Blues column 6 – Jos Verhagen in de ban van … Mississippi en de Hill Country Blues

Een zoektocht in het onbekende een column door Jos Verhagen

In de jaren dat ik nu recensies schrijf voor Blues Magazine word ik regelmatig me bewust van het rijke blues verleden. Echt verdiepen in de blues historie kwam nog niet echt bij me op tot ik in het bezit kwam van een blues collectie van eind jaren 80 tot 2006, zo’n 6000 CD’s. Waar ik altijd op zoek was naar nieuwe bands en artiesten bood deze verzameling ook nieuwe muziek te ontdekken uit het verleden. Deze ontdekkingen wil ik delen en door een link te leggen met de concertagenda al schrijvend daarover de beginnende blues liefhebber een plezier doen.

Junior Kimbrough – Sad Days Lonely Nights
In mijn vorige column schreef ik over de mystiek van Mississippi, en dat ik daar op zou terug komen. Dan realiseer je dat het schrijven van een column toch niet zo eenvoudig is. Na drie versies had ik het opgegeven, ik neem een ander onderwerp maar toe kwam Cedric Burnside om de hoek kijken. Hij is een van de attracties op het Moulin Blues festival op 1 en 2 mei. Cedric Burnside is een drummer/gitarist zanger die de blues met de paplepel heeft binnen gekregen. Als kleinzoon van de legendarisch Hill country blues grootheid R.L. Burnside begon hij zijn muzikale carrière bij de andere Hill countryblues grootheid Junior Kimbrough. Hill country blues was de ingang die ik zocht voor mijn column en die leidde naar een bijzonder soort blues.

Hill Country Blues ontstond in North Mississippi en onderscheidt zich van de Delta Blues door de manier van spelen. Die Junior Kimbrough en R.L. Burnside ontwikkelden een stijl die een soort mystiek en iets magisch met zich meebrengt. Het is een stijl die zich eenvoudig laat herkennen door nummers die zijn opgebouwd rond een of een paar akkoorden en waar de continue herhaling van die akkoorden je in een trance brengt. Junior Kimbrough was een meester in dit genre, de baslijnen spelend met zijn duim en midtempo melodieën met de rest van zijn hand perfectioneerde hij deze stijl.

 

Bekend bij het grotere publiek werden zij toen producer Robert Palmer na het maken van de documentaire Deep Blues: A Musical Pilgrimage to the Crossroads (1992) en waarin een optreden van Junior Kimbrough zat, Fatpossum Records oprichtte. Deze Robert Palmer ging op zoek naar vertolkers van de Hill Country Blues en gaf mannen zoals R.L. Burnside en Junior Kimbrough de mogelijkheid hun muziek vast te leggen.

Vooral Junior Kimbrough fascineerde mij, de man waarvan gezegd wordt dat hij 36 kinderen zou hebben, en had voor zijn kennismaking met Robert Palmer nog nooit een studio van binnen gezien. Muziek maakte hij in zijn juke joints met zijn familie en die van R.L. Burnside. Zijn tweede CD ‘Sad Days Lonely Nights’ greep mij; Deze werd in one take live, zonder publiek opgenomen in de juke joint van Junior Kimbrough, met o.a Garry Burnside, zoon van R.L. Burnside, op bas.

De gehele CD roept een hypnotiserende sfeer op, het brengt je in een trance. Dezelfde trance die ik vorig jaar bij een optreden van Studebaker John ervaarde tijdens Moulin Blues festival in Ospel. Een gevoel dat me nog lang is bijgebleven die dag. De ontdekking van Junior Kimbrough bracht dit gevoel bij me terug, dat zich continu herhalende akkoord waardoor je weer in die trance komt. Via Junior Kimbrough kwam ik ook bij de huidige koplopers van de Hill Country Blues, de North Mississippi Allstars, die dit jaar weer te zien zijn in Nederland (1 juni Paradiso).

De North Mississippi Allstars die op hun CD ‘Hill Country Revue, Live At The Bonnaroo’ uit 2005 een ode brengen aan R.L. Burnside, en met zijn muzikale kinderen een geweldige live plaat produceren, wil ik iedereen aanraden eens te beluisteren op bijvoorbeeld Spotify. Vooral nummers als Be So Glad en Snake Drive waar het spelplezier vanaf spat en in met dat geweldige rappen.

 


Ook te lezen op Blues Magazine ...