mooie ritme versnelling in te voeren die het nummer een extra surplus gaf. Live klonk ‘3DHD’ ook niet zo poppy als op het album. Genoeg eigen werk gespeeld moeten de jongens gedacht hebben en dus maakten ze tijd voor een Jimi Hendrix nummer, dat ook door Stevie Ray Vaughan gecoverd werd. Niet de covers van Jimi die we meestal horen maar de rocker ‘Come On’ kregen we voorgeschoteld. Opdwepend en fel ritme gekruid met fijn vingerwerk op de gitaar. Hier hoorde je heel diepe baslijnen op de Roscoe gitaar lekker en diep in je buik doordringen.

De titelsong van het laatste album ‘Screaming In The Wind’ had weer dat typische dreigende en donkere geluid van Dudley, dat ik zo erg waardeer. De heel relaxte Dudley begon toen over whiskey en vond dat iedere bezoeker er eentje moest kopen voor zijn buurman. Ik help je met de verkoop zei hij glimlachend tegen de barman. Tussendoor veel grapjes makend, maar eens een song gestart heel professioneel met hun vak bezig. Carl Martin beheerste perfect het slagwerk, het leek of hij al jaren met de band op stap was. John Kessler leverde in het funky rock nummer ‘Feeling Good Now’ weer een glans prestatie af.

Intussen had Dudley de Tokai weer ter hand genomen en liet ze lekker grommen en schreeuwen in de slowblues ‘The Reason Why’. Zoals al eerder gezegd, waar Dudley Taft is daar is Freddy King nooit ver weg. Dudley’s versies zijn zoals gewoonlijk iets steviger dan het origineel, maar ‘Sally Can’t Dance’ en de daarop invloeiende ‘Going Down’ rockten zoals het moest. Gedurende ‘Going Down’ was er een heel vurig en intens minuten durend hoogstaand duel tussen Dudley op zijn Tokai Les Paul en John Kessler op zijn Roscoe bas. Zoiets valt altijd in de smaak bij het publiek en dat was in De Weegbrug niet anders.

Dudley-Taft

Er kwam nog een kanjer van een cover met ‘Oh Well’ van superband Fleetwood Mac. Dudley Taft breide er nog een machtig vervolg aan met een Led Zeppelin jam. Iedereen was tevreden in De Weegbrug en wilde meer. De barman riep dat hij voor elke toegift drie biertjes gaf en dadelijk was er lachend een akkoord met de band. Even later was iedereen heel erg in de mood met Neil Young’s ‘Hey, Hey, My, My’ in de into the black versie. Als afsluiter wilde de band een nummer spelen dat ze in de auto op weg naar Roermond gehoord hadden. Het werd een heel onverwacht nummer.

De zonnige zondag namiddag in de Weegbrug werd afgesloten met ‘Them Belly Full’ een reggae nummer Bob Marley. Voor de eerste keer dat ze het speelden was het echt wel ok. De stem van Dudley pastte perfect in dat soort muziek en instrumentaal zat het echt wel snor. Het optreden van deze Amerikaanse band was prima, mooie mix van nieuw en ouder werk, aangevuld met heel sterke covers.


Ook op Blues Magazine ...