INTERVIEW ROBERT CRAY

Robert Cray (promo)

In gesprek met … ROBERT CRAY

Tekst: Jeroen Bakker

Hij verkocht al meer dan 12 miljoen albums en won daarnaast vijf Grammy Awards. Hoewel de bluespuristen weinig willen weten van zijn ietwat gepolijste benadering kan met zekerheid worden geconcludeerd dat Robert Cray in de ietwat moeilijke jaren tachtig met het album Strong Persuader de blues nieuw leven inblies. Opmerkelijk, aangezien het hier zijn vijfde album betrof en van een rigoreuze stijlverandering absoluut geen sprake was. Vijfentwintig jaar na dit enorme succes, blijkt er gelukkig nog steeds niet zo veel te zijn veranderd. De 59-jarige Amerikaan heeft met het door Kevin Shirley geproduceerde Nothin But Love één van zijn allerbeste albums opgenomen. Gebleven zijn de soepele gitaarlicks in combinatie met die kenmerkende toon en sfeer van zijn warme soulstem maar het klinkt tegenwoordig net wat rauwer en doorleefder dan je van hem zou verwachten. We zochten de vriendelijke, en opvallend bescheiden, grote muzikant onlangs op tijdens een drukke persdag in een Amsterdams hotel.

Met de keuze van Kevin Shirley als producer lijkt commercieel succes van het binnenkort te verschijnen Nothin But Love een zekerheid wanneer we kijken naar zijn, inmiddels toch wel indrukwekkende, staat van dienst. Het is de allereerste keer dat Robert Cray met hem samenwerkt en nog nooit is het opnamenproces zo soepel verlopen wanneer we hem moeten geloven.“Na het tekenen voor het nieuwe label werd ik voorgesteld aan Kevin die ik persoonlijk nog niet kende maar van wie ik wel wist wat hij zoal gedaan heeft. Ik was benieuwd naar zijn ideeën en benadering ten aanzien van een nieuw album. Zijn plan om zoveel mogelijk ‘de live-spirit’ van de band in de studio te pakken sprak mij heel erg aan. Binnen twee weken, de weekends uitgezonderd, was de klus geklaard en stond alles er op. Het resultaat: twee keer vijf tracks in tien dagen die ter plekke onder handen werden genomen. Ik heb nog nooit zo snel een album afgeleverd”.

In het verleden werd vaak samengewerkt met The Memphis Horns en ook nu horen we op Nothing But Love enkele bijzonder fijne blazerspartijen. Het is een zeer divers album geworden waarop, zoals we gewend zijn van Robert Cray, behalve de blues veel soul- en jazz-invloeden te horen zijn. “Je hoort Lee Thornburg die ooit deel uitmaakte van The Tower of Power maar onlangs weer deel uitmaakt van die groep. Hij speelde ooit bij Ray Charles en Tom Petty en was nog niet zo heel lang geleden te zien bij Joe Bonamassa in The Royal Albert Hall. Hij wist precies dat geluid toe te voegen wat ik zo mooi vind in die oude soulplaten”.

Robert Cray

Het North Sea Jazz Festival in Rotterdam kreeg alvast een voorproefje maar in oktober zal het Nederlandse publiek pas echt kennismaken met de live-uitvoeringen van Nothin But Love.“Ik heb nu (Won’t Be) Coming Home die waarschijnlijk als single zal worden uitgebracht, Blues Get Off My Shoulder en I’ll Always Remember You al tijdens een show gespeeld en er zullen in oktober ook andere tracks gedaan worden. Welke dat zijn bepaal ik meestal tijdens de show. Veel hangt af van het moment en met kleine handsignalen of ‘slangterms’ wordt ter plekke bepaald wat we gaan doen. We werken namelijk nooit met een setlist vandaar”.

Nu het North Sea Jazz Festival ter sprake is gekomen toch maar even vragen hoe hij het deze keer zelf heeft ervaren en of er verschillen zijn met de vroegere edities van het festival. Hij kijkt met groot genoegen terug op de jaren dat Den Haag het episch centrum van de jazzwereld vormde.“Het is eigenlijk belachelijk als je ziet wat daar allemaal speelt. Niet normaal gewoon. Helaas was er nu weinig tijd om lekker rond te kijken. We kwamen aanrijden toen George Benson al bezig was en wij moesten kort daarna zelf spelen. Toen het festival nog in Den Haag plaatsvond namen we veel meer de tijd om daar rond te hangen en andere optredende artiesten te zien. Legendarisch waren ook de jamsessies in het Bel Air Hotel die de hele nacht doorgingen. In tegenstelling tot nu leek het wel of iedereen in hetzelfde hotel logeerde. Kwam je zomaar Cab Calloway tegen op de gang terwijl Eric Clapton rondhing in de foyer en BB King aan de bar zat”.

