Door Antoine Légat
Nick Lowe en zijn gezelschap streken na (altijd weer veel te) lange tijd nog eens neer in de Benelux (2008 in NL als we dat goed hebben, maar in België moet dat 2004 geweest zijn) De dag na het concert in Paradiso was de Brugse Stadsschouwburg aan de beurt. Nog steeds polaire toestanden in de Lowlands, maar toch weer geen Elfstedentocht, zo was het gesteld op vrijdag 10 februari 2012. Polair was het ook in Zweden geweest, eveneens onderdeel van deze beperkte Eurotoer. De kou van het hoge noorden was Nick echter niet bevallen, zo bleek: dan leek het hier wel Abu Dabi, was zijn commentaar. Nogal wiedes: hij is zelf van het warmbloedige type. In de loop van de jaren, met het groeien van de maturiteit van de rocker van Rockpile, werd zijn muziek alsmaar zoeler en zoemender, gelukkig zonder ooit af te glijden naar easy listening: die valkuil heeft hij altijd handig weten te omzeilen. Het is geen wonder dat de zo goed als antieke, in bladgoud en rood pluche gedompelde schouwburg met zijn immense luchter aan het plafond, vol bonte pastelkleurige schilderingen, en zijn ouderwets schitterende akoestiek appelleert aan de producer, de perfectionist én de romanticus in Nicholas Drain Lowe, zoals zijn naam voluit klinkt.
Zoals zovelen voor hem op dit podium loofde hij onomwonden en uitgebreid de stad en zijn theater. Het zal hem geïnspireerd hebben om er voor het laatste concert op Europese bodem nog eens goed tegenaan te gaan… Al zal je dat nooit merken: alles wat hij doet, gaat schijnbaar vanzelf. Niets kost hem moeite, maar vermoedelijk moeten we dat herleiden tot het adagium ‘het is de kunst te verbergen dat het kunst is‘. Het is denkelijk ook vrij overbodig de carrière te schetsen van de ‘Jesus of Cool‘ die zijn neus aan het venster stak bij de geboorte van punk en new wave, maar toen al een poos bezig was (Brinsley Schwarz) En wat (wie) hebben Elvis Costello, Johnny Cash, John Hiatt en Huey Lewis gemeen? Juist. Het productiewerk werd gaandeweg meer selectief, en samenwerking aan gelegenheidsgroepen als Little Village werden schaarser, maar het songschrijven bleef hem goed afgaan, ten bewijze onder anderen de trilogie ‘The Impossible Bird‘/’Dig My Mood‘/’The Convincer‘ en de recente ‘The Old Magic‘ (de titel alleen al!), het zijn alle oefeningen in het schrijven van de perfecte mid-tempo rocker en meer nog, de perfecte torch song.
We vinden het bijzonder fijn dat de support toekwam aan één van zijn trouwste luitenanten, Geraint Watkins. Geraint (‘geraajent‘ uit te spreken, allicht omdat het een Welshe naam is) speelt keyboards en accordion bij Nick sinds ‘The Impossible Bird‘, maar voorzag een heel leger topmuzikanten van backing (Paul McCartney, Van Morrison, Mark Knopfler, Bill Wyman’s Rhythm Kings, Eric Clapton, Rory Gallagher, The Blues Band, … ) en hij heeft sinds 1979 een eigen platenproductie: ‘In A Bad Mood‘ van 2008 is zijn zesde. De man wordt al een dagje ouder en hij leek ons snipverkouden, maar hij voorziet zijn eigen zang van bijgeluiden, een soort geknor, een beetje zoals de grote Pablo Casals zijn sublieme uitvoeringen van de ‘Cello Suites‘ van J.S. Bach begeleidde van geneurie. Maar die zang zelf en zijn pianospel (de warme hammond voegde hij er pas bij Nick aan toe, maar het accordeon bleef op stal) zijn intact, wat toeliet om volop te genieten van de heerlijke songs die Watkins op zijn actief heeft.
Het openende ‘Is It Asking Too Much‘ neemt alle twijfel weg: met één song krijgt Geraint zijn publiek plat. Het is dan ook een schitterend statement in de stijl van Randy Newman. ‘My Happy Day‘, ‘Easy To Say ‘Bon Temps Rouler’‘ en ‘My Darling Companion‘ zijn maar enkele van de parels uit deze al te korte set. Die eindigt met gepersonaliseerde versies van de klassieke rockers ‘Mystery Train‘ en ‘Johnny B. Goode‘. Aan de eerste hangt hij een vreemd verhaal op van een Himalaya tocht waar hij een vreemd tuig (instrument?) in de hand gestopt kreeg. Aan het einde van de song komt de boeddhistische aap uit de mouw: het ding ‘dat levens verandert’ bootst de… stoomfluit na! In de tweede komt Cab Calloway even om de hoek piepen, want Geraint legt er een ‘Minnie The Moocher‘-touch in.
