Column Gerry Jungen : Coverbands en andere Engerlingen (deel 2)

Gepubliceerd op 10 Mrt 2010 | Rubriek: Gerry Jungen
Artiest(en):

gerry-jungen Vorige keer naar aanleiding van een bezoekje aan een Pink Floyd coverband mijn muzikale roots aan het onderzoeken geslagen we waren gebleven bij de “Biet-bandjes” en de opkomst van de Blues.

Halverwege de jaren 50 verhuizen een aantal dwarse schrijvers van New York naar San Fransisco het zijn de zogenaamde “Beat-poets” de belangrijkste zijn Alan Ginsberg, Jack Karouac en William S. Burroughs ( aardig feitje: Burroughs schreef het boek The Naked Lunch in dat boek heeft de hoofdpersoon regelmatig stomende sex met haar enorme stalen dildo. Die dildo noemt ze haar Stealy Dan, Walter Becker en Donald Fagan noemen hun band in 1972 naar die Dildo). Ze bekijken de wereld om zich heen met een non-conformistische blik en hun gedichten worden naarmate de tijd verstrijkt meer en meer anti establishment. De roep om een ideale wereld loopt als een rode draad door hun werk Alan Ginsberg is uitvinder van de term Flower Power. Rondom deze schrijvers hangt een grote groep jongeren die allemaal geloven in een betere wereld, een wereld met vrije seks, absolute vrede en geen verschillen tussen de mensen. Bij het voorlezen van de gedichten word er door de toehoorders op trommels geslagen om de woorden kracht bij te zetten vandaar Beat Poets. De volgelingen worden door de pers Beatnicks genoemd of Hipsters. Zij zijn de grondleggers van het verschijnsel dat we wereldwijd hebben leren kennen als de Hippie. Door die Hippies en hun back to basic behoeften wordt ook de Folk muziek ineens extra belangrijk, mensen als Woody Guthry en Huddie Ledbetter (leadbelly) worden ineens zeer gewaardeerd. Met de opkomst van de zogenaamde Beat muziek komen ook deze namen voorzichtig in Europa aan. Guthry doet in Nederland helemaal niets maar Leadbelly komt via een omweg wel heel hard binnen. De Schot Lonny Donnegan maakt namelijk een Skiffle versie van The Rock Island line en met dat nummer komt de Skiffle ook naar Nederland.. Eerste grote Skiffle hit in Nederland is: “Doe ‘t maar in een emmertje” van de Light Town Skiffle Group uit Eindhoven. In het kielzog van de Folk en de Skiffle komt ook de Blues naar Europa, eerst nog alleen in Engeland. Daar wordt de Beat muziek gemaakt door veel studenten aan de kunstopleidingen en het is in die kringen behoorlijk chique om te koketteren met oude Bluesmannen, veel van deze mannen spelen mee op diverse Blues podia in London. Ik had het al eerder over Lonnie Donnegan de man die Skiffle naar Europa bracht. Donnegan begon zin carrière in de Chris Barber Jazz band een collega van hem in die band was Alexis Korner, Korner begon met Cyrill Davies begin jaren 60 Blues Incorporated. Als vaste basis hadden ze The Ealing Club in London alwaar ze een soort open podium organiseerden voor jonge Blues artiesten. En daar kwamen ze, de rijke verwende jongentjes.. Mick Jagger, Bryan Jones, Long John Baldry, John Mayal, Paul Jones, Jimmie Page, Rod Stewart en vele vele anderen. Ik schrijf expres de verwende rijke kids, de straat was in die tijd van de nozems, de Rockers, de vetkuiven, Popmuziek was begin jaren 60 nog immer een marginale muzieksoort. Mannen als Gene Vincent en Eddie Cochran waren de ware keizers van de Rock & Roll. Pas als de Beatles in 1963 hun eerste grote pop crossover hit scoren met Please please me lijkt het hek van de dam. Please Please me is een mengvorm van Rock & Roll, Beat en Rhythm & Blues. Belangrijk is dat Lennon & McCartney zelf de nummers schrijven, het is het begin van de muzikale revolutie.