De verleiding om in te gaan op die beroemde namen en die van anderen waarmee Robert Cray ooit heeft mogen samenwerken is te groot. Veel artiesten zijn echter al overleden en onlangs viel ook Hubert Sumlin weg uit ons midden. Toch nog eens vragen of er nog iets bestaat als een ‘wishlist’ van mensen met wie hij nog graag eens zou samenwerken. “Een ‘wishlist’ is er eigenlijk niet. Ik heb natuurlijk het geluk gehad om met veel van mijn favorieten samen te kunnen werken maar die ontmoetingen berustten voor 99% op puur toeval. De herinneringen aan John Lee Hooker tijdens een gezamenlijke tournee in Japan zijn me nog altijd heel dierbaar. Het Japanse publiek bleef altijd keurig in de stoeltjes zitten totdag Hooker de boel begon op te hitsen. De taferelen die zich daarna afspeelden deden denken aan een enorm ruig rockconcert met stage-rush en dergelijke”.

Eén van die andere bijzondere ontmoeten is eveneens lang geleden. Cray, toen nog ‘a new kid on the scene’ werd in 1987 gevraagd om in St. Louis mee te werken aan een door Keith Richards gedirigeerd eerbetoon, Hail Hail Rock ’N Roll, waar Chuck Berry in het zonnetje werd gezet. Berry staat niet bekend als de allergemakkelijkste muzikant om mee samen te werken. “Ik heb geen enkel probleem met hem gehad. Hij was echt heel vriendelijk tegen mij en behandelde me zeer respectvol. Ik was voor Berry de enige onbekende daar en wanneer hij genoeg had van de ‘big guys’ die steeds aan hem liepen te trekken, vroeg hij mij om samen even een kop koffie te drinken. ‘He’s just using him’ dachten die jongens dan maar ik had de tijd van mijn leven”. Het was ter ere van Chuck Berry’s zestigste verjaardag.

Robert Cray

Nog exact één jaar en Cray kan zich ook aansluiten bij de zestigers. Toch heeft hij met zijn enorme staat van dienst nog altijd de drang om het te bewijzen. Het toonaangevende muziekmagazine Rolling Stone beschuldigde hem er zelfs van de blues opnieuw te hebben uitgevonden. “Ik heb het niet gelezen maar als zij dat zo formuleren zal het wel zo zijn”, aldus een lachende Cray die enige trots niet kan onderdrukken. “Het moet altijd zo zijn dat je het gevoel hebt om iets te bewijzen. De Rolling Stone legt op die manier een soort verantwoordelijkheid bij je neer en hoewel ik het niet met ze eens ben vind ik het geen enkel probleem om die verantwoordelijkheid te nemen”, aldus Cray.

Cray heeft kort voor ons gesprek nog even telefonisch contakt gehad met zijn gezin. Hij is al drie weken in Europa en kijkt er naar uit om weer even met hen samen te zijn. Er zijn twee dingen die hij het liefste doet als hij weer thuis is: Koken en muziek draaien. Jawel, draaien en dan het liefste van die oude jazzplaten. “Sarah Vaughan en veel andere ‘jazz-stuff’ maar ook oude fifties-rock-, blues- en Hendrix-platen worden veel gedraaid bij mij thuis. Het is denk ik geen toeval dat juist die jazz regelmatig terugkomt in mijn muziek. Ik spreek veel leeftijdsgenoten maar zie toch ook veel jongeren die het vinyl in de armen sluiten. Mijn nieuwe album zal ook op vinyl verschijnen”.

Smoking Gun en Right Next Door werden hier tot vervelens toe op de radio, en dan voornamelijk op de publieke zender, gedraaid. Er is veel veranderd in de loop der jaren als het om radio-airplay gaat. Hoort Cray zichzelf nog wel eens terug op de Amerikaanse radio?

“Niet zo vaak als ik zou willen hahaha, maar tegenwoordig werkt het gewoon anders. Wanneer je in Cincinatti bent hoor je regelmatig een stem ‘Cincinatti 101.5’en als je in Boston bent hoor je diezelfde stem ‘Boston 101.5 en beiden draaien dezelfde muziek. Het is allemaal volgens dezelfde formule. Je hebt college-radio en jazz-zenders. Met een beetje geluk draaien ze in het weekend twee uurtjes bluesmuziek.Ik begrijp het allemaal wel hoor en er is gewoon veel veranderd maar ik hoop dat er zo hier en daar aandacht wordt besteed aan mijn nieuwe album want er staan echt een paar dingen op die dat verdienen”.

Robert Cray – Live

15 Oktober 2012 – Oosterpoort Groningen
16 Oktober 2012 – Paradiso, Amsterdam
17 Oktober 2012 – Effenaar, Eindhoven

Robert Cray



2 Reacties

  1. Mooi geschreven, Jeroen!!

  2. Fijn dat je daar nog tijd voor heb gevonden in deze voor jou drukke periode ;-)

Geef een reactie

x
Blues Magazine Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte! Meld je nu aan voor de gratis nieuwsbrief.