Nick Lowe kwam op, solo, gewapend met de akoestische gitaar, en met de magistrale opener van ‘The Old Magic‘, ‘Stoplight Roses‘ stak hij van wal. Dat was al één verzoekje minder op onze teller!Het spreekt vanzelf dat de man keuzes moest maken in het repertoire, want anders moest hij nog enige uren doorspelen. Zo lang zou de ferry naar ‘Dear Old Blighty’ niet wachten. Hartverscheurende keuzes en sneu voor wie absoluut ‘So It Goes‘, ‘All Men Are Liars‘ of ‘I Love The Sound Of Breaking Glass‘ wou horen. Daar stond echter zoveel moois tegenover dat het sommigen misschien niets eens opviel. Zo moet dat zijn. Die songs zijn muzikaal een harmonisch samengaan van rock, soul, R&B, country. Tekstueel stralen ze een heimwee uit naar de songwriters van de eerste helft van vorige eeuw, de Gerschwins, Cole Porter, Irving Berlin, en zo naar de gouden decade van de rock-’n-roll, alles tussen Elvis en Paul Anka, zeg maar. Het is geen wonder dat een zeldzame cover van Franky Vaughan komt, het uit 1961 stammende ‘Tower Of Strength‘. Zijn eigen songs bereiken meer dan eens het geschetste ideaal: ‘I Read A Lot‘ is in het recente werk zo’n hoogvlieger.
Van het oude werk is ‘(What’s So Funny ’bout) Peace, Love And Understanding)?‘ een typisch voorbeeld. Nick ‘The Basher‘ (omdat hij zijn producties altijd ruw inblikte om ze pas later te verfijnen) schreef hem voor Elvis Costello die hiermee in 1979 een geheide rockhit had. Vanavond brengt het gezelschap die song in een sterk vertraagde versie, wat het mogelijk maakt de briljante tekst te volgen, bewijs dat Lowe ook in die vroege dagen goed van de tongriem gesneden was. Hij beschikt trouwens over de fluwelen stem waar deze song en eigenlijk dit hele repertoire om vraagt. Als laatste troefkaart is daar de band: vier klassenbakken voorwaar. Behalve Geraint Watkins zijn dat Johnny Scott, gitarist van nooit-teveel-maar-alles-
In die omstandigheden (perfecte akoestiek na de klassieke eerste minuten bijstellen) was de hemel voortdurend nabij in songs als ‘Heart‘, ‘What Lack Of Love Has Done‘, ‘Lately I’ve Let Things Slide‘, ‘I Trained Her To Love Me‘, ‘I Live On A Battlefield‘, het nog altijd fantastische ‘Cruel To Be Kind‘ (iemand uit het publiek riep ‘A Classic!‘, iets wat Lowe overduidelijk plezierde!), ‘Raining Raining‘, ‘Sensitive Man‘, ‘Somebody Cares For Me‘, ‘House For Sale‘ en zeventiende en laatste song in de gewone set ‘I Knew The Bride When She Used To Rock And Roll‘. Ook de songs hiertussenin verveelden geen spatje, want er is ook vele variatie te vinden in songtype en uitvoering. Nog vijf (5!) bissen kwamen daar bovenop, waaronder ‘When I Write The Book‘ (nog zo’n onsterfelijke deun!) en het gedreven ‘Tokyo Bay‘. Een vakman als Nick Lowe weet daar altijd nog wel een finishing touch aan te geven: omdat de mensen blijven cheeren, komt hij nog even op en brengt solo ‘Alison‘, song van Costello uit zijn eerste LP ‘My Aim Is True‘, die Lowe producete (zoals de daaropvolgende vier van Elvis) De man brengt het met zoveel passie en inlevingsvermogen dat het zijn eigen song wordt. Wat een cadeau, dat coda!
Playlist:
Stoplight Roses / Heart / What Lack Of Love Has Done / Ragin’ Eyes / Lately I’ve Let Things Slide / Has She Got A Friend? / I Trained Her To Love Me / I Live On A Battlefield / I Read A Lot / Cruel To Be Kind / Raining Raining / Sensitive Man / Somebody Cares For Me / House For Sale / Tower Of Strength / Without Love / I Knew The Bride When She Used To Rock And Roll.
Encores: Only A Rose / When I Write The Book / (What’s So Funny ’bout) Peace, Love And Understanding? / Tokyo Bay / Hound Dog.
Extra: Alison (Nick solo)










Reacties