De R&R heeft dan ook in Nederland al 3 jaar vaste voet aan de grond. De zoon van een Eindhovense Visboer heeft in 1960 het hek opengegooid met de enige R&R standard die Nederlandse muziek geschiedenis kent. Kom van dat dak af van Peter Koelewijn is de start van de Vaderlandse R&R maar…het zijn allemaal akelige kopietjes van kopietjes. In Engeland viert Cliff Richard met zijn begeleidingsband The Shadows triomfen. De slappe aftreksels Johnnie Lion en his Jumping Jewels en Rob de Nijs en The Lords zijn ongekend populair in ons land maar in 63 gebeurd er in London iets belangrijks. Een aantal van de vaste gasten van de Ealing Club beginnen een band. Ze zijn heftig geïnspireerd door de Blues, alhoewel de slaggitarist een door en door Chuck Berry fan is. De solo gitarist, Brian Jones, laat zichzelf een aantal jaar Elmore Lewis noemen, naar zijn grote held Elmore James. De naam van de band komt uit een song van Muddy Waters: The Rolling Stones. In elk interview wordt de link tussen de pop en de Blues gelegd door de Stones en veelvuldig komen de oude Bluesmannen uit Amerika spelen in Engeland. Er ontstaan meerdere sporen in de muziek die zich vanaf dat moment tegelijkertijd ontwikkelen. Er is de Pop van The Beatles die een eindeloze stroom volgelingen krijgt. Er is de rauwe Rock en Blues van The Rolling Stones, En er is de Blues van John Mayall, Eric Clapton, mannen die als puristen de boeken in gingen. De jeugd kan volop kiezen en doet dat ook massaal, oorspronkelijk gaat dat kiezen zoals het al eeuwen ging… “wie het niet met mij eens is, die is tegen mij!” Wie van de Beatles hield kon niet van de Stones houden….. rechtlijnigheid die door het management van de beide bands alleen maar aangewakkerd werd. Vreemd is wel dat de Hippies, de brengers van al dat moois in Europa in het begin zelf weinig voet aan de grond krijgen. De Engelse Popmuziek is in het begin de jaren 60 absoluut dominant omdat de Europese platenmaatschappijen volharden met mensen als Pat Boone en The Everly Brothers uit Amerika. Van de echt spannende dingen die in San Fransisco gebeuren moeten ze vooralsnog niets hebben. We zijn aangekomen in 1965. De popmuziek in Engeland staat op de drempel van grote veranderingen. De folk van de Hippies heeft eindelijk de mensen bereikt aan de hand van Robert Zimmerman die naam maakt als Bob Dylan. De verandering komt echter uit een onverwachte hoek
In 1960 al word The Metropolis Blues Quartet opgericht, de naam wordt in 63 veranderd in The yardbirds het is de dood van deze band in 1965 die zorgt dat Pop en Bluesmuziek volwassen worden.

Volgende keer. The Yardbirds, Graham Gouldman, The New Yardbirds en Led Zeppelin…. Wat hebben die betekenend en waarom dat rijtje en waarom is dat rijtje het belangrijkste scharnier in de muziekgeschiedenis?

Gerry Jungen

Copyright © Diejongenvanjungen RTV produkties

Coverbands en andere Engerlingen:
> deel 1

Bookmark and Share


« WIN Kaarten voor Jon Allen : 1 april 2010 Rotown, Rotterdam   |   Concert Tips 12 t/m 18 Maart 2010 »


6 Reacties op “Column Gerry Jungen : Coverbands en andere Engerlingen (deel 2)”

  1. frank van engelen

    10. Mrt, 2010

    Ja Gerry, wederom een stukje vakwerk, met vooral erg leuke feitjes weer, ik durf bijna niet meer te schrijven over Blues That matters kan ik je zeggen, great job- thanx Frank

    Reageer op dit bericht
  2. Ton

    11. Mrt, 2010

    Alexis Korner (geen Corner)!

    Reageer op dit bericht
  3. Els Roode

    11. Mrt, 2010

    Hoi Gerry,
    Geweldige column en ja, zoals Frank schrijft, vakwerk!
    Ik heb het met bijzonder veel plezier gelezen, CHAPEAU!!

    Bluesgroet,
    Els Roode

    Reageer op dit bericht
  4. Arjan Vermeer

    11. Mrt, 2010

    Bedankt Gerry. Dit begint te lijken op verplichte vakliteratuur voor muziekscholen :) )

    Ik zit al een beetje te wachten op het jaar 1968. Volgens mij is dat een jaar waar je 6 columns over kunt schrijven ;)

    gr
    Ar

    Reageer op dit bericht

Deel je mening met (blues)muziekliefhebbers.
Plaats hier je reactie.