Chicago Blues Festival
LantarenVenster, Rotterdam
1 December 2012

Tekst en foto’s: Bert Lek
Voor meer foto’s, zie fotoalbum Bert

Voetjes van de vloer
Het jaarlijks Chicago Blues festival strijkt voor de derde keer in LantarenVenster neer voor een goed gevulde zittende zaal (250 mensen).
Zoals al jaren gebruikelijk bestaat de line-up uit een drummer (Willie Hayes), een bassist (Melvin Smith) en een tweede gitarist (Billy Fynn). Daarbij worden meestal een vocaliste, dit keer Peaches Staten, een zanger /gitarist en een instrumentalist/zanger toegevoegd aan het gezelschap. Melvin Smith is weer de master of ceremonies en dat doet die geweldig. Soepeltjes kondigt hij de artiesten aan en zorgt er voor dat alles in een strak tempo verloopt.

De eerste gast is net als vele anderen deze avond geen onbekende voor de bezoekers op de eerste rij. Het is harmonicaspeler Bob Corritore. Iedere week verspreidt hij een nieuwsbrief over heel de wereld met allerlei interessante nieuwtjes uit de blueswereld. Dat heeft Bob geen windeieren gelegd. Hij treedt met vele bekende uit de blueswereld op en is een graag geziene gast in de studio. Bob is een degelijke blazer, die de rest van het concert zorgt voor het lekkere Chicago geluid en aan heel veel breaks een mooi kleurtje geeft. Vervolgens mag Billy in “Don’t You Lie To Me” de vocalen voor zijn rekening nemen. Helaas komt hij een beetje sloom over. Doch heeft hij een mooie zuivere gitaaraanslag. In dit nummer nemen Willie en Melvin de tweede stem voor hun rekening.

Daarna is het tijd voor een van de twee headliners van de avond; John Primer, zang en gitaar. Alweer Primer denk je dan. Hij is al zo vaak geweest. Aan de andere kant is John wel de man, die op dit moment de beste Chicago blues vertolker is, ook nu weer. Dankzij hem zit er meteen meer vaart in het concert. Vervolgens brengt hij met “At Home Alone” een schitterende slowblues en gaat hij de zaal in. Helaas wordt hij niet gevolgd door een lichtspot, zodat de rest van het publiek het ontgaat, dat hij als dank een dikke zoen krijgt van een van de dames op de eerste rij. Het missen van de lichtspot is het enige smetje op het geweldige concert. (Het geluid is echter prachtig.)

Nadat Bob Corritore en de bewegelijke drummer Willie Hayes hun aandeel voor de pauze brengen, is het tijd voor de onbekende zangeres Peaches Staten. Zij start met “My Baby Loves Me” en zij probeert verderop in haar korte set de mensen uit hun stoelen te krijgen. Echter dat lukt nog niet, hoe ze ook haar best doet. Peaches staat geen moment stil en haar optreden werkt aanstekelijk op het publiek. John Primer sluit het eerste gedeelte af met “Going Back To Mississippi” van zijn cd All Original.

Billy Flynn opent vocaal zwak de tweede set. Dan doet Billy Hayes het beter in “Baby What You Want Me To Do”. Daarna is het weer tijd voor John met o.a.” I Want To See You Before I Go.” Als slotact is Peaches Staten aan de beurt. Zal het haar lukken de braaf klappende aanhoorders uit de comfortabele stoelen te krijgen? Zij is een groot bewonderaar van de in 2009 overleden Koko Taylor en brengt dan ook “Wang Dang Doodle” van haar met volle overtuiging. Midden in deze song zit “Get Up, Stand Up” heel mooi verweven en wat gebeurt er? De mensen staan op en een aantal van hen gaat voor het podium dansen. Daarmee hebben de toehoorders twee toegiften afgedwongen, “Sweet Home Chicago” op speciaal verzoek van mensen op de eerste rij. In dit nummer krijgen we een heel mooi gitaarduel tussen John en Billy voorgeschoteld. Bovendien wordt het door het washboard spel van Peaches een zydeco uitvoering! Daarna volgt nog “I Got My Mojo Working/Gypsy Woman.” Het bluesfeestje is compleet!