Foto Blues Historie: Post war blues - deel 34 R.L. Burnside

R. L. Burnside (1926 – 2005)
Samengesteld door Hans Ros

Robert Lee Burnside was een Amerikaanse blueszanger, songwriter en gitarist. Burnside werd geïnspireerd om gitaar te spelen na het horen van de Ep Boogie Chillen van John Lee Hooker. Het spelen zelf leerde hij voor het grootste deel van Fred McDowell, die in zijn buurt woonde. Ook zijn aangetrouwde neef Muddy Waters moet gezien worden als een van zijn inspirators. In de late jaren 1940 verhuisde hij naar Chicago, waar zijn vader woonde sinds hij gescheiden was van zijn moeder, in de hoop betere economische kansen te vinden.

Hij vond banen bij metaal- en glasfabrieken, had het gezelschap van Muddy Waters en genoot van de bluesscene op Maxwell Street. Maar de dingen liepen niet zoals hij had gehoopt; binnen één jaar werden zijn vader, twee broers en twee ooms allemaal vermoord in de stad. Drie jaar na zijn komst naar Chicago, ging Burnside terug naar het zuiden. Tijdens zijn tijd in de Delta ontmoette hij bluesmen Robert Lockwood Jr. en Aleck “Rice” Miller.

Het lijkt erop dat Burnside rond die tijd een man heeft vermoord, veroordeeld voor moord en opgesloten in Parchman Farm. Hij zou later vertellen dat zijn baas had afgesproken hem na zes maanden vrij te laten, omdat hij Burnside’s vaardigheden als tractorbestuurder nodig had. De eerste opname van Burnside dateert van 1969 onder productie van George Mitchell met o.a “Hobo Blues” en “Rollin’ And Tumblin’”.

Begin jaren negentig kwam hij onder contract bij Fat Possum Records, opgericht door Living Blues-redacteur Peter Lee en Matthew Johnson om de oudere Mississippi-bluesmannen als R.L. Burnside en zijn vriend Junior Kimbrough op de plaat te zetten. Hiermee begon zijn echte bekendheid pas. Burnside is Fat Possum jaren trouw gebleven.

In het midden van de jaren tachtig stopte Burnside met werken op de boerderij en ging meer bezig met de muziek. Gedurende ongeveer 12 jaar werkte hij met harpist Jon Morris Neremberg. Opnamen uit zijn tijd met Morris werden uiteindelijk uitgebracht op twee platen, Acoustic Stories (1988) en Well, Well, Well (2001) met o.a “Stagolee” en “Can’t Be Satisfied”.

Na de dood van Kimbrough stopte Burnside met het studiowerk; wel zou hij tot 2001 regelmatig op tournee gaan. Nadat hij in dat jaar getroffen werd door een zware hartaanval, verboden de dokters hem het gebruik van alcoholhoudende dranken, waardoor Burnside naar eigen zeggen onmogelijk meer spelen kon.

Omdat het toeren tot een minimum daalde, werd Wish I Was In Heaven Sitting Down (2000) uitgebracht met o.a het “gelijknamige nummer” van Mississippi Fred McDowell. Een andere hartaanval in november 2002 resulteerde in een operatie in 2003. Toch trad Burnside af en toe als gastzanger, zoals op Bonnaroo Music Festival, 2004, zijn laatste openbare optreden. R.L. Burnside stierf in het St. Francis Hospital in Memphis, Tennessee op 1 september 2005, op 78-jarige leeftijd en werd begraven in Harmontown.

R.L. Burnside - Jumper on the Line ("Deep Blues" Field Recording Version, 1990) [DVD HQ]

Wil je meer luisteren van R.L. Burnside, check deze link


Ook op Blues Magazine ...